Meer inzicht in loonverschillen tussen mannen en vrouwen

 

In de toekomst krijgen werknemers meer duidelijkheid over de loonverschillen tussen mannen en vrouwen binnen hun organisatie. Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft hiervoor een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer.

 

Met dit voorstel wil het kabinet meer transparantie creëren rondom beloning en zo bijdragen aan gelijke beloning voor gelijk werk. De wet moet, als alles volgens planning verloopt, op 1 januari 2027 ingaan.

Wanneer het wetsvoorstel wordt aangenomen, zijn bedrijven en organisaties met meer dan honderd werknemers verplicht om regelmatig te rapporteren over loonverschillen binnen hun organisatie. Deze informatie wordt vervolgens beschikbaar gesteld via een website van het ministerie, zodat werknemers de gegevens kunnen inzien. Dit maakt het mogelijk om loonverschillen tussen bedrijven en sectoren beter te vergelijken en hierover het gesprek op de werkvloer aan te gaan.

Objectief systeem verplicht

Naast de rapportageplicht moeten werkgevers straks gebruikmaken van een objectief systeem voor het waarderen en indelen van functies. Ook wordt het niet langer toegestaan om tijdens gesprekken over arbeidsvoorwaarden te vragen naar het laatstverdiende salaris. Volgens minister Vijlbrief is inzicht in de totstandkoming van beloningen essentieel. Alleen dan kunnen mogelijke verschillen bespreekbaar worden gemaakt.

Cijfers van het CBS laten zien dat vrouwen in 2024 in het bedrijfsleven gemiddeld 14,5 procent minder per uur verdienden dan mannen. Bij de overheid bedroeg dit verschil 4,5 procent. Een deel hiervan is te verklaren door factoren zoals functieniveau, sector en opleiding. Toch blijft er, ook na correctie voor deze factoren, sprake van een beloningsverschil bij gelijk werk. In het bedrijfsleven gaat het dan om gemiddeld 6,1 procent en bij de overheid om 1,7 procent.

Het wetsvoorstel is gebaseerd op een Europese richtlijn over loontransparantie. Deze richtlijn verplicht lidstaten om maatregelen te nemen die loonverschillen zichtbaar maken en de positie van werknemers versterken.

Het ministerie van SZW werkt samen met werkgeversorganisaties en vakbonden om werkgevers hierbij te ondersteunen. Daarbij wordt gekeken hoe de extra administratieve lasten zoveel mogelijk beperkt kunnen blijven, bijvoorbeeld door gebruik te maken van bestaande gegevens uit salarisadministraties en belastingaangiften.

De eerste rapportageverplichting geldt voor werkgevers met minimaal 150 werknemers. Zij moeten uiterlijk in 2028 rapporteren over de loonverschillen in 2027. Werkgevers met 100 tot 150 werknemers volgen vanaf 2031.

Bron: Ministerie SZW

Fiscale maatregelen naar aanleiding van de energieschok

De staatssecretaris van Financiën heeft het Beleidsbesluit fiscale maatregelen naar aanleiding van de energieschok gepubliceerd. Aanleiding is de sterke stijging van de brandstofprijzen door de situatie in het Midden-Oosten.

Op 20 april 2026 kondigde het kabinet een pakket maatregelen aan om de koopkracht van huishoudens te ondersteunen en de veerkracht van bedrijven te vergroten. De fiscale maatregelen worden opgenomen in het wetsvoorstel Belastingplan 2027, dat op Prinsjesdag 2026 bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Omdat bepaalde groepen belastingplichtigen op korte termijn hard worden geraakt door hogere brandstofkosten, zijn in dit beleidsbesluit alvast goedkeuringen vooruitlopend op wetgeving opgenomen.

De maatregelen zijn vooral bedoeld voor burgers en ondernemers die de hogere kosten niet of moeilijk kunnen vermijden, bijvoorbeeld omdat zij deze maken in het kader van hun werk of onderneming.

