Kabinet wijzigt concurrentiebeding voor meer bewegingsvrijheid werknemers

 

Het kabinet wil het voor werknemers eenvoudiger maken om van werkgever te veranderen. Omdat veel werknemers gebonden zijn aan een concurrentiebeding, ondervinden werkgevers daarnaast steeds meer moeite om nieuw personeel aan te trekken. Om die reden worden de regels rondom het concurrentiebeding aangepast.

 

Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het wetsvoorstel Modernisering concurrentiebeding voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Hiermee geeft het kabinet uitvoering aan afspraken uit het coalitieakkoord.
Een van de belangrijkste wijzigingen is dat werkgevers een vergoeding moeten betalen aan werknemers wanneer zij een beroep doen op een concurrentiebeding. Daarnaast wordt de maximale looptijd van een dergelijk beding beperkt tot één jaar. Ook moet voortaan duidelijk worden vastgelegd binnen welk geografisch gebied het concurrentiebeding van toepassing is.

Eenvoudiger overstappen naar een andere baan

Volgens minister Vijlbrief draagt de modernisering van het concurrentiebeding bij aan eerlijk werk en meer kansen voor werknemers. Veel mensen zetten momenteel geen volgende stap in hun loopbaan vanwege de beperkingen van een concurrentiebeding, terwijl werkgevers juist kampen met personeelstekorten. Het kabinet wil daarom het gebruik van deze bedingen terugdringen.

In de praktijk houdt een concurrentiebeding in dat een werknemer na afloop van het dienstverband niet direct in dienst mag treden bij een concurrerend bedrijf. Ook een relatiebeding, waarbij werken voor klanten of zakelijke relaties van de voormalige werkgever wordt verboden, valt hieronder. Het doel hiervan is het beschermen van bedrijfsgevoelige informatie, zoals bedrijfsgeheimen en klantgegevens.

Gebruik van concurrentiebedingen neemt toe

Uit onderzoek blijkt volgens het kabinet dat het gebruik van concurrentiebedingen de afgelopen jaren sterk is gestegen en inmiddels ongeveer een derde van alle werknemers ermee te maken heeft. In veel gevallen lijkt hiervoor echter geen noodzaak te bestaan, omdat werknemers geen toegang hebben tot vertrouwelijke bedrijfsinformatie of klantgegevens.

Toch wordt een concurrentiebeding regelmatig opgenomen om te voorkomen dat medewerkers overstappen naar een concurrent. Volgens het kabinet belemmert dit de mobiliteit op de arbeidsmarkt en beperkt het de mogelijkheden voor werknemers om van baan te wisselen.
Het streven is om het wetsvoorstel na advisering door de Raad van State eind 2026 aan de Tweede Kamer aan te bieden.

Informatie inzake contante betalingen

 

Sinds 1 januari 2026 geldt een verbod op contante betalingen van € 3.000 of meer voor ondernemers die goederen kopen of verkopen. Verkoop je bijvoorbeeld auto’s, kunst, elektronica, sieraden of andere goederen? Dan mag je dergelijke bedragen niet meer contant ontvangen of betalen.

 

Het doel van deze maatregel is het tegengaan van witwassen en andere vormen van financiële criminaliteit.
Het verbod geldt voor alle ondernemers die handelen in goederen. Op dit moment vallen diensten nog niet onder deze regeling. Voor dienstverleners wordt vanuit Europese regelgeving op een later moment ook een limiet voor contante betalingen ingevoerd.

Meer informatie over het verbod vind je hier.

Let op: opsplitsen mag niet

Het is niet toegestaan om een betaling van meer dan € 3.000 op te delen in meerdere kleinere contante betalingen om zo onder de grens te blijven. Ook wanneer een transactie in delen wordt betaald, kan deze onder het verbod vallen.

Extra oplettendheid in bepaalde sectoren

Er zijn signalen dat criminelen proberen uit te wijken naar branches waar nog relatief veel met contant geld wordt gewerkt. Dit betekent niet dat er direct iets mis is, maar wel dat ondernemers in deze sectoren extra alert moeten zijn op ongebruikelijke betaalverzoeken.
Denk hierbij onder andere aan:

  • reisbureaus en reisorganisaties;
  • horecaondernemingen;
  • bedrijven in de persoonlijke verzorging en cosmetische behandelingen;
  • makelaars en andere bemiddelingsdiensten;
  • arbeidsintensieve sectoren zoals schoonmaak, bouw en transport.

