Vooruitblik Prinsjesdag 2026

 

Op 15 september presenteert het kabinet de fiscale en financiële plannen voor het komende jaar en eventuele jaren daarna. Hierbij wordt ook het Belastingplan 2027 bekendgemaakt. In veel gevallen zullen wetsvoorstellen al op 1 januari 2027 in werking treden. In dit artikel blikken we vast vooruit op een aantal van de belangrijkste punten.

 

Het is belangrijk om te beseffen dat deze plannen nog kunnen veranderen.  Tijdens de behandeling in de Eerste en Tweede Kamer kunnen voorstellen worden aangepast, aangescherpt of zelfs geschrapt.  Ook na Prinsjesdag blijft de fiscale agenda volop in beweging.

Enkele belangrijke maatregelen voor ondernemers

  • De startersaftrek voor ondernemers in de inkomstenbelasting wordt in 2027 verlaagd en verdwijnt vanaf 2028 volledig.
  • De energie-investeringsaftrek stijgt van 40% naar 45,5%.
  • De vrijstelling voor branche-eigen producten binnen de werkkostenregeling wordt afgeschaft.
  • Om de gevolgen van wijzigingen rondom het eigen risico en de zorg op te vangen, worden de tarieven in de eerste en tweede belastingschijf van box 1 verhoogd.
  • De onbelaste reiskostenvergoeding gaat omhoog van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026.
  • Voor ondernemersbestelauto’s geldt in de tweede helft van 2026 een tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting met 50%. Voor vrachtauto’s wordt de motorrijtuigenbelasting in dezelfde periode tijdelijk verlaagd naar nihil.
  • Het tarief van het Arbeidsongeschiktheidsfonds voor werkgevers wordt verhoogd.
  • De kwijtscheldingsvrijstelling wordt afgeschaft.
  • Aanpassingen rondom excessief lenen bij de eigen bv.
  • Pseudo-eindheffing van 12% voor zakelijke auto’s op fossiele brandstoffen vanaf 2027

Enkele belangrijke maatregelen voor particulieren

  • Om de gevolgen van wijzigingen rondom het eigen risico en de zorg op te vangen, worden de tarieven in de eerste en tweede belastingschijf van box 1 verhoogd.
  • De aftrek voor specifieke zorgkosten verdwijnt per 2028.
  • De verruiming van de hypotheekrenteaftrek wordt teruggedraaid.
  • De benzineaccijnskorting blijft in stand, de tarieven in 2027 blijven gelijk aan die van 2026.
  • De overdrachtsbelasting voor woningen waarin de koper niet zelf gaat wonen wordt verlaagd van 8% naar 7%.

Daarnaast wordt meer duidelijkheid verwacht over de voorgestelde nieuwe box 3-heffing.

Wat betekent dit voor jou?

Prinsjesdag geeft een eerste indruk van de fiscale veranderingen die eraan komen. Hoewel de plannen nog niet definitief zijn, is dit een goed moment om vooruit te kijken. Ben je van plan te investeren, gebruik je zakelijke auto’s of maak je gebruik van fiscale ondernemersregelingen? Dan kunnen de aangekondigde wijzigingen invloed hebben op je situatie. Wij denken graag met je mee over de mogelijke gevolgen voor jouw onderneming.

Hoge Raad: geen compensatie voor niet-bezwaarmakers in box 3

Heb je niet op tijd bezwaar gemaakt tegen de onterechte box 3-heffing? Dan heb je geen recht op teruggave. Dat heeft de Hoge Raad op 25 juni bepaald.

De hoogste rechter sluit zich aan bij het advies van de advocaat-generaal, die eerder al aangaf dat niet iedereen gecompenseerd hoeft te worden voor de onrechtmatige vermogensrendementsheffing over de jaren 2017 tot en met 2020.

