Meer zekerheid voor werknemers met een flexcontract

 

De Eerste Kamer heeft ingestemd met de wet ‘Meer zekerheid flexwerkers’. Hierdoor krijgen werknemers met een flexibel arbeidscontract vanaf 1 januari 2028 meer zekerheid over hun inkomen en werktijden.

 

In Nederland werkt ongeveer drie op de tien werknemers met een flexibel contract. Daarmee behoort Nederland tot de landen met het hoogste aandeel flexwerkers in Europa.
Met de nieuwe wet worden de regels rondom tijdelijke contracten aangescherpt om zogenoemde draaideurconstructies tegen te gaan. Daarnaast verdwijnen oproepcontracten en komen daarvoor contracten in de plaats waarin een minimumaantal uren wordt vastgelegd. Werknemers krijgen daarmee meer zekerheid over het aantal uren waarvoor zij worden betaald en ingepland.

Stabiele basis

Volgens minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid moet werk voldoende zekerheid bieden over zowel het aantal arbeidsuren als het inkomen. Volgens hem geeft dat mensen een stabiele basis om plannen te maken en zich verder te ontwikkelen, ook moet structureel werk in principe leiden tot een vaste en duurzame arbeidsrelatie.
Flexibele contracten blijven volgens Vijlbrief mogelijk in situaties waarin dat passend is, zoals bij tijdelijke werkzaamheden, vervanging van zieke medewerkers of als opstap voor jongeren naar de arbeidsmarkt. De minister spreekt van brede steun voor het wetsvoorstel, zowel vanuit werkgevers en vakbonden als vanuit beide Kamers.

Draaideurconstructies

Met de invoering van de wet wordt het uitgangspunt dat tijdelijke contracten alleen worden gebruikt voor werk van tijdelijke aard. Na drie opeenvolgende tijdelijke contracten mag een werkgever gedurende drie jaar geen nieuw tijdelijk contract met dezelfde werknemer afsluiten. Op dit moment geldt hiervoor nog een termijn van zes maanden. Naar verwachting wordt hierdoor vrijwel volledig een einde gemaakt aan draaideurconstructies.
De huidige nulurencontracten maken plaats voor een zogenoemd bandbreedtecontract. Daarbij spreken werkgever en werknemer een minimum- en maximumaantal uren af, waarbij het verschil tussen beide niet groter mag zijn dan 30 procent. Bij een minimum van tien uur mag het maximum bijvoorbeeld niet hoger zijn dan dertien uur. Voor uren boven het afgesproken maximum mag een werknemer een oproep weigeren.
Wanneer een werknemer structureel meer uren werkt dan contractueel is vastgelegd, moet de werkgever een contract aanbieden met een hoger aantal uren. Voor mensen met een bijbaan naast hun hoofdactiviteit, zoals scholieren, studenten en AOW-gerechtigden, geldt een uitzondering.

Uitzendkrachten

Werknemers die via een uitzendbureau aan het werk zijn, krijgen recht op arbeidsvoorwaarden die minimaal gelijkwaardig zijn aan die van medewerkers die rechtstreeks in dienst zijn. Voor beloning volgde dit al uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie. Met de nieuwe wet wordt dit principe uitgebreid naar alle arbeidsvoorwaarden en vastgelegd in de Nederlandse wetgeving.
Dit onderdeel van de wet gaat al op 31 december 2026 in. Daarnaast worden de meest onzekere fasen binnen uitzendwerk verkort. De minister krijgt bovendien de bevoegdheid om in te grijpen wanneer sprake is van structurele onderbetaling binnen de uitzendsector.

Onderdeel van een breder arbeidsmarktpakket

Deze wet maakt deel uit van een groter pakket aan arbeidsmarkthervormingen dat moet zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en tegelijkertijd voldoende flexibiliteit voor ondernemers.
Het wetsvoorstel is het tweede onderdeel van dit arbeidsmarktpakket dat inmiddels is aangenomen. Eerder werd al de wet aangenomen die het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief invoert.
De verschillende wetsvoorstellen vloeien voort uit afspraken die het kabinet in 2023 heeft gemaakt met werkgeversorganisaties en vakbonden.