Overzicht van de fiscale maatregelen

Het besluit bevat goedkeuringen voor de volgende maatregelen:

  • structurele verhoging van de gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding, met terugwerkende kracht;
  • structurele verhoging van de aftrekbare reiskosten voor IB‑ondernemers, resultaatgenieters en andere forfaitaire aftrekbedragen in de Wet IB 2001, eveneens met terugwerkende kracht;
  • tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor bestelauto’s met het ondernemerstarief;
  • tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s.

Voor Caribisch Nederland is daarnaast een structurele verhoging van de onbelaste kilometervergoeding en aanverwante regelingen voor de BES‑eilanden opgenomen.

Tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting

Vanaf 1 juli 2026 tot 1 januari 2027 geldt een tijdelijke verlaging van de mrb:

  • Bestelauto’s met het ondernemerstarief
    Klanten die het bestelautotarief voor ondernemers betalen, betalen in deze periode 50% minder mrb. Het aangepaste tarief is vanaf 1 juli 2026 zichtbaar in het hulpmiddel Motorrijtuigenbelasting berekenen.
  • Vrachtauto’s
    Voor vrachtauto’s met een toegestane maximummassa van 12.000 kilo of meer geldt tijdelijk een nihiltarief (€ 0). Voor vrachtauto’s met een lagere toegestane maximummassa geldt vanaf 1 juli 2026 sowieso al het nihiltarief.

Wanneer gaat de verlaging in?

De mrb wordt altijd per tijdvak van drie maanden geheven. De tijdelijke verlaging geldt vanaf het eerste tijdvak dat begint op of na 1 juli 2026.
Voorbeeld
Loopt het tijdvak van een motorrijtuig van 25 juni 2026 tot en met 24 september 2026? Dan geldt over die periode nog het normale tarief. Vanaf 25 september 2026 begint het eerste tijdvak na 1 juli 2026 en betaal je tijdelijk het lagere tarief of het nihiltarief. Dit geldt ook voor het daaropvolgende tijdvak.

Inwerkingtreding

Het beleidsbesluit is in werking getreden op 22 mei 2026.
De maatregelen voor de reiskostenvergoedingen werken terug tot en met 1 januari 2026.
De tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting gaat in per 1 juli 2026 en loopt tot 1 januari 2027.

Bronnen:
Besluit van 17 mei 2026, nr. 2026‑8260, Staatscourant 2026, 18302
Belastingdienst

Groot deel werkgevers nog niet goed voorbereid op pseudo-eindheffing

 

Driekwart van de werkgevers heeft nog geen concrete maatregelen genomen voor de pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s die per 1 januari 2027 wordt ingevoerd.

 

Dat blijkt uit recent onderzoek onder Nederlandse werkgevers. Met name organisaties met een kleiner wagenpark lopen achter. Leasekeuzes die nu worden gemaakt, kunnen daardoor vanaf 2030 onverwacht leiden tot hogere kosten voor werkgevers.
Vanaf 2027 betalen werkgevers jaarlijks een pseudo-eindheffing van 12 procent over de fiscale waarde van personenauto’s die zij aan werknemers ter beschikking stellen en die ook privé mogen worden gebruikt. Onder privégebruik valt ook woon-werkverkeer. De heffing geldt voor leaseauto’s die niet volledig elektrisch zijn.

Geen duidelijk plan

Op dit moment heeft slechts 26 procent van de werkgevers een concreet plan voor de invoering van de heffing. Nog eens 24 procent oriënteert zich, terwijl de helft van de organisaties geen duidelijk plan heeft of nog niet weet welke stappen nodig zijn om de financiële gevolgen op te vangen.

Werkgevers die al wel maatregelen nemen, richten zich vooral op het stimuleren van elektrisch rijden; 66 procent noemt dit als belangrijkste actie. Daarnaast past 61 procent de auto- of mobiliteitsregeling aan en onderzoekt 25 procent de mogelijkheden om de samenstelling van het wagenpark te wijzigen. Daarbij wordt vooral gekeken naar oplossingen binnen de bestaande lease- en mobiliteitsregelingen.

