Inkomstenbelasting 2025

 

Vanaf 1 maart kan de aangifte inkomstenbelasting (aangiftejaar 2025) weer worden ingediend. Uiteraard kunnen wij dit ook dit jaar weer volledig voor je verzorgen.

 

 

Wil je dat wij je aangifte voor je doen? Dat regelen we graag voor je!

Je kunt je gegevens op de manier aanleveren die voor jou het prettigst is:

  • langskomen bij ons op kantoor
  • per post versturen
  • mailen naar je vaste contactpersoon
  • mailen naar info@b360.nl

Zorg er bij voorkeur voor dat je alle relevante stukken meestuurt, zoals onder andere:

  • jaaropgaven (loon, uitkering, pensioen)
  • WOZ-beschikking met peildatum 1 januari 2024
  • jaaropgaaf van je hypotheek
  • jaaroverzichten van bank-, spaar- en beleggingsrekeningen (ook van kinderen onder de 18)
  • jaaroverzichten van cryptobezittingen
  • eventuele zorgkosten, giften of andere aftrekposten
  • overige gegevens van leningen, schulden, lijfrentepremies, AOV e.d.
  • ontvangen of betaalde partneralimentatie

Heb je vragen of twijfel je of bepaalde gegevens nodig zijn? Neem gerust contact met ons op, we denken graag met je mee.

Buro360
Polluxweg 20
8938 AZ  LEEUWARDEN

058 26 55 526

Tweede Kamer stemt in met wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3

 

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen. Ondanks de aanzienlijke weerstand tegen het voorstel, stemde uiteindelijk een ruime meerderheid vóór.

 

Verder uitstel heeft de staatskas inmiddels al miljarden euro’s aan gemiste belastinginkomsten gekost. Bij extra vertraging zouden deze verliezen alleen maar verder oplopen. Het is de bedoeling dat het nieuwe belastingstelsel in 2028 in werking treedt.

Toch is het onzeker hoe lang dit stelsel stand zal houden. Het kabinet dat binnenkort aantreedt, zal vrijwel direct moeten beginnen met een volgende hervorming. De Kamer wil dat vermogenden voortaan pas belasting betalen over gerealiseerde winsten bij verkoop van beleggingen, in plaats van over zogenoemde ‘papieren’ winsten. Een meerderheid verzocht eerder deze week om uiterlijk op Prinsjesdag 2028 met een concreet plan te komen.

Daarnaast is ook een amendement aangenomen waarin is vastgelegd dat het nieuwe stelsel na drie jaar wordt geëvalueerd.

Staatssecretaris verduidelijkt gevolgen massaal bezwaar belastingrente

 

Staatssecretaris Heijnen heeft de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de consequenties van het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026. In dit arrest is geoordeeld dat het verhoogde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb) onverbindend is.

 

In zijn toelichting geeft de Staatssecretaris aan dat de Hoge Raad het verhoogde rentepercentage voor de Vpb buiten toepassing heeft verklaard. Dit betekent dat in alle gevallen waarin belastingrente wordt berekend, het reguliere rentepercentage moet worden toegepast. Voor de vennootschapsbelasting is het massaal bezwaar geregeld in het besluit van 7 februari 2025. Voor de inkomstenbelasting (IB) is het massaal bezwaar vastgelegd in het besluit van 16 april 2025.

Massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting

Naar aanleiding van het arrest is het kabinet van oordeel dat de rechtsvragen die zijn opgenomen in de aanwijzing massaal bezwaar belastingrente Vpb inmiddels definitief zijn beantwoord. De onderliggende zaak fungeerde als proefprocedure voor deze aanwijzing. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het verhoogde belastingrentepercentage in strijd is met zowel het evenredigheidsbeginsel als het gelijkheidsbeginsel. De overige rechtsvragen uit de aanwijzing die betrekking hadden op toetsing aan andere algemene rechtsbeginselen of aan hoger (verdrags)recht zijn door de Hoge Raad ontkennend beantwoord. Op basis van het arrest bestaat daarom geen aanleiding voor aanvullende overwegingen of tegemoetkomingen.