Vooruitblik Prinsjesdag 2026

 

Op 15 september presenteert het kabinet de fiscale en financiële plannen voor het komende jaar en eventuele jaren daarna. Hierbij wordt ook het Belastingplan 2027 bekendgemaakt. In veel gevallen zullen wetsvoorstellen al op 1 januari 2027 in werking treden. In dit artikel blikken we vast vooruit op een aantal van de belangrijkste punten.

 

Het is belangrijk om te beseffen dat deze plannen nog kunnen veranderen.  Tijdens de behandeling in de Eerste en Tweede Kamer kunnen voorstellen worden aangepast, aangescherpt of zelfs geschrapt.  Ook na Prinsjesdag blijft de fiscale agenda volop in beweging.

Enkele belangrijke maatregelen voor ondernemers

  • De startersaftrek voor ondernemers in de inkomstenbelasting wordt in 2027 verlaagd en verdwijnt vanaf 2028 volledig.
  • De energie-investeringsaftrek stijgt van 40% naar 45,5%.
  • De vrijstelling voor branche-eigen producten binnen de werkkostenregeling wordt afgeschaft.
  • Om de gevolgen van wijzigingen rondom het eigen risico en de zorg op te vangen, worden de tarieven in de eerste en tweede belastingschijf van box 1 verhoogd.
  • De onbelaste reiskostenvergoeding gaat omhoog van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026.
  • Voor ondernemersbestelauto’s geldt in de tweede helft van 2026 een tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting met 50%. Voor vrachtauto’s wordt de motorrijtuigenbelasting in dezelfde periode tijdelijk verlaagd naar nihil.
  • Het tarief van het Arbeidsongeschiktheidsfonds voor werkgevers wordt verhoogd.
  • De kwijtscheldingsvrijstelling wordt afgeschaft.
  • Aanpassingen rondom excessief lenen bij de eigen bv.
  • Pseudo-eindheffing van 12% voor zakelijke auto’s op fossiele brandstoffen vanaf 2027

Enkele belangrijke maatregelen voor particulieren

  • Om de gevolgen van wijzigingen rondom het eigen risico en de zorg op te vangen, worden de tarieven in de eerste en tweede belastingschijf van box 1 verhoogd.
  • De aftrek voor specifieke zorgkosten verdwijnt per 2028.
  • De verruiming van de hypotheekrenteaftrek wordt teruggedraaid.
  • De benzineaccijnskorting blijft in stand, de tarieven in 2027 blijven gelijk aan die van 2026.
  • De overdrachtsbelasting voor woningen waarin de koper niet zelf gaat wonen wordt verlaagd van 8% naar 7%.

Daarnaast wordt meer duidelijkheid verwacht over de voorgestelde nieuwe box 3-heffing.

Wat betekent dit voor jou?

Prinsjesdag geeft een eerste indruk van de fiscale veranderingen die eraan komen. Hoewel de plannen nog niet definitief zijn, is dit een goed moment om vooruit te kijken. Ben je van plan te investeren, gebruik je zakelijke auto’s of maak je gebruik van fiscale ondernemersregelingen? Dan kunnen de aangekondigde wijzigingen invloed hebben op je situatie. Wij denken graag met je mee over de mogelijke gevolgen voor jouw onderneming.

Fraudehelpdesk waarschuwt voor nepmails en spookfacturen

 

De Fraudehelpdesk waarschuwt voor een valse e-mail die uit naam van iDEAL | WeroNL wordt verstuurd. In deze berichten staat dat ontvangers recht hebben op een terugbetaling, maar eerst hun identiteit moeten bevestigen. Daarnaast ontvangt de Fraudehelpdesk meldingen van spookfacturen voor consultancydiensten.

 

Volgens de Fraudehelpdesk is de phishingmail de afgelopen periode meerdere keren gemeld. In de e-mail staat een link waarmee ontvangers zogenaamd hun terugbetaling kunnen ontvangen. De organisatie adviseert om dergelijke berichten direct te verwijderen.

Sinds dit jaar maakt iDEAL geleidelijk de overstap naar iDEAL | Wero, de Europese digitale portemonnee. Oplichters spelen hierop in door te verwijzen naar deze overgang. In de nepberichten wordt beweerd dat er tijdens een controle van transacties en administratie een openstaande terugbetaling is gevonden van Worldpay BV. Ontvangers worden vervolgens gevraagd hun gegevens te verifiëren om het bedrag te ontvangen.