Kerstarrest als basis

Deze uitspraak is belangrijk voor alle belastingplichtigen die geen bezwaar hebben gemaakt, maar zich wel beroepen op het bekende ‘Kerstarrest’ van december 2021. In dat arrest oordeelde de Hoge Raad dat het box 3-stelsel, dat in 2017 werd ingevoerd, in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Heb je wél op tijd bezwaar gemaakt? Dan had je recht op vermindering van je aanslag, bijvoorbeeld wanneer er werd uitgegaan van een fictief rendement dat hoger lag dan je werkelijke rendement. Toch vonden ook niet-bezwaarmakers dat zij recht hadden op diezelfde vermindering.

Proefprocedures geven duidelijkheid

Om hierover duidelijkheid te krijgen, zijn vier zaken aan de Hoge Raad voorgelegd. Twee daarvan zijn behandeld als proefprocedures binnen de massaalbezwaarplusprocedure.
De kern van deze zaken draaide om de vraag of de Belastingdienst een al vaststaande aanslag alsnog mocht verlagen. In principe kan dat als een aanslag te hoog is vastgesteld. Maar hier geldt een uitzondering: als de fout voortkomt uit een rechterlijke uitspraak die pas is gedaan nadat de aanslag definitief was, dan geldt die correctie niet.
En dat is precies wat speelt bij het Kerstarrest. Daarom oordeelt de Hoge Raad dat je je hier als niet-bezwaarmaker niet op kunt beroepen.

Overleg en teleurstelling

Na het Kerstarrest is er veel overleg geweest tussen het ministerie van Financiën, de Belastingdienst, de Tweede Kamer en verschillende beroepsorganisaties zoals NBA, SRA, RB, NOB, NOAB en belangenorganisaties.
Mede daardoor is alsnog de massaalbezwaarplusprocedure opgezet voor niet-bezwaarmakers. Deze groep vond dat ze gelijk behandeld moesten worden als mensen die wél op tijd bezwaar maakten.
De Hoge Raad ziet dat anders: volgens de rechter zitten beide groepen niet in dezelfde positie. Daarbij wordt wel erkend dat deze uitspraak voor veel mensen teleurstellend is.

Miljardenimpact

De compensatie voor belastingplichtigen die wél bezwaar hebben gemaakt, kost de overheid miljarden. De groep die nu buiten de boot valt, bestaat volgens eerdere schattingen uit meer dan een miljoen mensen.
Ondertussen blijft de discussie over box 3 doorgaan. In de politiek groeit de steun voor een vermogenswinstbelasting, waarbij je pas belasting betaalt op het moment dat je daadwerkelijk winst maakt bij verkoop van bijvoorbeeld aandelen.
Volgens ambtelijke schattingen kan zo’n systeem tot 2036 zo’n 22 miljard euro minder belasting opleveren in box 3.

Geavanceerdere tactieken zorgen voor groei van online fraude

 

Aankoopfraude neemt de laatste tijd flink toe. Dit komt onder andere door frauduleuze webshops op platforms zoals Facebook en Instagram, maar ook doordat fraudeurs steeds slimmere methodes gebruiken om slachtoffers te misleiden.

 

Criminelen maken steeds vaker gebruik van een combinatie van (vaak tijdelijke) mobiele telefoonnummers en e-mailadressen om een geloofwaardige digitale identiteit op te bouwen. Tussen maart en december 2025 is het gebruik van deze aanpak met 50 procent gestegen. Ook ondernemingen en financiële instellingen lopen meer risico, doordat deze digitale identiteiten steeds betrouwbaarder lijken.

Deze werkwijze wordt steeds populairder. Fraudeurs zetten nepshops op via social media, registreren tijdelijke domeinen en gebruiken advertenties om vertrouwen te wekken. Door mobiele nummers en e-mailadressen slim te combineren, maken ze hun identiteit steeds overtuigender.

Ook het aantal slachtoffers groeit. Volgens eerder CBS-onderzoek blijkt dat 17 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder het afgelopen jaar slachtoffer is geworden van online oplichting. Daarvan kreeg 8 procent te maken met aankoopfraude. In drie jaar tijd is dat aantal zelfs met 60 procent gestegen. Digitale fraude blijft tegelijkertijd ook toenemen, terwijl traditionele criminaliteit en hacken juist stabiliseren of afnemen.