Waar kun je als ondernemer op letten?

Wees extra alert wanneer:
– een klant grote bedragen contant wil betalen;
– een klant vraagt om een betaling op te splitsen in meerdere kleinere contante transacties;
– betalingen via buitenlandse constructies lopen zonder duidelijke zakelijke reden;
– er sprake is van ongebruikelijke betaalmethoden die afwijken van wat binnen jouw onderneming gebruikelijk is.
Twijfel je of een betaling onder de nieuwe regels valt? Neem dan tijdig contact met ons op. Zo voorkom je dat je onbedoeld in strijd handelt met de wet- en regelgeving.

Betalingsfraude neemt fors toe: extra alertheid blijft noodzakelijk

 

Ondernemers doen er goed aan extra alert te zijn op betalingsfraude. Het aantal frauduleuze transacties bij overschrijvingen, kaartbetalingen en contante geldopnames in Nederland is vorig jaar met 30 procent gestegen tot ongeveer 658.000 gevallen. Het totale fraudebedrag liep daarbij op met 22 procent naar 198 miljoen euro.

 

Dat blijkt uit recente cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB). Volgens de cijfers maken fraudeurs steeds vaker gebruik van geavanceerde vormen van misleiding, terwijl snelle betaalmethoden het lastiger maken om fraude achteraf terug te draaien.
Vooral bij bankoverschrijvingen is een sterke stijging zichtbaar. Fraudeurs zetten daarbij steeds vaker social engineering in: zij doen zich bijvoorbeeld voor als een leverancier, klant, bankmedewerker of bekende relatie en verleiden slachtoffers om zelf geld over te maken naar een frauduleuze rekening. Ook phishing blijft een veelgebruikte methode om betaal- en inloggegevens buit te maken.

Vooral opletten bij snelle betalingen

Van alle fraudevormen nam het aantal fraudegevallen bij Europese bankoverschrijvingen het sterkst toe. In 2025 werden ruim 129.000 frauduleuze overschrijvingen geregistreerd, een stijging van 55 procent ten opzichte van een jaar eerder. Het fraudebedrag liep hierbij op tot circa 148 miljoen euro.
De toename is volgens DNB vooral zichtbaar bij instantbetalingen, waarbij een betaling binnen enkele seconden wordt verwerkt. Zodra het geld is overgemaakt, is ingrijpen vaak lastig. Ook internationale betalingen blijken aantrekkelijk voor fraudeurs.

Controle blijft de beste verdediging

Voor ondernemers onderstreepen deze cijfers het belang van goede interne controles. Controleer betaalverzoeken zorgvuldig, zeker wanneer rekeningnummers wijzigen of wanneer er sprake is van tijdsdruk. Wees daarnaast alert op verdachte e-mails, sms-berichten en telefoontjes waarin om betaal- of inloggegevens wordt gevraagd.
Hoewel het aantal frauduleuze transacties nog altijd beperkt is ten opzichte van het totale betalingsverkeer, laten de cijfers van DNB zien dat de risico’s toenemen. Een extra controle vooraf kan veel financiële schade achteraf voorkomen.

Bron: De Nederlandsche Bank (DNB).

Subsidieregelingen voor emissievrije mobiliteit geopend

 

Nederland werkt toe naar volledig uitstootvrij vervoer in 2050. Om deze ontwikkeling te ondersteunen, stimuleert de overheid investeringen in elektrische mobiliteit, laadinfrastructuur en waterstoftechnologie met verschillende subsidieregelingen.

 

Ondernemers die laadpalen willen plaatsen of bestaande laadinfrastructuur willen uitbreiden, kunnen mogelijk een vergoeding ontvangen voor een deel van de investeringskosten. Dit geldt voor zowel private als publieke laadlocaties.
De volgende regelingen zijn momenteel beschikbaar:

Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur (SPriLa)
Voor investeringen in laadpalen voor elektrische voertuigen op eigen terrein. Meer informatie.
* In 2026 opende de nieuwe aanvraagperiode op 20 januari en sluit deze op 18 december 2026.

Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer (SPuLa)
Voor het aanleggen of uitbreiden van publieke laadlocaties voor zwaar vervoer. Een voorwaarde is dat de laadpunten openbaar toegankelijk zijn. Meer informatie.
* In 2026 opende de aanvraagperiode op 3 februari en sluit deze op 18 december 2026.

