Hoge Raad: geen compensatie voor niet-bezwaarmakers in box 3

Heb je niet op tijd bezwaar gemaakt tegen de onterechte box 3-heffing? Dan heb je geen recht op teruggave. Dat heeft de Hoge Raad op 25 juni bepaald.

De hoogste rechter sluit zich aan bij het advies van de advocaat-generaal, die eerder al aangaf dat niet iedereen gecompenseerd hoeft te worden voor de onrechtmatige vermogensrendementsheffing over de jaren 2017 tot en met 2020.

Kerstarrest als basis

Deze uitspraak is belangrijk voor alle belastingplichtigen die geen bezwaar hebben gemaakt, maar zich wel beroepen op het bekende ‘Kerstarrest’ van december 2021. In dat arrest oordeelde de Hoge Raad dat het box 3-stelsel, dat in 2017 werd ingevoerd, in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Heb je wél op tijd bezwaar gemaakt? Dan had je recht op vermindering van je aanslag, bijvoorbeeld wanneer er werd uitgegaan van een fictief rendement dat hoger lag dan je werkelijke rendement. Toch vonden ook niet-bezwaarmakers dat zij recht hadden op diezelfde vermindering.

Proefprocedures geven duidelijkheid

Om hierover duidelijkheid te krijgen, zijn vier zaken aan de Hoge Raad voorgelegd. Twee daarvan zijn behandeld als proefprocedures binnen de massaalbezwaarplusprocedure.
De kern van deze zaken draaide om de vraag of de Belastingdienst een al vaststaande aanslag alsnog mocht verlagen. In principe kan dat als een aanslag te hoog is vastgesteld. Maar hier geldt een uitzondering: als de fout voortkomt uit een rechterlijke uitspraak die pas is gedaan nadat de aanslag definitief was, dan geldt die correctie niet.
En dat is precies wat speelt bij het Kerstarrest. Daarom oordeelt de Hoge Raad dat je je hier als niet-bezwaarmaker niet op kunt beroepen.

Overleg en teleurstelling

Na het Kerstarrest is er veel overleg geweest tussen het ministerie van Financiën, de Belastingdienst, de Tweede Kamer en verschillende beroepsorganisaties zoals NBA, SRA, RB, NOB, NOAB en belangenorganisaties.
Mede daardoor is alsnog de massaalbezwaarplusprocedure opgezet voor niet-bezwaarmakers. Deze groep vond dat ze gelijk behandeld moesten worden als mensen die wél op tijd bezwaar maakten.
De Hoge Raad ziet dat anders: volgens de rechter zitten beide groepen niet in dezelfde positie. Daarbij wordt wel erkend dat deze uitspraak voor veel mensen teleurstellend is.

Miljardenimpact

De compensatie voor belastingplichtigen die wél bezwaar hebben gemaakt, kost de overheid miljarden. De groep die nu buiten de boot valt, bestaat volgens eerdere schattingen uit meer dan een miljoen mensen.
Ondertussen blijft de discussie over box 3 doorgaan. In de politiek groeit de steun voor een vermogenswinstbelasting, waarbij je pas belasting betaalt op het moment dat je daadwerkelijk winst maakt bij verkoop van bijvoorbeeld aandelen.
Volgens ambtelijke schattingen kan zo’n systeem tot 2036 zo’n 22 miljard euro minder belasting opleveren in box 3.

Geavanceerdere tactieken zorgen voor groei van online fraude

 

Aankoopfraude neemt de laatste tijd flink toe. Dit komt onder andere door frauduleuze webshops op platforms zoals Facebook en Instagram, maar ook doordat fraudeurs steeds slimmere methodes gebruiken om slachtoffers te misleiden.

 

Criminelen maken steeds vaker gebruik van een combinatie van (vaak tijdelijke) mobiele telefoonnummers en e-mailadressen om een geloofwaardige digitale identiteit op te bouwen. Tussen maart en december 2025 is het gebruik van deze aanpak met 50 procent gestegen. Ook ondernemingen en financiële instellingen lopen meer risico, doordat deze digitale identiteiten steeds betrouwbaarder lijken.

Deze werkwijze wordt steeds populairder. Fraudeurs zetten nepshops op via social media, registreren tijdelijke domeinen en gebruiken advertenties om vertrouwen te wekken. Door mobiele nummers en e-mailadressen slim te combineren, maken ze hun identiteit steeds overtuigender.