Onboarding

Fraudeurs gebruiken steeds vaker samenhangende digitale identiteiten die er binnen onboarding-processen betrouwbaar uitzien. Ze zetten complete digitale ondernemingen op die vertrouwen uitstralen, met professionele webshops, tijdelijke domeinen, social media-advertenties en zogeheten mule accounts. Via deze structuur verwerken ze betalingen, waarna alles weer offline verdwijnt.

Uit data-analyses van een Europese mkb-kredietverstrekker blijkt dat fraudeurs ook bij zakelijke financieringen vaker werken met gekoppelde digitale identiteiten. Traditionele controles en identiteitsverificatie schieten tekort om consumenten, platforms en financiële instellingen goed te beschermen. Daarom draait moderne fraudepreventie steeds meer om realtime gedragsanalyse, digitale voetafdrukken en netwerkpatronen.

Belangrijke aankomende wetswijzigingen

 

Er komen de komende periode verschillende wetswijzigingen aan die mogelijk van toepassing zijn voor jou. Veel van deze wijzigingen waren al aangekondigd, maar worden waarschijnlijk (binnenkort) daadwerkelijk ingevoerd. Hieronder zetten we de belangrijkste nog eens overzichtelijk op een rij.

Rittenregistratie (werkgebonden personenmobiliteit)

De verplichting voor het bijhouden van een rittenregistratie voor werkgebonden personenmobiliteit vervalt voor rechtspersonen met minder dan 250 medewerkers.
Ingangsdatum: met terugwerkende kracht per 1 januari 2026

Stand van zaken

Deze maatregel is aangekondigd op Prinsjesdag 2025 als onderdeel van een bredere aanpak om regeldruk voor het mkb te verlagen. Het kabinet heeft besloten deze verplichting te schrappen en dit geldt inmiddels als vastgesteld beleid. De afschaffing maakt onderdeel uit van een pakket aan vereenvoudigingen.

Verplichte gedragscode ongewenst gedrag

Werkgevers zijn nu al verplicht om beleid te hebben tegen psychosociale arbeidsbelasting, zoals pesten of intimidatie. Wat verandert, is dat een gedragscode straks verplicht wordt als concrete maatregel.

Wat houdt dit in?

Heb je 10 of meer werknemers? Dan moet je een gedragscode hebben. Hierin leg je vast welk gedrag wel en niet acceptabel is.
Je moet medewerkers hierover actief informeren.
Kleine bedrijven (<10 werknemers) worden uitgezonderd.
Beoogde ingangsdatum: 1 juli 2026
Let op:
De wetswijziging is nog niet definitief. Eerst moeten de Tweede en Eerste Kamer deze nog goedkeuren*. De ingangsdatum kan dus nog wijzigen.
* De Eerste Kamer heeft de Gedragscode op 2 juni 2026 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen.

Werkkostenregeling (WKR) wordt aangepast

Er komen meerdere wijzigingen binnen de werkkostenregeling.

Vrije ruimte

2026: eerste schijf blijft 2%
Vanaf 2027: stijgt naar 2,16%

Vereenvoudiging regeling

Het kabinet wil de WKR eenvoudiger maken en administratieve lasten verlagen.
Een belangrijke wijziging:
– De aparte vrijstelling voor personeelskorting vervalt per 1 januari 2027
Wat betekent dat?
Nu: max. € 500 belastingvrije korting op eigen producten (met voorwaarden)
Straks: geen aparte regeling meer
Je kunt dit nog wel vergoeden via de vrije ruimte
Gevolgen
– Minder administratie (geen aparte maxima meer bijhouden)
– Mogelijk opnieuw verdelen van je vrije ruimte
– Bij overschrijding blijft de eindheffing 80%

Daarnaast lopen er nog onderzoeken naar verdere vereenvoudigingen, zoals:
– Mogelijk combineren van reis- en thuiswerkvergoeding op één dag
– Aanpassing van het eindheffingstarief
– Eventueel schrappen van de eerste schijf

Hierover wordt later meer bekendgemaakt (o.a. rond Prinsjesdag).