Zorg voor een volledige aanvraag

Bij investeringen in emissievrije mobiliteit komt vaak meer kijken dan alleen de subsidieaanvraag. Hoewel een subsidie een deel van de kosten kan compenseren, is aanvullende financiering meestal noodzakelijk. Het is daarom verstandig om vooraf inzicht te hebben in de totale investering en de beschikbare financieringsmogelijkheden, zoals eigen middelen, andere subsidieregelingen of externe financiering.

Meer bedrijven in Nederland dankzij groei aantal starters en minder stoppers

 

Het aantal bedrijven in Nederland blijft toenemen. Dat komt doordat meer ondernemers een bedrijf starten, terwijl het aantal stoppers en faillissementen juist afneemt.

 

Volgens de Kamer van Koophandel (KVK) is er sprake van een duidelijke positieve ontwikkeling. Waar vorig jaar nog minder ondernemers begonnen en juist meer bedrijven stopten, lijkt het ondernemersvertrouwen inmiddels te zijn toegenomen. Hoogleraar strategie, organisatie en ondernemerschap Erik Stam van de Universiteit Utrecht ziet hierin een teken van optimisme. Volgens hem zorgt de stabielere binnenlandse politieke situatie ervoor dat geopolitieke onzekerheden minder zwaar wegen.

Aantal starters neemt verder toe

Na een stijging in het eerste kwartaal zette de groei van het aantal nieuwe bedrijven ook in het tweede kwartaal door. In totaal werden ruim 56.000 nieuwe ondernemingen opgericht, een toename van bijna 5 procent ten opzichte van dezelfde periode eerder.

Tegelijkertijd daalde het aantal ondernemers dat zijn of haar activiteiten beëindigde met ruim 9 procent. Daarmee wordt de neerwaartse trend die in het eerste kwartaal zichtbaar werd voortgezet. Destijds was voor het eerst in tweeënhalf jaar sprake van een afname van het aantal stoppers.
Ook het aantal faillissementen lag lager dan een jaar geleden. In het tweede kwartaal gingen 813 bedrijven failliet, tegenover 932 in dezelfde periode vorig jaar.

Ondernemers ervaren beperkte gevolgen van internationale spanningen

De KVK publiceerde eerder deze week ook een onderzoek naar de invloed van internationale ontwikkelingen op ondernemers. Daaruit blijkt dat veel Nederlandse ondernemers weinig tot geen directe gevolgen ondervinden van de oorlog in het Midden-Oosten, geopolitieke spanningen en internationale handelsmaatregelen.
Ondanks die bevindingen benadrukt de KVK dat veel ondernemers nog altijd te maken hebben met economische onzekerheid en een aanhoudend tekort aan personeel.

Bron: ANP/KVK

Hoge Raad: geen compensatie voor niet-bezwaarmakers in box 3

Heb je niet op tijd bezwaar gemaakt tegen de onterechte box 3-heffing? Dan heb je geen recht op teruggave. Dat heeft de Hoge Raad op 25 juni bepaald.

De hoogste rechter sluit zich aan bij het advies van de advocaat-generaal, die eerder al aangaf dat niet iedereen gecompenseerd hoeft te worden voor de onrechtmatige vermogensrendementsheffing over de jaren 2017 tot en met 2020.

Kerstarrest als basis

Deze uitspraak is belangrijk voor alle belastingplichtigen die geen bezwaar hebben gemaakt, maar zich wel beroepen op het bekende ‘Kerstarrest’ van december 2021. In dat arrest oordeelde de Hoge Raad dat het box 3-stelsel, dat in 2017 werd ingevoerd, in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Heb je wél op tijd bezwaar gemaakt? Dan had je recht op vermindering van je aanslag, bijvoorbeeld wanneer er werd uitgegaan van een fictief rendement dat hoger lag dan je werkelijke rendement. Toch vonden ook niet-bezwaarmakers dat zij recht hadden op diezelfde vermindering.

Proefprocedures geven duidelijkheid

Om hierover duidelijkheid te krijgen, zijn vier zaken aan de Hoge Raad voorgelegd. Twee daarvan zijn behandeld als proefprocedures binnen de massaalbezwaarplusprocedure.
De kern van deze zaken draaide om de vraag of de Belastingdienst een al vaststaande aanslag alsnog mocht verlagen. In principe kan dat als een aanslag te hoog is vastgesteld. Maar hier geldt een uitzondering: als de fout voortkomt uit een rechterlijke uitspraak die pas is gedaan nadat de aanslag definitief was, dan geldt die correctie niet.
En dat is precies wat speelt bij het Kerstarrest. Daarom oordeelt de Hoge Raad dat je je hier als niet-bezwaarmaker niet op kunt beroepen.