Uit het onderzoek blijkt ook dat de kennis over de regeling sterk uiteenloopt. Zo geeft 55 procent van de werkgevers aan goed tot zeer goed op de hoogte te zijn. De overige 45 procent is beperkt geïnformeerd of helemaal niet bekend met de pseudo-eindheffing. Vooral werkgevers met minder dan vijf voertuigen blijven achter: binnen die groep is slechts een derde goed geïnformeerd.

Veel vragen bij werkgevers

Er wordt gewaarschuwd dat uitstel het risico op hogere kosten vergroot. Voor contracten met brandstofauto’s die vóór 1 januari 2027 zijn ingegaan, geldt een overgangsregeling tot september 2030. Daarna vervalt ook voor deze contracten de vrijstelling. Tegelijkertijd is de behoefte aan kennis en advies groot, blijkt uit het aantal vragen dat werkgevers hierover stellen.

Besluit schenk- en erfbelasting BOR 2026

 

De staatssecretaris van Financiën heeft het Besluit schenk- en erfbelasting BOR 2026 gepubliceerd. Dit nieuwe besluit vervangt het besluit van 17 januari 2013 (Stcrt. 2013‑2175).

 

Het besluit bevat het beleid rondom de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) voor de schenk- en erfbelasting, zoals deze met ingang van 2026 is opgenomen in de Successiewet 1956 en de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting. Voor verkrijgingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 januari 2026 blijft het besluit van 17 januari 2013 van toepassing. Daarbij is de datum van verkrijging bepalend voor welke wet- en regelgeving en welk besluit gelden.

In het besluit zijn met name verduidelijkingen, actualisaties en diverse goedkeuringen opgenomen. Deze hebben betrekking op situaties waarin de wettelijke regeling volgens de staatssecretaris kan leiden tot een “onbillijkheid van overwegende aard”. Het gaat daarbij onder meer om bedrijfsopvolging bij het overlijden van een echtgenoot, finale verrekenbedingen, indirecte verkrijgingen van aandelen, preferente aandelen en herstructureringen tijdens de bezits- of voortzettingsperiode.
Het besluit treedt in werking op 23 mei 2026. Met ingang van die datum wordt het besluit van 17 januari 2013 ingetrokken.

Meer informatie

Geen nieuwe regels voor compensatie transitievergoeding per 1 juli 2026

 

 

 

 

Ontsla je een werknemer na twee jaar ziekte? Dan kun je ook na 1 juli 2026 nog steeds compensatie krijgen voor de betaalde transitievergoeding.

De aangekondigde nieuwe regels, waarbij deze compensatie alleen nog voor kleine werkgevers zou gelden, gaan namelijk niet per 1 juli in.

Dat betekent dat er voorlopig niets verandert. Je kunt dus gewoon compensatie blijven aanvragen bij langdurige arbeidsongeschiktheid of bij bedrijfsbeëindiging.

Bron: UWV

Maatregelen kabinet-Jetten werken averechts voor ondernemers

Ondernemers staan bepaald niet te springen om de maatregelen die het kabinet-Jetten heeft aangekondigd. Dat terwijl deze juist bedoeld zijn als steun voor het bedrijfsleven. Erik Ziengs, voorzitter van Ondernemend Nederland (ONL), stelt dat ondernemers “hier totaal niet op zitten te wachten”. Andere belangenorganisaties reageren verdeeld op het maatregelenpakket.

 

Volgens ONL raken de plannen vooral kleinere ondernemers. Zo wordt de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek ingeperkt en verdwijnt de startersaftrek volledig. Met die ingrepen wil het kabinet een deel van de nieuwe energiemaatregelen financieren.

Starters

Bij ZZP Nederland leidt het schrappen van de startersaftrek tot veel onbegrip. Een woordvoerder noemt het besluit van het kabinet “klap op klap” en vraagt zich af waarom opnieuw de ondernemer wordt geraakt.