Loontransparantie en gelijke beloning

Om loonverschillen tussen mannen en vrouwen tegen te gaan, wordt een EU-richtlijn geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving.

Wat verandert er?

Werkgevers krijgen te maken met:
– Meer transparantie over beloningen
– Rapportageverplichtingen rondom loonverschillen
Ingangsdatum: 1 januari 2027

Zakelijke auto’s volledig emissievrij

Er ligt een voorstel om werkgevers te verplichten om vanaf 2027 alleen nog emissievrije auto’s ter beschikking te stellen.
Als je hiervan afwijkt:
– Dan betaal je een pseudo-eindheffing van 52% over de bijtelling
– Eigen bijdrage van de werknemer telt hierbij niet mee
Beoogde ingangsdatum: 1 januari 2027
Dit voorstel is nog niet definitief.

Verhoging minimumloon

Het minimumloon wordt elk halfjaar aangepast. Per 1 juli 2026 gelden de volgende minimum uurlonen:

Leeftijd Minimumloon per uur
21 jaar en ouder € 14,99
20 jaar € 11,99
19 jaar € 8,99
18 jaar € 7,50
17 jaar € 5,92
16 jaar € 5,17
15 jaar € 4,50

Afschaffing compensatie transitievergoeding

Werkgevers krijgen nu nog compensatie van de overheid voor de transitievergoeding bij:
– Ontslag na langdurige ziekte
– Bedrijfsbeëindiging (bijvoorbeeld pensioen of overlijden)

Wat verandert er?
Deze compensatieregelingen verdwijnen volledig.
Ingangsdatum: 1 januari 2027

Toelichting
Werkgevers betalen de transitievergoeding straks volledig zelf, dit geldt voor alle werkgevers.
De maatregel is bedoeld om overheidsuitgaven te beperken, de transitievergoeding zelf blijft bestaan.
Tegelijk wordt gekeken naar aanpassingen, zoals bijvoorbeeld minder verplichting als je al voldoende hebt geïnvesteerd in re-integratie of scholing

Let op: ons postbusnummer verdwijnt

 

Wij willen je graag informeren over een wijziging in ons postadres.

 

 

Ons postbusnummer 7660 wordt opgeheven. Dit betekent dat deze postbus vanaf nu niet meer in gebruik is. We verzoeken je vriendelijk om dit postbusnummer niet langer te gebruiken voor correspondentie.

📬 Nieuw (en voortaan enige) postadres:
Polluxweg 20
8938 AZ Leeuwarden

 

Door voortaan al je post naar dit adres te sturen, zorg je ervoor dat wij je stukken tijdig en correct ontvangen. Dit helpt ons om je zo goed en efficiënt mogelijk van dienst te blijven.

De Belastingdienst gebruikt vanaf 1 mei nieuwe rekeningnummers

Vanaf 1 mei 2026 is Rabobank de huisbank van de Belastingdienst en niet langer ING. Hierdoor zijn er nieuwe rekeningnummers in gebruik. De verandering volgt uit een periodieke aanbesteding van het betalingsverkeer door het ministerie van Financiën. Er geldt een overgangstermijn van 1 jaar.

Wat merk je hiervan?

Moet je belasting betalen? Dan ontvang je een bericht van de Belastingdienst met daarin het nieuwe Rabobank‑rekeningnummer.
Krijg je geld terug? Dan wordt dit steeds vaker overgemaakt vanaf een nieuw rekeningnummer.

Je ziet vanzelf welk rekeningnummer je moet gebruiken

Als je belasting moet betalen, krijg je daar altijd een bericht over. Dat kan per brief of via digitale post. In dit bericht staat de betaalinformatie, inclusief het rekeningnummer waarnaar je het bedrag moet overmaken.
Staat daar een nieuw Rabobank‑rekeningnummer? Gebruik dan dat nummer voor je betaling.
Het meest gebruikte nieuwe rekeningnummer is:
NL04 RABO 0200 1122 44
Let op: sommige belastingen hebben een ander nieuw Rabobank‑rekeningnummer.