Overleg en teleurstelling

Na het Kerstarrest is er veel overleg geweest tussen het ministerie van Financiën, de Belastingdienst, de Tweede Kamer en verschillende beroepsorganisaties zoals NBA, SRA, RB, NOB, NOAB en belangenorganisaties.
Mede daardoor is alsnog de massaalbezwaarplusprocedure opgezet voor niet-bezwaarmakers. Deze groep vond dat ze gelijk behandeld moesten worden als mensen die wél op tijd bezwaar maakten.
De Hoge Raad ziet dat anders: volgens de rechter zitten beide groepen niet in dezelfde positie. Daarbij wordt wel erkend dat deze uitspraak voor veel mensen teleurstellend is.

Miljardenimpact

De compensatie voor belastingplichtigen die wél bezwaar hebben gemaakt, kost de overheid miljarden. De groep die nu buiten de boot valt, bestaat volgens eerdere schattingen uit meer dan een miljoen mensen.
Ondertussen blijft de discussie over box 3 doorgaan. In de politiek groeit de steun voor een vermogenswinstbelasting, waarbij je pas belasting betaalt op het moment dat je daadwerkelijk winst maakt bij verkoop van bijvoorbeeld aandelen.
Volgens ambtelijke schattingen kan zo’n systeem tot 2036 zo’n 22 miljard euro minder belasting opleveren in box 3.

Geavanceerdere tactieken zorgen voor groei van online fraude

 

Aankoopfraude neemt de laatste tijd flink toe. Dit komt onder andere door frauduleuze webshops op platforms zoals Facebook en Instagram, maar ook doordat fraudeurs steeds slimmere methodes gebruiken om slachtoffers te misleiden.

 

Criminelen maken steeds vaker gebruik van een combinatie van (vaak tijdelijke) mobiele telefoonnummers en e-mailadressen om een geloofwaardige digitale identiteit op te bouwen. Tussen maart en december 2025 is het gebruik van deze aanpak met 50 procent gestegen. Ook ondernemingen en financiële instellingen lopen meer risico, doordat deze digitale identiteiten steeds betrouwbaarder lijken.

Deze werkwijze wordt steeds populairder. Fraudeurs zetten nepshops op via social media, registreren tijdelijke domeinen en gebruiken advertenties om vertrouwen te wekken. Door mobiele nummers en e-mailadressen slim te combineren, maken ze hun identiteit steeds overtuigender.

Ook het aantal slachtoffers groeit. Volgens eerder CBS-onderzoek blijkt dat 17 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder het afgelopen jaar slachtoffer is geworden van online oplichting. Daarvan kreeg 8 procent te maken met aankoopfraude. In drie jaar tijd is dat aantal zelfs met 60 procent gestegen. Digitale fraude blijft tegelijkertijd ook toenemen, terwijl traditionele criminaliteit en hacken juist stabiliseren of afnemen.

Onboarding

Fraudeurs gebruiken steeds vaker samenhangende digitale identiteiten die er binnen onboarding-processen betrouwbaar uitzien. Ze zetten complete digitale ondernemingen op die vertrouwen uitstralen, met professionele webshops, tijdelijke domeinen, social media-advertenties en zogeheten mule accounts. Via deze structuur verwerken ze betalingen, waarna alles weer offline verdwijnt.

Uit data-analyses van een Europese mkb-kredietverstrekker blijkt dat fraudeurs ook bij zakelijke financieringen vaker werken met gekoppelde digitale identiteiten. Traditionele controles en identiteitsverificatie schieten tekort om consumenten, platforms en financiële instellingen goed te beschermen. Daarom draait moderne fraudepreventie steeds meer om realtime gedragsanalyse, digitale voetafdrukken en netwerkpatronen.

Fiscus stopt met vermelden BSN bij betalingen

 

De Belastingdienst stopt uiterlijk eind dit jaar met het opnemen van het burgerservicenummer (BSN) in betalingen. In plaats daarvan wordt een willekeurig nummer gebruikt. Dit meldt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), die de fiscus hierover heeft aangeschreven.