Ook het aantal slachtoffers groeit. Volgens eerder CBS-onderzoek blijkt dat 17 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder het afgelopen jaar slachtoffer is geworden van online oplichting. Daarvan kreeg 8 procent te maken met aankoopfraude. In drie jaar tijd is dat aantal zelfs met 60 procent gestegen. Digitale fraude blijft tegelijkertijd ook toenemen, terwijl traditionele criminaliteit en hacken juist stabiliseren of afnemen.

Onboarding

Fraudeurs gebruiken steeds vaker samenhangende digitale identiteiten die er binnen onboarding-processen betrouwbaar uitzien. Ze zetten complete digitale ondernemingen op die vertrouwen uitstralen, met professionele webshops, tijdelijke domeinen, social media-advertenties en zogeheten mule accounts. Via deze structuur verwerken ze betalingen, waarna alles weer offline verdwijnt.

Uit data-analyses van een Europese mkb-kredietverstrekker blijkt dat fraudeurs ook bij zakelijke financieringen vaker werken met gekoppelde digitale identiteiten. Traditionele controles en identiteitsverificatie schieten tekort om consumenten, platforms en financiële instellingen goed te beschermen. Daarom draait moderne fraudepreventie steeds meer om realtime gedragsanalyse, digitale voetafdrukken en netwerkpatronen.

Fiscus stopt met vermelden BSN bij betalingen

 

De Belastingdienst stopt uiterlijk eind dit jaar met het opnemen van het burgerservicenummer (BSN) in betalingen. In plaats daarvan wordt een willekeurig nummer gebruikt. Dit meldt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), die de fiscus hierover heeft aangeschreven.

 

Uit onderzoek van de toezichthouder blijkt dat het gebruik van het BSN bij betalingen niet noodzakelijk is. Door dit toch te doen, overtreedt de Belastingdienst de privacywet AVG.
Hetzelfde geldt voor betalingen namens de Dienst Toeslagen. Volgens de AP kan het huidige betaalkenmerk, waarin het BSN is verwerkt, eenvoudig vervangen worden door een ander, minder gevoelig identificatienummer.

Aanpassingen

Volgens de AP heeft de Belastingdienst in 2025 erkend dat er sprake is van overtredingen en werkt de organisatie aan het aanpassen van de betalingskenmerken. Daarnaast stopt de fiscus uiterlijk in 2032 met het gebruik van het BSN in vorderingsnummers. Hiervoor is wel modernisering van het volledige ICT-landschap nodig.
De AP merkt op dat deze aanpassing nog “helaas een flink aantal jaren” in beslag neemt. Daar staat tegenover dat de Belastingdienst kiest voor een structurele en duurzame oplossing door het BSN volledig uit deze nummers te verwijderen.

Banken betrokken

In sommige gevallen worden betaalkenmerken gedeeld met andere partijen, zoals banken. Hierdoor krijgen ook zij inzicht in het BSN van betrokken personen. De AP heeft hierover klachten ontvangen van burgers, die vinden dat de Belastingdienst hiermee de wet overtreedt.
Volgens de toezichthouder is het “cruciaal” dat de geplande maatregelen op tijd worden uitgevoerd. Zo wordt voorkomen dat het BSN onnodig verder wordt verspreid via betalingskenmerken en vorderingsnummers, en worden de risico’s op misbruik van persoonsgegevens zoveel mogelijk beperkt.

Toename klachten

In 2025 ontving de AP ruim 13.500 klachten en tips over mogelijke schendingen van de privacywet. Dat is een stijging van 75 procent ten opzichte van 2024, zo blijkt uit de Klachtenrapportage 2025.
De meeste meldingen hadden betrekking op organisaties die niet of te laat informeren over het gebruik van persoonsgegevens, of die weigeren deze te verwijderen. Ook over datalekken kwamen veel klachten binnen.
De meeste klachten in 2025 hadden betrekking op de zorgsector, gevolgd door zakelijke dienstverleners en de overheid.

Belangrijke aankomende wetswijzigingen

 

Er komen de komende periode verschillende wetswijzigingen aan die mogelijk van toepassing zijn voor jou. Veel van deze wijzigingen waren al aangekondigd, maar worden waarschijnlijk (binnenkort) daadwerkelijk ingevoerd. Hieronder zetten we de belangrijkste nog eens overzichtelijk op een rij.