Massaal bezwaar belastingrente inkomstenbelasting

Hoewel voor de aanwijzing massaal bezwaar belastingrente IB geen proefprocedure was aangewezen, acht de Staatssecretaris ook deze rechtsvragen met het arrest beantwoord. De Hoge Raad heeft vastgesteld dat het reguliere belastingrentepercentage voor de inkomstenbelasting niet in strijd is met algemene rechtsbeginselen of met geschreven hoger recht. Dit rentepercentage is derhalve niet onverbindend. Ook de per 1 januari 2024 ingevoerde wijziging in de berekeningssystematiek van het toepasselijke belastingrentepercentage leidt niet tot een ander oordeel.

De Staatssecretaris neemt hiermee een duidelijk eigen standpunt in, zonder een nadere uitspraak van de Hoge Raad af te wachten. Tegelijkertijd lopen er nog verschillende procedures. Zo is bij de Hoge Raad nog een zaak aanhangig over de rechtmatigheid van de belastingrente in de inkomstenbelasting. In zijn conclusie heeft de Procureur-Generaal aangegeven dat een belastingrente van ten minste 4% op stelselniveau volgens hem niet in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. De Hoge Raad moet hierover nog arrest wijzen. Daarnaast loopt er nog een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland.

Collectieve uitspraken op bezwaar en uitvoeringsgevolgen

Op grond van artikel 25e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen moet, zodra de rechtsvragen uit een aanwijzing massaal bezwaar definitief zijn beantwoord, binnen zes weken een collectieve uitspraak op bezwaar worden gedaan. Met deze collectieve uitspraak beslist de inspecteur op alle bezwaren waarop de aanwijzing massaal bezwaar van toepassing is.

De inspecteur zal twee afzonderlijke collectieve uitspraken doen. De eerste ziet op het massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting. De bezwaren die onder deze aanwijzing vallen, zullen bij collectieve uitspraak gegrond worden verklaard. De tweede collectieve uitspraak betreft het massaal bezwaar belastingrente inkomstenbelasting. De bezwaren waarop deze aanwijzing van toepassing is, zullen ongegrond worden verklaard. Tegen een collectieve uitspraak staat geen beroep open.

Uiterlijk op 26 februari 2026 worden beide collectieve uitspraken gepubliceerd in de Staatscourant en op de website van de Belastingdienst. Binnen zes maanden na deze publicatie zullen de rentebeschikkingen waarin het verhoogde percentage is toegepast en die onder de aanwijzing massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting vallen, worden verminderd. De belastingrente wordt daarbij herberekend op basis van het toepasselijke reguliere percentage. Openstaande verzoeken tot herziening van belastingrente die is vastgesteld bij een voorlopige aanslag worden toegewezen, mits aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. De Belastingdienst heeft momenteel circa 30.000 van dergelijke bezwaren en verzoeken in behandeling.

De rentepercentages zijn inmiddels verwerkt in de IT-systemen van de Belastingdienst. Nieuwe beschikkingen belastingrente worden daarom berekend met toepassing van het juiste, reguliere percentage.

Concreet

In de praktijk betekent dit dat in bepaalde situaties nog steeds bezwaar moet worden gemaakt of een verzoek tot herziening van de belastingrente bij een voorlopige aanslag Vpb moet worden ingediend. Voor een overzicht van deze situaties wordt verwezen naar de website van de Belastingdienst, onder het kopje “Kan ik nog bezwaar maken tegen een aanslag vennootschapsbelasting met belastingrente?”. Waar in dit overzicht wordt gesproken over een aanslag vennootschapsbelasting, dient daaronder ook een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting te worden begrepen.

Het kan voorkomen dat al een verzoek tot herziening van een voorlopige aanslag Vpb is ingediend voordat een combinatiebrief kon worden verstuurd. Indien op dat verzoek een afwijzende beschikking is gegeven, eindigt de bezwaartermijn op de dag van dagtekening van de definitieve aanslag Vpb. Ligt de dagtekening van de afwijzende beschikking binnen zes weken vóór de dagtekening van de definitieve aanslag, dan eindigt de bezwaartermijn zes weken na de dagtekening van de afwijzende beschikking. Zo eindigt bijvoorbeeld de bezwaartermijn op 23 februari 2026 indien de afwijzende beschikking is gedagtekend op 12 januari 2026 en de definitieve aanslag Vpb is opgelegd op 14 januari 2026.