 

Uit onderzoek van de toezichthouder blijkt dat het gebruik van het BSN bij betalingen niet noodzakelijk is. Door dit toch te doen, overtreedt de Belastingdienst de privacywet AVG.
Hetzelfde geldt voor betalingen namens de Dienst Toeslagen. Volgens de AP kan het huidige betaalkenmerk, waarin het BSN is verwerkt, eenvoudig vervangen worden door een ander, minder gevoelig identificatienummer.

Aanpassingen

Volgens de AP heeft de Belastingdienst in 2025 erkend dat er sprake is van overtredingen en werkt de organisatie aan het aanpassen van de betalingskenmerken. Daarnaast stopt de fiscus uiterlijk in 2032 met het gebruik van het BSN in vorderingsnummers. Hiervoor is wel modernisering van het volledige ICT-landschap nodig.
De AP merkt op dat deze aanpassing nog “helaas een flink aantal jaren” in beslag neemt. Daar staat tegenover dat de Belastingdienst kiest voor een structurele en duurzame oplossing door het BSN volledig uit deze nummers te verwijderen.

Banken betrokken

In sommige gevallen worden betaalkenmerken gedeeld met andere partijen, zoals banken. Hierdoor krijgen ook zij inzicht in het BSN van betrokken personen. De AP heeft hierover klachten ontvangen van burgers, die vinden dat de Belastingdienst hiermee de wet overtreedt.
Volgens de toezichthouder is het “cruciaal” dat de geplande maatregelen op tijd worden uitgevoerd. Zo wordt voorkomen dat het BSN onnodig verder wordt verspreid via betalingskenmerken en vorderingsnummers, en worden de risico’s op misbruik van persoonsgegevens zoveel mogelijk beperkt.

Toename klachten

In 2025 ontving de AP ruim 13.500 klachten en tips over mogelijke schendingen van de privacywet. Dat is een stijging van 75 procent ten opzichte van 2024, zo blijkt uit de Klachtenrapportage 2025.
De meeste meldingen hadden betrekking op organisaties die niet of te laat informeren over het gebruik van persoonsgegevens, of die weigeren deze te verwijderen. Ook over datalekken kwamen veel klachten binnen.
De meeste klachten in 2025 hadden betrekking op de zorgsector, gevolgd door zakelijke dienstverleners en de overheid.

Belangrijke aankomende wetswijzigingen

 

Er komen de komende periode verschillende wetswijzigingen aan die mogelijk van toepassing zijn voor jou. Veel van deze wijzigingen waren al aangekondigd, maar worden waarschijnlijk (binnenkort) daadwerkelijk ingevoerd. Hieronder zetten we de belangrijkste nog eens overzichtelijk op een rij.

Rittenregistratie (werkgebonden personenmobiliteit)

De verplichting voor het bijhouden van een rittenregistratie voor werkgebonden personenmobiliteit vervalt voor rechtspersonen met minder dan 250 medewerkers.
Ingangsdatum: met terugwerkende kracht per 1 januari 2026

Stand van zaken

Deze maatregel is aangekondigd op Prinsjesdag 2025 als onderdeel van een bredere aanpak om regeldruk voor het mkb te verlagen. Het kabinet heeft besloten deze verplichting te schrappen en dit geldt inmiddels als vastgesteld beleid. De afschaffing maakt onderdeel uit van een pakket aan vereenvoudigingen.

Verplichte gedragscode ongewenst gedrag

Werkgevers zijn nu al verplicht om beleid te hebben tegen psychosociale arbeidsbelasting, zoals pesten of intimidatie. Wat verandert, is dat een gedragscode straks verplicht wordt als concrete maatregel.

Wat houdt dit in?

Heb je 10 of meer werknemers? Dan moet je een gedragscode hebben. Hierin leg je vast welk gedrag wel en niet acceptabel is.
Je moet medewerkers hierover actief informeren.
Kleine bedrijven (<10 werknemers) worden uitgezonderd.
Beoogde ingangsdatum: 1 juli 2026
Let op:
De wetswijziging is nog niet definitief. Eerst moeten de Tweede en Eerste Kamer deze nog goedkeuren*. De ingangsdatum kan dus nog wijzigen.
* De Eerste Kamer heeft de Gedragscode op 2 juni 2026 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen.

Werkkostenregeling (WKR) wordt aangepast

Er komen meerdere wijzigingen binnen de werkkostenregeling.