Actieve phishingcampagnes

iDEAL laat weten dat momenteel meerdere phishingcampagnes actief zijn waarbij fraudeurs zich voordoen als iDEAL of verwijzen naar de overgang naar Wero. De organisatie benadrukt dat zij nooit per e-mail vraagt om persoonsgegevens te bevestigen, een verificatieproces te starten of software te activeren.
Ontvang je een dergelijke e-mail? Klik dan niet op links of bijlagen, deel geen gegevens en meld het bericht bij je bank.

Spookfacturen voor consultancydiensten

Naast de nepmails ontvangt de Fraudehelpdesk ook meldingen van spookfacturen voor consultancydiensten. Deze berichten worden vaak verstuurd naar e-mailadressen van de financiële administratie.

De fraudeurs voegen daarbij een ogenschijnlijk geloofwaardige e-mailconversatie toe. In deze correspondentie lijkt het alsof de directie eerder akkoord heeft gegeven voor de inkoop van consultancydiensten. Vervolgens wordt de financiële administratie gevraagd de bijgevoegde factuur zo snel mogelijk te betalen.

Volgens de Fraudehelpdesk gaat het vaak om facturen van duizenden euro’s. Daarbij maken de oplichters gebruik van verschillende bankrekeningen, zowel binnen als buiten Nederland.

Belastingdienst zet volgende stap richting digitale communicatie met ondernemers

 

Ondernemers krijgen binnenkort de mogelijkheid om berichten van de Belastingdienst uitsluitend digitaal te ontvangen. De eerste berichten die hiervoor in aanmerking komen, zijn de berichten over de omzetbelasting.

 

Ondernemers die kiezen voor digitale post ontvangen deze berichten via Mijn Belastingdienst Zakelijk. Wanneer in de toekomst meer correspondentie digitaal beschikbaar komt, ontvangen zij deze automatisch ook digitaal. Dat maakt de Belastingdienst bekend.

Met deze ontwikkeling zet de Belastingdienst een volgende stap in de verdere digitalisering van haar dienstverlening. De organisatie wil hiermee beter aansluiten op de manier waarop zowel burgers als ondernemers tegenwoordig hun zaken regelen. Volgens de programmamanager bestaat er een brede behoefte aan snellere digitalisering.

Keuze blijft bij ondernemer

Daarnaast speelt wet- en regelgeving een belangrijke rol. Zo sluit deze ontwikkeling aan bij de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv), die het mogelijk maakt voor burgers en organisaties om hun contact met overheidsinstanties digitaal af te handelen.

De Belastingdienst benadrukt dat keuzevrijheid daarbij centraal staat. Ondernemers en burgers bepalen zelf of zij hun post uitsluitend digitaal willen ontvangen of daarnaast ook papieren post wensen te blijven krijgen. Op dit moment verstuurt de Belastingdienst jaarlijks nog ongeveer 125 miljoen brieven.

Herinnering via sms

Ook zet de Belastingdienst steeds vaker mobiele berichtgeving in. Zo ontvingen kleine en middelgrote ondernemers op 5 augustus een sms wanneer zij hun btw-aangifte over het tweede kwartaal of de maand juni nog niet hadden ingediend.

In deze sms werd ondernemers gevraagd om uiterlijk 7 augustus alsnog aangifte te doen en, indien van toepassing, de verschuldigde btw te betalen. Met deze herinnering wilde de Belastingdienst voorkomen dat ondernemers te maken kregen met een naheffingsaanslag.

Bron: Belastingdienst

Vergoedingsregeling voor WIA-fouten gaat in op 1 september

 

Mensen die door fouten in de berekening van hun WIA-uitkering te weinig uitkering hebben ontvangen, kunnen vanaf 1 september een vergoeding tegemoetzien. Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de regeling definitief vastgesteld. Hierdoor kan UWV dit najaar starten met het uitbetalen van compensaties aan de gedupeerden.

 

De regeling is bedoeld voor mensen van wie het dagloon in de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024 te laag is vastgesteld. Daardoor ontvingen zij een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering dan waar zij recht op hadden. Ook mensen bij wie het dagloon tussen 1 juli 2006 en 31 december 2022 niet is geïndexeerd, vallen onder de regeling.
Daarnaast komen bepaalde WIA-uitkeringen in aanmerking voor compensatie naar aanleiding van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep over de toepassing van zogenoemde loonloze tijdvakken.