Met het doen van de collectieve uitspraken op bezwaar komt tevens een einde aan de massaal bezwaarprocedure voor de belastingrente. Bezwaarschriften die daarna worden ingediend, zullen individueel door de inspecteur worden behandeld en vereisen, indien nodig, een individueel beroep. Het is daarom raadzaam om met de cliënt te bespreken of deze route nog wenselijk is en deze keuze schriftelijk vast te leggen. Daarbij merken wij op dat wij de kans gering achten dat de Hoge Raad het belastingrentepercentage voor de inkomstenbelasting en de overige belastingen die zijn genoemd in het besluit massaal bezwaar van 16 april 2025 alsnog onverbindend zal verklaren. Dit oordeel baseren wij op de overwegingen ten overvloede in het arrest van 16 januari 2026 en op de eerdergenoemde conclusie van de Procureur-Generaal.

Continuïteit onderneming rechtvaardigt verlaging gebruikelijk loon

De enkele omstandigheid dat betaling van het gebruikelijke loon tot een verlies leidt, vormt op zichzelf geen zakelijke reden om het loon te verlagen. Wanneer echter sprake is van een structurele verliessituatie waarbij uitbetaling van het eerder vastgestelde gebruikelijke loon de continuïteit van de onderneming in gevaar brengt, kan een verlaging wél gerechtvaardigd zijn. Dat oordeelt het gerechtshof Den Haag.

Achtergrond van de zaak

De BV in kwestie houdt zich bezig met de in- en verkoop van edelmetalen, het verpanden van edelmetalen en registergoederen en de bewerking van edelmetalen. De dga is zowel enig aandeelhouder als enig werknemer. In januari 2023 doet de BV aangifte loonheffingen naar een belastbaar loon van € 48.000. Omdat betaling uitblijft, legt de inspecteur een naheffingsaanslag op voor dit bedrag plus een verzuimboete. Na bezwaar verlaagt de inspecteur het belastbare loon tot € 25.000.

De BV is het daarmee niet eens en stapt naar de rechtbank Den Haag. Die stelt het gebruikelijke loon verder omlaag vast op € 7.500, omdat betaling van een hoger loon de continuïteit van de onderneming in gevaar zou brengen. De inspecteur gaat daarop in hoger beroep bij het hof Den Haag.

Wettelijk kader en parlementaire geschiedenis

Het hof wijst op artikel 12a Wet LB: het gebruikelijke loon bedraagt in beginsel minimaal € 48.000 (voor 2022). Een lager loon is mogelijk als aannemelijk wordt gemaakt dat in vergelijkbare dienstbetrekkingen een lager loon gebruikelijk is.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een slechte financieel‑economische positie aanleiding kan zijn om het gebruikelijke loon te verlagen. De wetgever heeft bij de parlementaire behandeling overwogen dat verlaging zakelijk is wanneer betaling van het loon de continuïteit van de onderneming zou bedreigen.

Onmiddellijke bedreiging van de continuïteit

Het hof stelt vast dat betaling van een loon van € 25.000 in 2022 zou hebben geleid tot onmiddellijke discontinuïteit. De BV beschikte niet over voldoende liquiditeiten; om het loon te kunnen betalen, zouden voorraden of bedrijfsmiddelen moeten worden verkocht. Daardoor zou het noodzakelijke ondernemingskapitaal verdwijnen.

Dat de onderneming op dat moment nog niet structureel verlieslatend was, doet volgens het hof niet ter zake. Doorslaggevend is de vraag of uitbetaling van het loon de bedrijfsvoering direct onder druk zet. De stelling van de inspecteur dat alleen hoeft te worden gekeken of voldoende liquiditeiten aanwezig zijn om de loonheffing af te dragen, vindt het hof in strijd met de parlementaire toelichting.

Financiële onderbouwing door de BV

De BV wijst op de zeer beperkte winsten in de jaren 2019–2021, de verliezen vanaf 2022 en haar beperkte eigen vermogen. De dga heeft zich in deze periode geen loon uitbetaald en ook op geen andere wijze gelden aan de BV onttrokken. Het hof acht aannemelijk dat het schaarse eigen vermogen – inclusief een eenmalige coronasteun in 2021 – noodzakelijk was voor voortzetting van de onderneming, onder meer voor de aankoop van voorraden en investeringen in bedrijfsmiddelen.

Daarnaast speelde mee dat de verhuurder van het winkelpand de huur eind 2024 wilde beëindigen, waarna de BV heeft besloten de onderneming in 2025 te staken.