De belangenvereniging zegt compleet verrast te zijn door de maatregel. “Dit is nooit met ons besproken. Voor een starter is een aftrek van 2.123 euro juist een welkome steun. In de beginfase heb je immers andere kosten dan iemand in loondienst. Van het oorspronkelijke idee om starters goed op weg te helpen blijft zo niets over.”

Daarnaast wijst de woordvoerder erop dat eerder al is gesneden in de zelfstandigenaftrek. “Er is een probleem rondom energie en de rekening wordt vervolgens bij ondernemers neergelegd.”

Alcohol

Ook de verdere verhoging van de alcoholaccijns stuit op onbegrip bij ONL-voorzitter Ziengs. “Alcohol is over de grens al aanzienlijk goedkoper, net als brandstof en tabak. De prijzen in Nederland liggen nu al zo hoog dat nóg meer mensen naar Duitsland of België zullen uitwijken om te tanken en boodschappen te doen. In sommige straten bestaan inmiddels appgroepen waarin men om de beurt naar Duitsland rijdt om in te slaan.”

Die zorgen worden gedeeld door Nederlandse producenten, importeurs en verkopers van alcoholhoudende dranken. Zij roepen het kabinet op om de gevolgen van de accijnsverhoging opnieuw te bekijken en te zoeken naar alternatieve manieren van dekking, zonder de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven verder onder druk te zetten.

Reiskostenvergoeding

Volgens Ziengs biedt ook de verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding van 23 naar 25 cent per kilometer weinig verlichting. “Veel werkgevers vergoeden hun medewerkers al meer, gebaseerd op de actuele brandstofprijzen. Alles boven die 25 cent wordt gezien als bijzondere beloning, waar extra belasting over wordt geheven. Dat is niet redelijk en simpelweg niet eerlijk.”

ONL vindt dat de hogere btw-opbrengsten op brandstof juist moeten terugvloeien naar ondernemers en consumenten. Daarnaast is het volgens Ziengs onhoudbaar om de accijnzen op dit hoge niveau te laten staan. “De overheid zegt dat verlaging niet kan, terwijl het in andere Europese landen wel lukt. Laat als overheid dan ook echt zien dat je iets wilt betekenen voor de grensregio’s.”

ONL waarschuwde recent al voor sterk oplopende supermarktprijzen. Uit onderzoek van de ondernemersvereniging blijkt dat veel mkb’ers de hoge brandstofkosten uiteindelijk zullen doorberekenen aan consumenten.

Transport

De transportsector noemt het steunpakket vanwege de hoge brandstofprijzen volstrekt onvoldoende. Vanaf 1 juli wordt de wegenbelasting voor vrachtwagens tijdelijk verlaagd, voor een periode van zes maanden. Brancheorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN) spreekt echter van een maatregel die “in geen enkele verhouding staat tot de dagelijkse kostenstijging waar transportbedrijven mee te maken hebben”.

Volgens TLN betalen transporteurs door de dure diesel wekelijks zo’n 300 euro extra per vrachtwagen. “Dat is precies het bedrag dat ze over zes maanden via belastingverlaging terugkrijgen. Met andere woorden: wat het kabinet in een half jaar compenseert, zijn ondernemers in één extra tankbeurt alweer kwijt.” TLN pleit daarom voor een gerichte accijnsteruggave op beroepsdiesel en een tijdelijke korting op de vrachtwagenheffing.

Tanken

Ook tankstationhouders reageren uiterst kritisch op de aangekondigde energiemaatregelen. “Voor de pomphouder in de grensstreek lost dit helemaal niets op”, zegt Martin van Eijk, voorzitter van brancheorganisatie Drive.

Doordat het kabinet afziet van een accijnsverlaging, blijven de brandstofprijzen hoog. Net als andere partijen vreest Drive dat automobilisten massaal uitwijken naar Duitsland en België, waar brandstof soms tientallen centen per liter goedkoper is.