Rittenregistratie (werkgebonden personenmobiliteit)

De verplichting voor het bijhouden van een rittenregistratie voor werkgebonden personenmobiliteit vervalt voor rechtspersonen met minder dan 250 medewerkers.
Ingangsdatum: met terugwerkende kracht per 1 januari 2026

Stand van zaken

Deze maatregel is aangekondigd op Prinsjesdag 2025 als onderdeel van een bredere aanpak om regeldruk voor het mkb te verlagen. Het kabinet heeft besloten deze verplichting te schrappen en dit geldt inmiddels als vastgesteld beleid. De afschaffing maakt onderdeel uit van een pakket aan vereenvoudigingen.

Verplichte gedragscode ongewenst gedrag

Werkgevers zijn nu al verplicht om beleid te hebben tegen psychosociale arbeidsbelasting, zoals pesten of intimidatie. Wat verandert, is dat een gedragscode straks verplicht wordt als concrete maatregel.

Wat houdt dit in?

Heb je 10 of meer werknemers? Dan moet je een gedragscode hebben. Hierin leg je vast welk gedrag wel en niet acceptabel is.
Je moet medewerkers hierover actief informeren.
Kleine bedrijven (<10 werknemers) worden uitgezonderd.
Beoogde ingangsdatum: 1 juli 2026
Let op:
De wetswijziging is nog niet definitief. Eerst moeten de Tweede en Eerste Kamer deze nog goedkeuren*. De ingangsdatum kan dus nog wijzigen.
* De Eerste Kamer heeft de Gedragscode op 2 juni 2026 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen.

Werkkostenregeling (WKR) wordt aangepast

Er komen meerdere wijzigingen binnen de werkkostenregeling.

Vrije ruimte

2026: eerste schijf blijft 2%
Vanaf 2027: stijgt naar 2,16%

Vereenvoudiging regeling

Het kabinet wil de WKR eenvoudiger maken en administratieve lasten verlagen.
Een belangrijke wijziging:
– De aparte vrijstelling voor personeelskorting vervalt per 1 januari 2027
Wat betekent dat?
Nu: max. € 500 belastingvrije korting op eigen producten (met voorwaarden)
Straks: geen aparte regeling meer
Je kunt dit nog wel vergoeden via de vrije ruimte
Gevolgen
– Minder administratie (geen aparte maxima meer bijhouden)
– Mogelijk opnieuw verdelen van je vrije ruimte
– Bij overschrijding blijft de eindheffing 80%

Daarnaast lopen er nog onderzoeken naar verdere vereenvoudigingen, zoals:
– Mogelijk combineren van reis- en thuiswerkvergoeding op één dag
– Aanpassing van het eindheffingstarief
– Eventueel schrappen van de eerste schijf

Hierover wordt later meer bekendgemaakt (o.a. rond Prinsjesdag).

Loontransparantie en gelijke beloning

Om loonverschillen tussen mannen en vrouwen tegen te gaan, wordt een EU-richtlijn geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving.

Wat verandert er?

Werkgevers krijgen te maken met:
– Meer transparantie over beloningen
– Rapportageverplichtingen rondom loonverschillen
Ingangsdatum: 1 januari 2027

Zakelijke auto’s volledig emissievrij

Er ligt een voorstel om werkgevers te verplichten om vanaf 2027 alleen nog emissievrije auto’s ter beschikking te stellen.
Als je hiervan afwijkt:
– Dan betaal je een pseudo-eindheffing van 52% over de bijtelling
– Eigen bijdrage van de werknemer telt hierbij niet mee
Beoogde ingangsdatum: 1 januari 2027
Dit voorstel is nog niet definitief.