Rol van latere feiten

Het hof benadrukt dat feiten na 31 december 2022 in principe geen rol spelen bij de toepassing van artikel 12a Wet LB. Toch moet de inspecteur bij zijn besluitvorming wél onder ogen zien dat de onderneming ook daarna verliesgevend bleef en in 2025 – afgezien van een leegverkoop – is gestaakt.

Eindoordeel

Het hof concludeert dat de BV heeft voldaan aan haar bewijslast: het door de inspecteur aangenomen gebruikelijke loon van € 25.000 is te hoog vastgesteld. De rechtbank heeft het loon terecht verlaagd tot € 7.500.

EU-landen bereiken akkoord over digitale euro

 

Op 19 december hebben de EU-lidstaten een akkoord bereikt over de invoering van een digitale euro. De daadwerkelijke introductie laat echter nog op zich wachten: op zijn vroegst in 2029. Eerst moet het Europees Parlement instemmen, waarna de lidstaten en het Parlement samen tot een definitief besluit moeten komen.

 

Het akkoord volgde op een voorstel dat de Europese Commissie in juni 2023 presenteerde. Nederland heeft in de onderhandelingen sterk ingezet op strenge privacyvoorwaarden, niet-programmeerbaarheid en de mogelijkheid om de digitale euro offline te gebruiken. Volgens het ministerie van Financiën zijn deze punten nu stevig verankerd in de ontwerpverordening. Daarnaast heeft Nederland erop aangedrongen dat de kosten voor winkeliers laag blijven.

Digitale euro

De digitale euro wordt een digitale variant van contant geld die wordt uitgegeven door de Europese Centrale Bank (ECB). Het vormt een extra betaalmiddel naast banktegoeden en fysiek contant geld, waarbij gebruik niet verplicht is. Burgers zullen voor digitale euro’s bij hun bank een aparte rekening kunnen openen. Betalen kan via de bankapp, een app van de ECB of een speciale betaalkaart.

Online en offline betalen

Er komen twee varianten: een online en een offline digitale euro. De online versie kent een vergelijkbaar privacyniveau als bestaande digitale betaalmethoden, zoals pinnen of betalen met de mobiele telefoon. De offline variant biedt meer privacy en werkt bijvoorbeeld door twee telefoons dicht bij elkaar te houden. Hierdoor zijn betalingen ook mogelijk bij internetstoringen, stroomuitval of wanneer banksystemen tijdelijk niet beschikbaar zijn.

Winkeliers worden verplicht om digitale euro’s te accepteren. Als zij nu pinbetalingen toestaan, moeten zij ook betalingen met de digitale euro accepteren. Het ministerie van Financiën benadrukt dat dit voor Nederlandse winkeliers in de eerste jaren niet duurder zal zijn dan bestaande betaalmethoden en dat er ook op langere termijn maatregelen zijn om hoge kosten te voorkomen.

Niet bedoeld om te sparen

De digitale euro is bedoeld als betaalmiddel en niet om vermogen op te bouwen. Daarom wordt er een aanhoudingslimiet ingesteld: gebruikers kunnen maar een beperkt aantal digitale euro’s aanhouden. Net als contant geld levert een digitale euro geen rente op. Daarnaast hebben de EU-landen unaniem vastgelegd dat de digitale euro – of de technologie erachter – niet programmeerbaar mag zijn. Het gebruik kan dus niet worden gekoppeld aan specifieke bestedingsdoelen.

Kosten

Standaarddiensten zoals het openen of sluiten van een digitale-eurorekening en het doen van betalingen worden kosteloos voor consumenten. De ontwikkeling en het beheer van het systeem brengen echter wel kosten met zich mee. De Europese Centrale Bank neemt een deel van de kosten van het betalingsverkeer op zich. Banken, betaaldienstverleners en winkeliers leveren eveneens een bijdrage. In de beginjaren worden winkeliers beschermd tegen hogere tarieven. Zodra duidelijk is wat de feitelijke kosten voor banken en betaaldienstverleners zijn, worden de tarieven daarop aangepast.

NOAB luidt de noodklok over box 3-wetgeving

De Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen (NOAB), waarbij meer dan duizend administratie- en belastingadvieskantoren zijn aangesloten, slaat alarm over de huidige box 3-wetgeving. Uit een onderzoek onder de leden blijkt dat de systematiek leidt tot onrechtvaardige belastingheffing, ingewikkelde rekenschema’s, een hoge administratieve belasting en verplichtingen die in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar zijn voor burgers én adviseurs.