Vrije ruimte

2026: eerste schijf blijft 2%
Vanaf 2027: stijgt naar 2,16%

Vereenvoudiging regeling

Het kabinet wil de WKR eenvoudiger maken en administratieve lasten verlagen.
Een belangrijke wijziging:
– De aparte vrijstelling voor personeelskorting vervalt per 1 januari 2027
Wat betekent dat?
Nu: max. € 500 belastingvrije korting op eigen producten (met voorwaarden)
Straks: geen aparte regeling meer
Je kunt dit nog wel vergoeden via de vrije ruimte
Gevolgen
– Minder administratie (geen aparte maxima meer bijhouden)
– Mogelijk opnieuw verdelen van je vrije ruimte
– Bij overschrijding blijft de eindheffing 80%

Daarnaast lopen er nog onderzoeken naar verdere vereenvoudigingen, zoals:
– Mogelijk combineren van reis- en thuiswerkvergoeding op één dag
– Aanpassing van het eindheffingstarief
– Eventueel schrappen van de eerste schijf

Hierover wordt later meer bekendgemaakt (o.a. rond Prinsjesdag).

Loontransparantie en gelijke beloning

Om loonverschillen tussen mannen en vrouwen tegen te gaan, wordt een EU-richtlijn geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving.

Wat verandert er?

Werkgevers krijgen te maken met:
– Meer transparantie over beloningen
– Rapportageverplichtingen rondom loonverschillen
Ingangsdatum: 1 januari 2027

Zakelijke auto’s volledig emissievrij

Er ligt een voorstel om werkgevers te verplichten om vanaf 2027 alleen nog emissievrije auto’s ter beschikking te stellen.
Als je hiervan afwijkt:
– Dan betaal je een pseudo-eindheffing van 52% over de bijtelling
– Eigen bijdrage van de werknemer telt hierbij niet mee
Beoogde ingangsdatum: 1 januari 2027
Dit voorstel is nog niet definitief.

Verhoging minimumloon

Het minimumloon wordt elk halfjaar aangepast. Per 1 juli 2026 gelden de volgende minimum uurlonen:

Leeftijd Minimumloon per uur
21 jaar en ouder € 14,99
20 jaar € 11,99
19 jaar € 8,99
18 jaar € 7,50
17 jaar € 5,92
16 jaar € 5,17
15 jaar € 4,50

Afschaffing compensatie transitievergoeding

Werkgevers krijgen nu nog compensatie van de overheid voor de transitievergoeding bij:
– Ontslag na langdurige ziekte
– Bedrijfsbeëindiging (bijvoorbeeld pensioen of overlijden)

Wat verandert er?
Deze compensatieregelingen verdwijnen volledig.
Ingangsdatum: 1 januari 2027

Toelichting
Werkgevers betalen de transitievergoeding straks volledig zelf, dit geldt voor alle werkgevers.
De maatregel is bedoeld om overheidsuitgaven te beperken, de transitievergoeding zelf blijft bestaan.
Tegelijk wordt gekeken naar aanpassingen, zoals bijvoorbeeld minder verplichting als je al voldoende hebt geïnvesteerd in re-integratie of scholing

Overstap van MT940 naar CAMT

 

Het inlezen van bankmutaties via het vertrouwde MT940‑formaat maakt plaats voor het nieuwere CAMT‑formaat. Waar MT940 jarenlang de standaard was, wordt CAMT inmiddels de norm binnen Europa.

Waarom deze overstap?

De belangrijkste reden voor deze verandering ligt in Europese regelgeving en standaardisatie. Binnen de Europese betaalmarkt (SEPA) is gekozen voor één uniforme manier van gegevensuitwisseling. CAMT (Cash Management) maakt onderdeel uit van de ISO 20022‑standaard, die bedoeld is om financiële communicatie te harmoniseren.
MT940 is een ouder, minder gestructureerd formaat. CAMT daarentegen is moderner en uitgebreider opgezet, waardoor gegevens consistenter en gedetailleerder worden aangeleverd.

Stoppen banken met MT940?

Veel banken zijn al gestopt met MT940 of hebben aangekondigd dit uit te faseren. In sommige gevallen is MT940 nog tijdelijk beschikbaar, maar het is handig om alvast CAMT bestanden te gebruiken.

In de meeste moderne administratiepakketten is de overstap inmiddels standaard geregeld.