De manier van betalen blijft hetzelfde

De nieuwe rekeningnummers hebben geen gevolgen voor hoe je belasting betaalt. Ook na de wijziging kun je blijven betalen zoals je gewend bent, bijvoorbeeld via internetbankieren.

Periodieke betalingen: soms zelf aanpassen

Betaal je via automatische incasso? Dan hoef je niets te doen. Deze betalingen worden automatisch naar het juiste rekeningnummer verwerkt.
Heb je periodieke betalingen op een andere manier ingesteld, zoals via een vaste overboeking bij je bank? Dan moet je zelf het rekeningnummer aanpassen.

Per ongeluk betaald op het oude rekeningnummer?

Geen probleem. Heb je toch nog een betaling gedaan naar het oude ING‑rekeningnummer? Dan wordt dit gewoon goed verwerkt. De Belastingdienst heeft hierover afspraken gemaakt met ING.
Je kunt fouten voorkomen door het nieuwe rekeningnummer op te slaan in je adresboek of administratie zodra je een bericht ontvangt met het nieuwe Rabobank‑rekeningnummer.

Pas op voor phishing

De Belastingdienst stuurt nooit betaalverzoeken via e‑mail, sms, WhatsApp of telefoon. Twijfel je of een bericht of telefoontje echt is? Volg dan het stappenplan voor valse berichten en controleer of het rekeningnummer voorkomt op de officiële lijst met rekeningnummers van de Belastingdienst.

Minister Heinen wil op Prinsjesdag duidelijkheid geven over box 3-heffing

 

Minister Eelco Heinen (Financiën) wil tijdens Prinsjesdag in september duidelijk maken of het nieuwe stelsel voor het belasten van rendement op vermogen in box 3 wordt aangepast. Ook moet dan helder zijn hoe eventuele gevolgen voor de schatkist worden opgevangen.

 

Dat zei de VVD-minister voorafgaand aan de ministerraad. Kort nadat het nieuwe kabinet werd beëdigd, liet Heinen al weten dat hij het box 3-stelsel opnieuw wil bekijken. Dit terwijl de Tweede Kamer er, onder sterke tijdsdruk en met tegenzin, net mee had ingestemd.
Het plan om belasting te heffen over daadwerkelijk behaald rendement inclusief papieren winsten op bijvoorbeeld aandelen leidt tot veel kritiek onder beleggers. Zij vinden dat ze verliezen moeten kunnen verrekenen met eerdere winsten.

Onrust

In een reactie op een reconstructie van NRC, waarin wordt gesteld dat coalitiepartners en zijn eigen ambtenaren verrast waren door zijn snelle uitlatingen, zegt Heinen dat hij dat beeld niet herkent. Hij stelt dat hij “financiële onrust” zag ontstaan en daarom snel moest handelen, zonder uitgebreid overleg. “En dat heb ik gedaan,” aldus de minister.

Hoewel er geen acute paniek op de financiële markten was rond het nieuwe stelsel, dat pas vanaf 2028 zou gelden en waar al jarenlang aan wordt gewerkt, ontstond er op sociale media wel veel rumoer. Daarbij werd volgens Heinen ook veel desinformatie verspreid. Daarnaast was de steun in de Eerste Kamer nog allerminst zeker; de senaat moest de inhoudelijke behandeling namelijk nog starten.

Discussie

De discussie over de hervorming van box 3 speelt al langer. Zo meldde het FD eind februari dat ook Nederlandse start-ups en scale-ups zich zorgen maken over de vermogensaanwasbelasting die mogelijk in 2028 wordt ingevoerd. Zij vrezen dat medewerkers en vroege investeerders belasting moeten betalen over aandelen die ze niet zomaar kunnen verkopen.

Veel beleggers vinden dat Nederland, net als andere landen, beter kan kiezen voor een vermogenswinstbelasting waarbij je pas bij verkoop afrekent met de fiscus. Volgens een recente analyse van het FD zou ook een lager belastingtarief een deel van de bezwaren kunnen verzachten.