 

NOAB-leden constateren dat de feitelijke belastingdruk – mede door de afbouw van inkomensafhankelijke heffingskortingen – voor veel belastingplichtigen aanzienlijk hoger uitvalt dan het nominale tarief van 36 procent. Vooral mensen met lagere inkomens worden hierdoor relatief zwaar getroffen. Volgens de organisatie zorgt dit voor “onbegrip en wantrouwen richting het belastingstelsel”.

Vastgoed

Een belangrijk knelpunt is de verplichte belastingheffing vanaf 2026 over vastgoed dat uitsluitend ter beschikking staat, ook wanneer er geen sprake is van gebruik of rendement, zoals bij leegstand of na overlijden. De bevraagde adviseurs ervaren deze systematiek als onredelijk en in strijd met het uitgangspunt dat belasting wordt geheven over werkelijk inkomen.

Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat de combinatie van het kasstelsel en de jaarlijkse keuze tussen forfaitair en werkelijk rendement ongewenste timing- en stuurmogelijkheden creëert. Tegelijkertijd vinden leden het systeem te technisch en te wisselend voor gewone belastingplichtigen om goed te kunnen begrijpen.

Uitvoerbaarheid onder druk

Veel respondenten maken zich zorgen over de toenemende complexiteit van waarderingen, bijvoorbeeld bij familieleningen, schulden en valutaposities. Voor veel belastingplichtigen is deze regelgeving in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar, terwijl de administratieve lasten blijven toenemen.

Met het oog op 2028 – wanneer het werkelijk rendement voor alle belastingplichtigen leidend wordt – vrezen de NOAB-leden dat de belastingpraktijk nog verder onder druk komt te staan. Volgens de organisatie dreigt het stelsel “onuitvoerbaar te worden: de belastingplichtige kan het niet meer volgen, de adviseur kan het nauwelijks uitleggen en de Belastingdienst kan het niet adequaat uitvoeren”.

Oproep tot vereenvoudiging

NOAB pleit daarom voor een fundamentele vereenvoudiging van box 3, met duidelijke en praktisch toepasbare regels die aansluiten bij de economische realiteit. De organisatie vraagt om meer rechtszekerheid en een beperking van moeilijk beïnvloedbare ficties, die volgens hen “leiden tot heffing over rendement dat in werkelijkheid niet bestaat”.

Ook heeft de NOAB een overzicht gepubliceerd van de door leden aangedragen knelpunten. Deze kan je hier vinden.

Kabinet kan verder met belastingplannen voor 2026

 

Vanaf 1 januari 2026 veranderen diverse belastingen door eerder aangenomen wetsvoorstellen en het Belastingplan 2026. Dit pakket is op 16 december goedgekeurd door de Eerste Kamer.

 

Staatssecretaris Eugène Heijnen (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) benadrukt dat het demissionaire kabinet belastingmaatregelen blijft aanpassen of schrappen als ze niet effectief blijken. “Tot het aantreden van een nieuw kabinet blijf ik werken aan een beter belastingstelsel,” aldus Heijnen.

Uit evaluaties blijkt dat sommige regelingen niet het gewenste effect hebben of niet efficiënt zijn. Zo wordt het lage tarief in de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor kampeerauto’s versoberd en vervalt het voor paardenvervoer.

Hotels en logies duurder

Het verlaagde btw-tarief voor logies verdwijnt. Vanaf 2026 geldt voor hotelovernachtingen, vakantiewoningen en stacaravans 21 procent btw in plaats van 9 procent. Dit geldt ook voor kortdurende huisvesting (maximaal zes maanden) voor bijvoorbeeld werknemers, studenten, asielzoekers en daklozen.

Zakelijke fiets

Daarnaast verdwijnt een onduidelijkheid in de bijtelling voor zakelijke fietsen: vanaf 2026 hoeft geen 7 procent bijtelling meer betaald te worden als een werknemer de fiets ook privé gebruikt.

Inkomen en ondernemen

Om de terugdraaiing van de btw-verhoging op cultuur, media en sport te financieren, worden de inkomstenbelastingtarieven en heffingskortingen niet volledig geïndexeerd. Hierdoor schuiven belastingplichtigen iets sneller door naar een hogere schijf.