“Aan de Nederlandse kant van de grens tankt straks niemand meer”, stelt Van Eijk. Volgens hem kampen momenteel al 400 tot 500 tankstations met financiële problemen. Dat aantal kan oplopen tot duizend als er niets verandert. Wanneer daadwerkelijk pomphouders omvallen, durft hij niet te voorspellen. “Ik hoop dat het niet zover komt, maar dit kabinet laat opnieuw zien weinig oog te hebben voor de mkb-ondernemer.”

Handel en logistiek

Evofenedex, de belangenorganisatie voor handel en logistiek, kijkt daarentegen positiever naar de plannen. Beleidsadviseur Ricky Voorn benadrukt dat het belangrijk is om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen. “Dit soort maatregelen heeft vooral op de lange termijn effect, en daar had wat ons betreft zelfs nog meer op mogen worden ingezet.”

Volgens Voorn wordt er nagedacht vanuit veerkracht, leveringszekerheid en weerbaarheid van bedrijven. “Dat zijn uitgangspunten die wij ondersteunen. Wel hadden we graag gezien dat woorden sneller werden omgezet in daden.”

De tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting ziet evofenedex als een stap in de goede richting. “Daar profiteren ook bedrijven van die al hebben geïnvesteerd in elektrisch rijden.” Een verlaging van de accijns op benzine en diesel stond voor de organisatie niet bovenaan het lijstje.

Energie

Energiebedrijven reageren positief op het pakket energiemaatregelen. Volgens brancheorganisatie Energie-Nederland houdt het kabinet hiermee de regie in handen. “Het is goed dat verduurzaming centraal staat, evenals het versterken van onze strategische autonomie.”

Het kabinet stelt bijna 1 miljard euro beschikbaar om de economische gevolgen van de Iranoorlog te verzachten. Daarvan gaat 180 miljoen euro naar het Nationaal Warmtefonds en wordt 195 miljoen euro gereserveerd voor het Noodfonds Energie.

Ook over de plannen om kwetsbare huishoudens te ondersteunen via het energiefonds is Energie-Nederland te spreken. “Verduurzaming en elektrificatie zijn uiteindelijk essentieel. Daarom is het belangrijk dat het kabinet ook vol inzet op het aanpakken van netcongestie. De aangekondigde crisiswet mag wat ons betreft zo snel mogelijk naar de Kamer.”

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) spreekt eveneens van “goede eerste stappen”. Voorzitter Olof van der Gaag hoopt wel dat er vervolgmaatregelen komen. “Het kabinet beweegt de juiste kant op en pakt onze energieafhankelijkheid aan. Dat smaakt naar meer.”

Vakbonden

Volgens vakbond CNV hebben werknemers op korte termijn weinig aan het steunpakket. CNV-voorzitter Hans Van den Heuvel wijst erop dat veel werkenden nog niet profiteren van de hogere reiskostenvergoeding. “Dit pakket is bedacht vanuit een ivoren toren en biedt onvoldoende verlichting voor miljoenen mensen die financieel onder druk staan.”

Op dit moment ontvangt 44 procent van de werkenden minder dan de huidige onbelaste vergoeding van 23 cent per kilometer, terwijl 12 procent helemaal niets krijgt. “Die hogere vergoeding moet eerst worden uitonderhandeld aan de cao-tafels. Dat kost vaak maanden, als werkgevers al bereid zijn mee te bewegen.”

Ook andere maatregelen, zoals woningisolatie en verduurzaming, vergen volgens CNV tijd en eigen investeringen van huiseigenaren. De vakbond pleit daarom alsnog voor een directe accijnsverlaging van 20 cent per liter aan de pomp. “Die maatregel kan direct worden ingevoerd en geeft forenzen meteen lucht.” Het kabinet heeft herhaaldelijk aangegeven hier geen voorstander van te zijn, vanwege de hoge kosten en het beperkte gerichte effect.

Vakbond FNV is positiever over de verhoging van de reiskostenvergoeding en het Noodfonds Energie. Interim-voorzitter Dick Koerselman noemt de gereserveerde 195 miljoen euro voor komende winter “een welkome adempauze”, al moet volgens hem nog blijken of dit voldoende is bij verder stijgende prijzen. Ook FNV pleit voor een structureel Publiek Energiefonds om energiearmoede blijvend aan te pakken.