Verhoging minimumloon

Het minimumloon wordt elk halfjaar aangepast. Per 1 juli 2026 gelden de volgende minimum uurlonen:

Leeftijd Minimumloon per uur
21 jaar en ouder € 14,99
20 jaar € 11,99
19 jaar € 8,99
18 jaar € 7,50
17 jaar € 5,92
16 jaar € 5,17
15 jaar € 4,50

Afschaffing compensatie transitievergoeding

Werkgevers krijgen nu nog compensatie van de overheid voor de transitievergoeding bij:
– Ontslag na langdurige ziekte
– Bedrijfsbeëindiging (bijvoorbeeld pensioen of overlijden)

Wat verandert er?
Deze compensatieregelingen verdwijnen volledig.
Ingangsdatum: 1 januari 2027

Toelichting
Werkgevers betalen de transitievergoeding straks volledig zelf, dit geldt voor alle werkgevers.
De maatregel is bedoeld om overheidsuitgaven te beperken, de transitievergoeding zelf blijft bestaan.
Tegelijk wordt gekeken naar aanpassingen, zoals bijvoorbeeld minder verplichting als je al voldoende hebt geïnvesteerd in re-integratie of scholing

Overstap van MT940 naar CAMT

 

Het inlezen van bankmutaties via het vertrouwde MT940‑formaat maakt plaats voor het nieuwere CAMT‑formaat. Waar MT940 jarenlang de standaard was, wordt CAMT inmiddels de norm binnen Europa.

Waarom deze overstap?

De belangrijkste reden voor deze verandering ligt in Europese regelgeving en standaardisatie. Binnen de Europese betaalmarkt (SEPA) is gekozen voor één uniforme manier van gegevensuitwisseling. CAMT (Cash Management) maakt onderdeel uit van de ISO 20022‑standaard, die bedoeld is om financiële communicatie te harmoniseren.
MT940 is een ouder, minder gestructureerd formaat. CAMT daarentegen is moderner en uitgebreider opgezet, waardoor gegevens consistenter en gedetailleerder worden aangeleverd.

Stoppen banken met MT940?

Veel banken zijn al gestopt met MT940 of hebben aangekondigd dit uit te faseren. In sommige gevallen is MT940 nog tijdelijk beschikbaar, maar het is handig om alvast CAMT bestanden te gebruiken.

In de meeste moderne administratiepakketten is de overstap inmiddels standaard geregeld.

Meer inzicht in loonverschillen tussen mannen en vrouwen

 

In de toekomst krijgen werknemers meer duidelijkheid over de loonverschillen tussen mannen en vrouwen binnen hun organisatie. Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft hiervoor een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer.

 

Met dit voorstel wil het kabinet meer transparantie creëren rondom beloning en zo bijdragen aan gelijke beloning voor gelijk werk. De wet moet, als alles volgens planning verloopt, op 1 januari 2027 ingaan.

Wanneer het wetsvoorstel wordt aangenomen, zijn bedrijven en organisaties met meer dan honderd werknemers verplicht om regelmatig te rapporteren over loonverschillen binnen hun organisatie. Deze informatie wordt vervolgens beschikbaar gesteld via een website van het ministerie, zodat werknemers de gegevens kunnen inzien. Dit maakt het mogelijk om loonverschillen tussen bedrijven en sectoren beter te vergelijken en hierover het gesprek op de werkvloer aan te gaan.

Objectief systeem verplicht

Naast de rapportageplicht moeten werkgevers straks gebruikmaken van een objectief systeem voor het waarderen en indelen van functies. Ook wordt het niet langer toegestaan om tijdens gesprekken over arbeidsvoorwaarden te vragen naar het laatstverdiende salaris. Volgens minister Vijlbrief is inzicht in de totstandkoming van beloningen essentieel. Alleen dan kunnen mogelijke verschillen bespreekbaar worden gemaakt.

Cijfers van het CBS laten zien dat vrouwen in 2024 in het bedrijfsleven gemiddeld 14,5 procent minder per uur verdienden dan mannen. Bij de overheid bedroeg dit verschil 4,5 procent. Een deel hiervan is te verklaren door factoren zoals functieniveau, sector en opleiding. Toch blijft er, ook na correctie voor deze factoren, sprake van een beloningsverschil bij gelijk werk. In het bedrijfsleven gaat het dan om gemiddeld 6,1 procent en bij de overheid om 1,7 procent.

Het wetsvoorstel is gebaseerd op een Europese richtlijn over loontransparantie. Deze richtlijn verplicht lidstaten om maatregelen te nemen die loonverschillen zichtbaar maken en de positie van werknemers versterken.