  • Eerste schijf: € 39.357 (was € 38.441)
  • Tweede schijf: € 79.137 (was € 76.817)

De arbeidskorting wordt aangepast: inkomensgrenzen gaan omlaag, waardoor deeltijdwerkers met een inkomen onder het minimumloon meer arbeidskorting krijgen.

Tanken

De accijnskorting op benzine, diesel en LPG blijft tot 1 januari 2027, maar wordt verlaagd. Nieuwe tarieven:

  • Benzine: € 0,84 per liter
  • Diesel: € 0,55 per liter
  • LPG: € 0,20 per liter

Zelfstandigenaftrek

Voor zelfstandigen daalt de zelfstandigenaftrek naar € 1.200. Het vrijgestelde maandbedrag voor vervroegd pensioen stijgt met € 300 bruto, zodat oudere werknemers met zwaar werk eerder kunnen stoppen.

Buitenlandse werknemers

De ETK-regeling voor buitenlandse werknemers wordt versoberd: extra kosten voor levensonderhoud en privégesprekken met het thuisland zijn niet langer belastingvrij.

Vermogen en woning

Binnen de erf- en schenkbelasting worden constructies met ongelijke vermogensverdeling tussen partners aangepakt. Echtgenoten betalen voortaan over de helft van de gemeenschap van goederen belasting, ook bij papieren verdelingen. De aangiftetermijn voor erfbelasting wordt verruimd van 8 naar 20 maanden.

De lastenverzwaring in box 3 is teruggedraaid. In plaats daarvan wordt de Wet Hillen versneld afgebouwd: de belastingkorting voor mensen met een (bijna) afgeloste hypotheek verdwijnt in 2041 in plaats van 2048.

Wie in 2026 een tweede woning koopt, betaalt minder overdrachtsbelasting: het tarief daalt van 10,4 naar 8 procent.

Klimaat en auto

Het kabinet wil vergroening van het wagenpark stimuleren. Het verlaagde bpm-tarief voor emissievrije auto’s gaat ook gelden voor emissievrije motoren en speciale voertuigen zoals kampeerauto’s en rolstoelvervoer. Tegelijk worden bpm-tarieven aangepast om brandstofauto’s zuiniger te maken.

De korting op de bijtelling voor emissieloze auto’s van de zaak wordt met twee jaar verlengd. Om dit te bekostigen, wordt de youngtimerregeling versoberd: vanaf 2027 geldt deze alleen voor auto’s van 25 jaar of ouder.

Voor vrachtwagens tussen 3.500 en 12.000 kg komt per 1 juli 2026 een vrachtwagenheffing in plaats van mrb. Hoe schoner en lichter het voertuig, hoe lager het tarief per kilometer. Voor zwaardere vrachtwagens daalt de mrb.

Bedrijven gaan belasting betalen over een groter deel van hun drinkwatergebruik: het heffingsplafond stijgt van 300 naar 50.000 kubieke meter. Daarnaast wordt een CO₂-heffing ingevoerd voor bepaalde goederen van buiten de EU, zoals ijzer, staal en aluminium.

Crypto en belastingontduiking

Vanaf 2026 moeten crypto-aanbieders persoonsgegevens en transactiegegevens van klanten verzamelen en uiterlijk 31 januari 2027 rapporteren aan de Belastingdienst. Zo kan beter worden gecontroleerd of crypto’s correct zijn opgegeven in de aangifte. De wet wordt begin 2026 behandeld en werkt terug tot 1 januari 2026.

Prinsjesdag: Burgers

 

Belangrijke punten Prinsjesdag/Belastingplan 2026 voor burgers.

Brandstofaccijns

De accijnskorting op benzine, diesel en LPG wordt met één jaar verlengd en blijft van kracht tot 1 januari 2027. Dit betekent dat de accijns op een liter benzine € 0,79 blijft, op diesel € 0,52 en op LPG € 0,19.

Inkomstenbelasting

Om de kosten van het terugdraaien van de btw-verhoging op cultuur, media en sport te dekken, worden de schijven van de inkomstenbelasting en de heffingskortingen niet volledig geïndexeerd op inflatie. In 2026 stijgt de eerste belastingschijf van € 38.441 naar € 38.883. De tweede schijf wordt verhoogd van € 76.817 naar € 79.137.