Dga’s keren massaal dividend uit om belastingverhoging voor te zijn

Directeur-grootaandeelhouders konden jarenlang belastingheffing uitstellen door slim te plannen met dividenduitkeringen of te lenen van hun eigen bv. Met de komst van het tweeschijvenstelsel in box 2 (2024) en de Wet excessief lenen (2023) is dat minder aantrekkelijk geworden. Volgens onderzoekers, die hierover schrijven in Economische Statistische Berichten (ESB), hebben dga’s hun gedrag hierdoor op grote schaal aangepast.

Strategisch gedrag door nieuw box 2-stelsel

Het vernieuwde box 2-stelsel speelt hierin een belangrijke rol. Tot 2023 gold één uniform tarief, maar sinds 2024 wordt dividend tot €67.000 belast tegen 24,5% en daarboven tegen 33%. Dga’s die regelmatig grotere bedragen uitkeren, hadden er daardoor belang bij om dividend nog in 2023 uit te betalen tegen het oude tarief van 26,9%.

Dividenduitkeringen meer dan verdubbeld

Die anticipatie is duidelijk terug te zien in de cijfers. In 2023 steeg het totale uitgekeerde dividend fors en verdubbelde het gemiddelde uitgekeerde bedrag zelfs. Vooral een relatief kleine groep dga’s met hoge winsten in hun bv zorgde voor deze piek. Tussen 2013 en 2023 kwam het totaal aan uitgekeerd dividend uit op ongeveer €115 miljard, waarbij piekjaren samenvielen met fiscale wijzigingen.

Effect van de regels rondom lenen van de eigen bv

Ook de nieuwe regels voor lenen uit de bv zorgden voor een vergelijkbare reactie. Vanaf 2023 mogen dga’s nog maar tot een bepaald maximum lenen zonder belastingheffing. Alles daarboven wordt belast als box 2-inkomen. In aanloop naar die wijziging losten dga’s in 2023 bijna €5 miljard aan leningen af, ruim twee keer zoveel als een jaar eerder. Voor het eerst in jaren daalde het totale leenbedrag omdat er meer werd afgelost dan nieuw geleend. Opvallend is dat er nog steeds miljarden aan leningen boven de toegestane grens uitstaan. Sommige dga’s kiezen er bewust voor om hierover box 2-belasting te betalen, bijvoorbeeld omdat de lening fiscaal gunstig blijft in box 3 of gekoppeld is aan de eigen woning.

Fiscale prikkels blijven bepalend

De onderzoekers concluderen dat dga’s sterk reageren op fiscale prikkels. Door de timing van dividend en leningen aan te passen, kunnen zij hun belastingdruk beïnvloeden. Dat zorgt soms voor pieken in belastingopbrengsten, maar leidt ook tot uitstel of lagere inkomsten op de langere termijn.
De verwachting is dat de nieuwe regels een blijvende impact zullen hebben. Het tweeschijvenstelsel maakt het aantrekkelijker om jaarlijks een beperkt bedrag aan dividend uit te keren, wat waarschijnlijk leidt tot stabielere belastingopbrengsten. Tegelijkertijd wordt het lastiger om belasting te blijven uitstellen via leningen.

Werkelijk rendement in box 3: in 2025 lang niet altijd de voordeligste keuze

 

Moet je belasting betalen op basis van het forfaitaire rendement of over het werkelijk rendement? Vanaf aangiftejaar 2025 maak je deze keuze direct in je aangifte. Veel mensen hebben inmiddels gerekend en komen tot de conclusie dat het forfaitaire rendement dit jaar vaak juist gunstiger is.

 

Wat valt onder “werkelijk rendement”?