SLIM-subsidie opnieuw aan te vragen

 

Mkb-ondernemers en samenwerkingsverbanden kunnen sinds 7 april opnieuw een aanvraag indienen voor de SLIM-regeling.

 

 

Met deze subsidie kun je investeren in leren en ontwikkelen binnen je onderneming. Denk bijvoorbeeld aan het opstellen van een opleidingsplan of het invoeren van een gestructureerde aanpak voor ontwikkelgesprekken met medewerkers.

Tijdvakken voor mkb-ondernemingen

Voor mkb-ondernemingen zijn er in 2026 twee aanvraagmomenten, zo laat het ministerie van SZW weten:

  • Eerste tijdvak: van 7 april 09.00 uur tot en met 4 mei 17.00 uur
  • Tweede tijdvak: van 10 augustus 09.00 uur tot en met 7 september 17.00 uur

Voor het tijdvak in april 2026 is een subsidieplafond vastgesteld van € 11 miljoen. De subsidieplafonds voor het tweede individuele tijdvak en voor samenwerkingsverbanden worden later bekendgemaakt.

Samenwerkingsverbanden

Voor samenwerkingsverbanden geldt in 2026 één tijdvak: van 8 juni 09.00 uur tot en met 6 juli 17.00 uur.
De manier waarop aanvragen worden behandeld verandert. Aanvragen worden niet langer op volgorde van binnenkomst beoordeeld, maar via loting. Deze wijziging is doorgevoerd omdat het beschikbare budget vorig jaar al binnen enkele minuten was uitgeput, waardoor veel aanvragen buiten de boot vielen. Met de loting sluit de werkwijze nu aan bij die voor mkb-ondernemingen.

Aanvragen

Een aanvraag voor de SLIM-regeling dien je in via de website van het ministerie van SZW.

Extra budget voor betere digitale veiligheid in het mkb

Cyberaanvallen treffen steeds vaker ook het midden- en kleinbedrijf. Tegelijkertijd ontbreekt het mkb-ondernemers vaak aan tijd, kennis of capaciteit om zich hier goed tegen te wapenen. Om die reden investeert het kabinet in de inzet van digitaal talent dat ondernemers ondersteunt bij het verbeteren van hun digitale veiligheid. In totaal is hiervoor ruim vijf miljoen euro beschikbaar.

 

Met deze investering worden zogenoemde Cybersecurity learning communities opgezet. Dit zijn samenwerkingen tussen onderwijsinstellingen, onderzoekers en het bedrijfsleven. Binnen deze netwerken krijgen ondernemers praktische hulp bij hun digitale veiligheid en wordt tegelijkertijd nieuw digitaal talent opgeleid.

Volgens staatssecretaris Aerdts van Digitale Economie en Soevereiniteit zorgt deze aanpak ervoor dat kennis, onderwijs en ondernemers samenkomen. Zo kan het digitale talent van de toekomst bedrijven helpen om hun digitale weerbaarheid verder te versterken.

Mkb kwetsbaar in de digitale economie

Digitalisering biedt veel kansen, maar maakt bedrijven ook kwetsbaarder. Cyberaanvallen nemen toe en worden steeds complexer. Ondernemers lopen daarbij vaak tegen praktische belemmeringen aan, zoals een gebrek aan kennis, tijd en personeel.

Daar komt bij dat er een groeiend tekort is aan cybersecurityprofessionals. Voor veel bedrijven is het daardoor lastig om de juiste expertise in huis te halen. Met de Cybersecurity learning communities wordt een brug geslagen tussen nieuw talent en mkb-ondernemers.

In de eerste ronde is het project CYRCLE toegekend, dat een bijdrage van € 1 miljoen ontvangt. Binnen dit project worden vier regionale clusters opgezet. Deze richten zich onder andere op mensgerichte cyberveiligheid, security by design, cybersecurity binnen operationele technologie en innovatieve toepassingen zoals serious gaming. Het doel is de opbouw van een landelijk netwerk waarin kennisdeling en samenwerking centraal staan, met het mkb als belangrijkste doelgroep.