Werken wordt aantrekkelijker doordat het belastingtarief in de eerste schijf daalt naar 35,06% en de arbeidskorting wordt verhoogd. Tegelijkertijd wordt de zelfstandigenaftrek fors verlaagd tot € 1.200.

Erfbelasting

Het kabinet streeft naar een eerlijkere behandeling van vermogen dat wordt doorgegeven via erfenissen en schenkingen. Bij het beëindigen van een huwelijk – door echtscheiding of overlijden – zullen echtgenoten voortaan schenk- of erfbelasting betalen over de helft van de gemeenschap van goederen, zelfs wanneer deze op papier ongelijk is verdeeld. Daarnaast wordt de aangiftetermijn voor erfbelasting na overlijden verruimd van 8 naar 20 maanden.

Box 3

In box 3 wordt het heffingsvrije vermogen verlaagd van € 57.684 naar € 51.396, om financiële ruimte te creëren voor de hersteloperatie. Het fictieve rendement op overige bezittingen stijgt van 5,88% naar 7,78%. Ook in 2026 blijft de tegenbewijsregeling van kracht.

Wetsvoorstel Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht

Volgens de staatssecretaris mogen belasting- en inhoudingsplichtigen geen informatieachterstand hebben ten opzichte van de inspecteur. Het kabinet is het daarmee eens en vindt het wenselijk dat belastingplichtigen op het moment dat een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking wordt opgelegd, recht hebben op inzage in de stukken die de inspecteur tot zijn beschikking heeft (of heeft gehad) en die relevant zijn voor zijn besluitvorming of voor het oplossen van eventuele geschillen.

Op 31 december 2025 treedt een artikel in werking in de Algemene wet inzake rijksbelastingen dat dit inzagerecht formeel vastlegt. De Belastingdienst en de Douane geven echter aan dat de uitvoering in de huidige vorm en met de geplande datum niet haalbaar is. De benodigde documenten zijn verspreid over verschillende processen, applicaties en systemen, en er zijn ingrijpende aanpassingen nodig in de ICT-structuur en digitale portalen. Ook moeten er nieuwe faciliteiten komen voor medewerkers om dossiers goed te kunnen samenstellen. Bovendien maakt het ontbreken van een duidelijke afbakening van het inzagerecht bezwaar- en beroepsprocedures complexer, wat kan leiden tot vertragingen in de toegang tot dossiers voor belastingplichtigen.

Nieuw wetsvoorstel
Met het nieuwe wetsvoorstel wil het kabinet het inzagerecht zodanig vormgeven dat belastingplichtigen daadwerkelijk toegang krijgen tot alle relevante stukken die betrekking hebben op een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking, terwijl de uitvoering werkbaar blijft voor de Belastingdienst en de Douane. Het recht op inzage wordt gekoppeld aan het moment waarop het besluit wordt bekendgemaakt en geldt niet alleen voor belastingaanslagen, maar ook voor andere beschikkingen, zoals informatiebeschikkingen.

Het voorstel regelt dat belastingplichtigen uiterlijk bij de bekendmaking van het besluit toegang krijgen tot de relevante stukken via de bestaande digitale portalen van de Belastingdienst en de Douane. Daarbij wordt gekozen voor een gefaseerde invoering per type rijksbelasting, met een tijdelijke regeling die het mogelijk maakt om al stukken beschikbaar te stellen voordat het volledige dossier compleet is.

Doordat de Belastingdienst actief inzage verleent, vervalt de noodzaak voor een afzonderlijke beslissing op een verzoek tot inzage. Als een belastingplichtige van mening is dat het dossier onvolledig is, kan hij dit aan de orde stellen in de bezwaarprocedure. Het wetsvoorstel is zo opgesteld dat het tegemoetkomt aan de wens van belastingplichtigen om meer transparantie te krijgen in de besluitvorming, terwijl het tegelijkertijd zorgt voor een uitvoerbare implementatie door de betrokken uitvoeringsorganisaties.

NB: Het Belastingplan wordt na het verkiezingsreces behandeld in de Tweede Kamer. In december volgt de behandeling in de Eerste Kamer. Pas na akkoord van beide Kamers zijn de plannen definitief.
Het volledige Belastingplan met extra informatie vind je hier

Nederlander besteedt weinig aandacht aan pensioen

 

Zes op de tien Nederlanders besteden meer tijd aan het plannen van hun vakantie dan aan hun pensioen. Veel mensen hebben geen duidelijk beeld van hun toekomstige pensioeninkomen.