Het ministerie van SZW werkt samen met werkgeversorganisaties en vakbonden om werkgevers hierbij te ondersteunen. Daarbij wordt gekeken hoe de extra administratieve lasten zoveel mogelijk beperkt kunnen blijven, bijvoorbeeld door gebruik te maken van bestaande gegevens uit salarisadministraties en belastingaangiften.

De eerste rapportageverplichting geldt voor werkgevers met minimaal 150 werknemers. Zij moeten uiterlijk in 2028 rapporteren over de loonverschillen in 2027. Werkgevers met 100 tot 150 werknemers volgen vanaf 2031.

Bron: Ministerie SZW

Fiscale maatregelen naar aanleiding van de energieschok

De staatssecretaris van Financiën heeft het Beleidsbesluit fiscale maatregelen naar aanleiding van de energieschok gepubliceerd. Aanleiding is de sterke stijging van de brandstofprijzen door de situatie in het Midden-Oosten.

Op 20 april 2026 kondigde het kabinet een pakket maatregelen aan om de koopkracht van huishoudens te ondersteunen en de veerkracht van bedrijven te vergroten. De fiscale maatregelen worden opgenomen in het wetsvoorstel Belastingplan 2027, dat op Prinsjesdag 2026 bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Omdat bepaalde groepen belastingplichtigen op korte termijn hard worden geraakt door hogere brandstofkosten, zijn in dit beleidsbesluit alvast goedkeuringen vooruitlopend op wetgeving opgenomen.

De maatregelen zijn vooral bedoeld voor burgers en ondernemers die de hogere kosten niet of moeilijk kunnen vermijden, bijvoorbeeld omdat zij deze maken in het kader van hun werk of onderneming.

Overzicht van de fiscale maatregelen

Het besluit bevat goedkeuringen voor de volgende maatregelen:

  • structurele verhoging van de gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding, met terugwerkende kracht;
  • structurele verhoging van de aftrekbare reiskosten voor IB‑ondernemers, resultaatgenieters en andere forfaitaire aftrekbedragen in de Wet IB 2001, eveneens met terugwerkende kracht;
  • tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor bestelauto’s met het ondernemerstarief;
  • tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s.

Voor Caribisch Nederland is daarnaast een structurele verhoging van de onbelaste kilometervergoeding en aanverwante regelingen voor de BES‑eilanden opgenomen.

Tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting

Vanaf 1 juli 2026 tot 1 januari 2027 geldt een tijdelijke verlaging van de mrb:

  • Bestelauto’s met het ondernemerstarief
    Klanten die het bestelautotarief voor ondernemers betalen, betalen in deze periode 50% minder mrb. Het aangepaste tarief is vanaf 1 juli 2026 zichtbaar in het hulpmiddel Motorrijtuigenbelasting berekenen.
  • Vrachtauto’s
    Voor vrachtauto’s met een toegestane maximummassa van 12.000 kilo of meer geldt tijdelijk een nihiltarief (€ 0). Voor vrachtauto’s met een lagere toegestane maximummassa geldt vanaf 1 juli 2026 sowieso al het nihiltarief.

Wanneer gaat de verlaging in?

De mrb wordt altijd per tijdvak van drie maanden geheven. De tijdelijke verlaging geldt vanaf het eerste tijdvak dat begint op of na 1 juli 2026.
Voorbeeld
Loopt het tijdvak van een motorrijtuig van 25 juni 2026 tot en met 24 september 2026? Dan geldt over die periode nog het normale tarief. Vanaf 25 september 2026 begint het eerste tijdvak na 1 juli 2026 en betaal je tijdelijk het lagere tarief of het nihiltarief. Dit geldt ook voor het daaropvolgende tijdvak.

Inwerkingtreding

Het beleidsbesluit is in werking getreden op 22 mei 2026.
De maatregelen voor de reiskostenvergoedingen werken terug tot en met 1 januari 2026.
De tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting gaat in per 1 juli 2026 en loopt tot 1 januari 2027.

Bronnen:
Besluit van 17 mei 2026, nr. 2026‑8260, Staatscourant 2026, 18302
Belastingdienst

Groot deel werkgevers nog niet goed voorbereid op pseudo-eindheffing

 

Driekwart van de werkgevers heeft nog geen concrete maatregelen genomen voor de pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s die per 1 januari 2027 wordt ingevoerd.