Budget

De financieringsregeling Cybersecurity learning communities is in 2025 opgezet door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, in samenwerking met Regieorgaan SIA. In eerste instantie werd hiervoor € 1,76 miljoen beschikbaar gesteld door het ministerie, aangevuld met nog eens € 1,76 miljoen vanuit SIA.
Met een aanvullende bijdrage van € 1,95 miljoen van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt de regeling nu verder uitgebreid en versterkt.

Let op: ons postbusnummer verdwijnt

 

Wij willen je graag informeren over een wijziging in ons postadres.

 

 

Ons postbusnummer 7660 wordt opgeheven. Dit betekent dat deze postbus vanaf nu niet meer in gebruik is. We verzoeken je vriendelijk om dit postbusnummer niet langer te gebruiken voor correspondentie.

📬 Nieuw (en voortaan enige) postadres:
Polluxweg 20
8938 AZ Leeuwarden

 

Door voortaan al je post naar dit adres te sturen, zorg je ervoor dat wij je stukken tijdig en correct ontvangen. Dit helpt ons om je zo goed en efficiënt mogelijk van dienst te blijven.

De Belastingdienst gebruikt vanaf 1 mei nieuwe rekeningnummers

Vanaf 1 mei 2026 is Rabobank de huisbank van de Belastingdienst en niet langer ING. Hierdoor zijn er nieuwe rekeningnummers in gebruik. De verandering volgt uit een periodieke aanbesteding van het betalingsverkeer door het ministerie van Financiën. Er geldt een overgangstermijn van 1 jaar.

Wat merk je hiervan?

Moet je belasting betalen? Dan ontvang je een bericht van de Belastingdienst met daarin het nieuwe Rabobank‑rekeningnummer.
Krijg je geld terug? Dan wordt dit steeds vaker overgemaakt vanaf een nieuw rekeningnummer.

Je ziet vanzelf welk rekeningnummer je moet gebruiken

Als je belasting moet betalen, krijg je daar altijd een bericht over. Dat kan per brief of via digitale post. In dit bericht staat de betaalinformatie, inclusief het rekeningnummer waarnaar je het bedrag moet overmaken.
Staat daar een nieuw Rabobank‑rekeningnummer? Gebruik dan dat nummer voor je betaling.
Het meest gebruikte nieuwe rekeningnummer is:
NL04 RABO 0200 1122 44
Let op: sommige belastingen hebben een ander nieuw Rabobank‑rekeningnummer.

De manier van betalen blijft hetzelfde

De nieuwe rekeningnummers hebben geen gevolgen voor hoe je belasting betaalt. Ook na de wijziging kun je blijven betalen zoals je gewend bent, bijvoorbeeld via internetbankieren.

Periodieke betalingen: soms zelf aanpassen

Betaal je via automatische incasso? Dan hoef je niets te doen. Deze betalingen worden automatisch naar het juiste rekeningnummer verwerkt.
Heb je periodieke betalingen op een andere manier ingesteld, zoals via een vaste overboeking bij je bank? Dan moet je zelf het rekeningnummer aanpassen.

Per ongeluk betaald op het oude rekeningnummer?

Geen probleem. Heb je toch nog een betaling gedaan naar het oude ING‑rekeningnummer? Dan wordt dit gewoon goed verwerkt. De Belastingdienst heeft hierover afspraken gemaakt met ING.
Je kunt fouten voorkomen door het nieuwe rekeningnummer op te slaan in je adresboek of administratie zodra je een bericht ontvangt met het nieuwe Rabobank‑rekeningnummer.

Pas op voor phishing

De Belastingdienst stuurt nooit betaalverzoeken via e‑mail, sms, WhatsApp of telefoon. Twijfel je of een bericht of telefoontje echt is? Volg dan het stappenplan voor valse berichten en controleer of het rekeningnummer voorkomt op de officiële lijst met rekeningnummers van de Belastingdienst.