 

Dat blijkt uit een onderzoek onder 1.200 Nederlanders, uitgevoerd in opdracht van online pensioenbank Brand New Day. De aandacht voor pensioen is beperkt: 61% van de ondervraagden geeft aan geen concreet pensioendoel of plan te hebben.

Tien procent heeft al vijf jaar of langer niet meer naar de eigen pensioenopbouw gekeken. Zeven procent heeft er zelfs nog nooit naar gekeken. Bij zestigplussers ligt dat percentage op drie procent.

Volgens de directeur van Brand New Day, verdient pensioen meer aandacht. Veel Nederlanders bouwen namelijk te weinig pensioen op. “Slechts negen procent besteedt jaarlijks meer tijd aan pensioenplanning dan aan het plannen van vakanties”.

Waarom zo weinig aandacht?

De belangrijkste reden dat mensen zich weinig verdiepen in hun pensioen, is dat ze erop vertrouwen dat het wel goed geregeld is. Dat zegt 35% van de ondervraagden.

Daarnaast vindt 22% pensioen te ingewikkeld. Vooral twintigers ervaren pensioen als complex en kijken relatief weinig naar hun eigen opbouw. Twaalf procent van hen heeft er nog nooit naar gekeken. “Vooral bij mensen zonder pensioenregeling via hun werkgever zien we dat pensioen vaak wordt uitgesteld, dat kan heel risicovol zijn.”

Belangrijke fiscale aandachtspunten: voorkom verrassingen

Wet excessief lenen: Drempel verlaging

Vanaf 2024 is de drempel voor excessief lenen bij de eigen bv verlaagd van €700.000 naar €500.000. Dit betekent dat als je – samen met je fiscale partner – meer dan €500.000 leent van je bv, het meerdere wordt belast als inkomsten uit aanmerkelijk belang (box 2)

Deze maatregel is bedoeld om het langdurig oppotten van vermogen in de bv te ontmoedigen. Het is daarom belangrijk om je leningen goed in de gaten te houden en tijdig actie te ondernemen als je boven de nieuwe grens uitkomt.

Heb je vragen over je situatie of wil je weten of je actie moet ondernemen? Neem dan gerust contact met ons op. Wij denken graag met je mee.

Je voorlopige aanslag controleren; voorkom belastingrente door een (aanvullende) voorlopige aanslag

Inmiddels heb je mogelijk de voorlopige aanslag inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting ontvangen. Klopt het belastbaar bedrag of moet er actie ondernomen worden? In geval er actie ondernomen moet worden, neem dan contact met ons op. Dan kunnen wij de fiscus verzoeken de aanslag te verhogen of te verlagen. Deze actie is mede gelet op de door de fiscus in rekening te brengen belastingrente

Belastingrente
De belastingrente voor de inkomstenbelasting 2024 bedraagt 7,5 procent. Voor de vennootschapsbelasting bedraagt deze 10 procent.

Vanaf 2025 zijn deze 6,5 en 9,0 procent.
Laat op tijd een goede schatting maken van het belastbaar inkomen (of de winst van jouw onderneming), hierdoor kan belastingrente worden voorkomen.

Voor meer informatie over de voorlopige aanslag kun je mailen naar of bellen met je relatiedrager via 058-2655526

Doorgeven werkelijk rendement box 3

De Belastingdienst stuurt sinds half juli de eerste brieven inzake het werkelijk rendement. Deze brieven worden naar de klant gestuurd, en niet naar de belastingconsulent. Indien je deze brief ontvangt, zouden wij deze graag van je krijgen.
Dit mag per post of per e-mail naar info@b360.nl

Verhoging forfait overige bezittingen box 3

Het nieuwe box 3-stelsel, waarin belasting wordt geheven over het werkelijke rendement op vermogen, is uitgesteld tot ten minste 2028. Om deze budgettaire tegenvaller op te vangen, voert het kabinet vanaf 2026 aanpassingen door binnen het huidige stelsel.

Voorgesteld wordt om per 2026 het forfait voor de categorie overige bezittingen te verhogen naar 7,78% (2025: 5,88%). Daarnaast wordt voorgesteld per 2026 het heffingsvrije vermogen te verlagen naar € 51.396 (2025: € 57.684).