Na een uitspraak van de Hoge Raad is de wet aangepast. Vanaf nu mag je kiezen voor belastingheffing over het werkelijke rendement, maar alleen als dat voor jou voordeliger uitpakt. Voor de jaren 2017 t/m 2024 gebruikt de Belastingdienst nog aparte formulieren, maar vanaf 2025 kies je direct in je aangifte tussen forfaitair of werkelijk rendement.
De wet volgt de uitleg van de Hoge Raad. Daardoor is “werkelijk rendement” breder dan veel mensen denken: het gaat om het totale rendement dat je in een jaar op je vermogen behaalt.
Dat betekent dat:

  • rente, huur en dividend meetellen
  • zowel gerealiseerde als ongerealiseerde waardestijgingen meetellen
  • kosten niet aftrekbaar zijn
  • betaalde rente wél aftrekbaar is
  • verliezen niet verrekend mogen worden
  • er geen heffingsvrij vermogen is

Voor wie is de keuze relevant?

Wie de rekensom maakt, ziet dat het forfaitaire rendement in 2025 vaak gunstiger is. Dat komt vooral door:

  • het forfaitaire rendement voor overige bezittingen (bijv. beleggingen) is 5,88%
  • het werkelijke rendement van bijvoorbeeld woningen en beursgenoteerde aandelen in 2025 vaak hoger lag dan 5,88% (hoewel dit per situatie verschilt)
  • bij werkelijk rendement verdwijnt het heffingsvrije vermogen volledig

Vooral voor mensen met kleinere tot middelgrote vermogens werkt dat laatste nadelig. Daardoor wijkt de uitkomst soms af van wat je op basis van de rendementen zou verwachten.
Zelfs met een lage spaarrente en bescheiden rendementen op beleggingen blijkt werkelijk rendement dus lang niet altijd voordeliger.
Heb je per ongeluk gekozen voor werkelijk rendement terwijl dit ongunstiger uitpakt? Geen paniek: de belastingdruk zal nooit hoger zijn dan die van het forfaitaire systeem.

Het nieuwe box 3‑stelsel vanaf 2028

Vanaf 2028 verandert box 3 opnieuw. Kosten worden dan wél aftrekbaar, maar tegelijkertijd wordt belasting geheven over het werkelijke rendement, inclusief ongerealiseerde waardeveranderingen. Voor vastgoed en start‑ups/scale‑ups geldt een uitzondering.
Omdat er straks geen keuzemogelijkheid meer is, zullen beleggers in jaren met hoge rendementen waarschijnlijk nog met enige weemoed terugdenken aan het oude box 3‑stelsel.

Conclusie

Het idee dat werkelijk rendement vrijwel altijd voordeliger zou zijn, klopt maar beperkt. Ook voor mensen met een bescheiden vermogen die vooral beleggen om hun vermogen te behouden, is werkelijk rendement zeker geen automatische verbetering.

Inkomstenbelasting 2025

 

Vanaf 1 maart kan de aangifte inkomstenbelasting (aangiftejaar 2025) weer worden ingediend. Uiteraard kunnen wij dit ook dit jaar weer volledig voor je verzorgen.

 

 

Wil je dat wij je aangifte voor je doen? Dat regelen we graag voor je!

Je kunt je gegevens op de manier aanleveren die voor jou het prettigst is:

  • langskomen bij ons op kantoor
  • per post versturen
  • mailen naar je vaste contactpersoon
  • mailen naar info@b360.nl

Zorg er bij voorkeur voor dat je alle relevante stukken meestuurt, zoals onder andere:

  • jaaropgaven (loon, uitkering, pensioen)
  • WOZ-beschikking met peildatum 1 januari 2024
  • jaaropgaaf van je hypotheek
  • jaaroverzichten van bank-, spaar- en beleggingsrekeningen (ook van kinderen onder de 18)
  • jaaroverzichten van cryptobezittingen
  • eventuele zorgkosten, giften of andere aftrekposten
  • overige gegevens van leningen, schulden, lijfrentepremies, AOV e.d.
  • ontvangen of betaalde partneralimentatie

Heb je vragen of twijfel je of bepaalde gegevens nodig zijn? Neem gerust contact met ons op, we denken graag met je mee.

Buro360
Polluxweg 20
8938 AZ  LEEUWARDEN

058 26 55 526