 

Dat blijkt uit recent onderzoek onder Nederlandse werkgevers. Met name organisaties met een kleiner wagenpark lopen achter. Leasekeuzes die nu worden gemaakt, kunnen daardoor vanaf 2030 onverwacht leiden tot hogere kosten voor werkgevers.
Vanaf 2027 betalen werkgevers jaarlijks een pseudo-eindheffing van 12 procent over de fiscale waarde van personenauto’s die zij aan werknemers ter beschikking stellen en die ook privé mogen worden gebruikt. Onder privégebruik valt ook woon-werkverkeer. De heffing geldt voor leaseauto’s die niet volledig elektrisch zijn.

Geen duidelijk plan

Op dit moment heeft slechts 26 procent van de werkgevers een concreet plan voor de invoering van de heffing. Nog eens 24 procent oriënteert zich, terwijl de helft van de organisaties geen duidelijk plan heeft of nog niet weet welke stappen nodig zijn om de financiële gevolgen op te vangen.

Werkgevers die al wel maatregelen nemen, richten zich vooral op het stimuleren van elektrisch rijden; 66 procent noemt dit als belangrijkste actie. Daarnaast past 61 procent de auto- of mobiliteitsregeling aan en onderzoekt 25 procent de mogelijkheden om de samenstelling van het wagenpark te wijzigen. Daarbij wordt vooral gekeken naar oplossingen binnen de bestaande lease- en mobiliteitsregelingen.

Uit het onderzoek blijkt ook dat de kennis over de regeling sterk uiteenloopt. Zo geeft 55 procent van de werkgevers aan goed tot zeer goed op de hoogte te zijn. De overige 45 procent is beperkt geïnformeerd of helemaal niet bekend met de pseudo-eindheffing. Vooral werkgevers met minder dan vijf voertuigen blijven achter: binnen die groep is slechts een derde goed geïnformeerd.

Veel vragen bij werkgevers

Er wordt gewaarschuwd dat uitstel het risico op hogere kosten vergroot. Voor contracten met brandstofauto’s die vóór 1 januari 2027 zijn ingegaan, geldt een overgangsregeling tot september 2030. Daarna vervalt ook voor deze contracten de vrijstelling. Tegelijkertijd is de behoefte aan kennis en advies groot, blijkt uit het aantal vragen dat werkgevers hierover stellen.

Besluit schenk- en erfbelasting BOR 2026

 

De staatssecretaris van Financiën heeft het Besluit schenk- en erfbelasting BOR 2026 gepubliceerd. Dit nieuwe besluit vervangt het besluit van 17 januari 2013 (Stcrt. 2013‑2175).

 

Het besluit bevat het beleid rondom de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) voor de schenk- en erfbelasting, zoals deze met ingang van 2026 is opgenomen in de Successiewet 1956 en de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting. Voor verkrijgingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 januari 2026 blijft het besluit van 17 januari 2013 van toepassing. Daarbij is de datum van verkrijging bepalend voor welke wet- en regelgeving en welk besluit gelden.

In het besluit zijn met name verduidelijkingen, actualisaties en diverse goedkeuringen opgenomen. Deze hebben betrekking op situaties waarin de wettelijke regeling volgens de staatssecretaris kan leiden tot een “onbillijkheid van overwegende aard”. Het gaat daarbij onder meer om bedrijfsopvolging bij het overlijden van een echtgenoot, finale verrekenbedingen, indirecte verkrijgingen van aandelen, preferente aandelen en herstructureringen tijdens de bezits- of voortzettingsperiode.
Het besluit treedt in werking op 23 mei 2026. Met ingang van die datum wordt het besluit van 17 januari 2013 ingetrokken.

Meer informatie

Geen nieuwe regels voor compensatie transitievergoeding per 1 juli 2026

 

 

 

 

Ontsla je een werknemer na twee jaar ziekte? Dan kun je ook na 1 juli 2026 nog steeds compensatie krijgen voor de betaalde transitievergoeding.

De aangekondigde nieuwe regels, waarbij deze compensatie alleen nog voor kleine werkgevers zou gelden, gaan namelijk niet per 1 juli in.

Dat betekent dat er voorlopig niets verandert. Je kunt dus gewoon compensatie blijven aanvragen bij langdurige arbeidsongeschiktheid of bij bedrijfsbeëindiging.

Bron: UWV