Herbeoordeling van uitkeringen

UWV zal alle betrokken dossiers opnieuw beoordelen. Als uit deze herbeoordeling blijkt dat een uitkering te laag is vastgesteld, ontvangt de betrokkene een eenmalige vergoeding voor het misgelopen bedrag. Ook wordt de uitkering aangepast, zodat voortaan het juiste bedrag wordt uitbetaald.

Wanneer tijdens de herbeoordeling blijkt dat iemand juist te veel uitkering heeft ontvangen, zal UWV het teveel ontvangen bedrag niet terugvragen.

Geen invloed op toeslagen

De compensatie wordt niet aangemerkt als belastbaar inkomen. De verschuldigde loonheffing wordt door UWV rechtstreeks afgedragen aan de Belastingdienst. Hierdoor behouden gedupeerden het volledige compensatiebedrag en heeft de vergoeding geen gevolgen voor inkomensafhankelijke regelingen, zoals huurtoeslag, zorgtoeslag en andere toeslagen.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Kabinet wijzigt concurrentiebeding voor meer bewegingsvrijheid werknemers

 

Het kabinet wil het voor werknemers eenvoudiger maken om van werkgever te veranderen. Omdat veel werknemers gebonden zijn aan een concurrentiebeding, ondervinden werkgevers daarnaast steeds meer moeite om nieuw personeel aan te trekken. Om die reden worden de regels rondom het concurrentiebeding aangepast.

 

Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het wetsvoorstel Modernisering concurrentiebeding voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Hiermee geeft het kabinet uitvoering aan afspraken uit het coalitieakkoord.
Een van de belangrijkste wijzigingen is dat werkgevers een vergoeding moeten betalen aan werknemers wanneer zij een beroep doen op een concurrentiebeding. Daarnaast wordt de maximale looptijd van een dergelijk beding beperkt tot één jaar. Ook moet voortaan duidelijk worden vastgelegd binnen welk geografisch gebied het concurrentiebeding van toepassing is.

Eenvoudiger overstappen naar een andere baan

Volgens minister Vijlbrief draagt de modernisering van het concurrentiebeding bij aan eerlijk werk en meer kansen voor werknemers. Veel mensen zetten momenteel geen volgende stap in hun loopbaan vanwege de beperkingen van een concurrentiebeding, terwijl werkgevers juist kampen met personeelstekorten. Het kabinet wil daarom het gebruik van deze bedingen terugdringen.

In de praktijk houdt een concurrentiebeding in dat een werknemer na afloop van het dienstverband niet direct in dienst mag treden bij een concurrerend bedrijf. Ook een relatiebeding, waarbij werken voor klanten of zakelijke relaties van de voormalige werkgever wordt verboden, valt hieronder. Het doel hiervan is het beschermen van bedrijfsgevoelige informatie, zoals bedrijfsgeheimen en klantgegevens.

Gebruik van concurrentiebedingen neemt toe

Uit onderzoek blijkt volgens het kabinet dat het gebruik van concurrentiebedingen de afgelopen jaren sterk is gestegen en inmiddels ongeveer een derde van alle werknemers ermee te maken heeft. In veel gevallen lijkt hiervoor echter geen noodzaak te bestaan, omdat werknemers geen toegang hebben tot vertrouwelijke bedrijfsinformatie of klantgegevens.

Toch wordt een concurrentiebeding regelmatig opgenomen om te voorkomen dat medewerkers overstappen naar een concurrent. Volgens het kabinet belemmert dit de mobiliteit op de arbeidsmarkt en beperkt het de mogelijkheden voor werknemers om van baan te wisselen.
Het streven is om het wetsvoorstel na advisering door de Raad van State eind 2026 aan de Tweede Kamer aan te bieden.

Informatie inzake contante betalingen

 

Sinds 1 januari 2026 geldt een verbod op contante betalingen van € 3.000 of meer voor ondernemers die goederen kopen of verkopen. Verkoop je bijvoorbeeld auto’s, kunst, elektronica, sieraden of andere goederen? Dan mag je dergelijke bedragen niet meer contant ontvangen of betalen.

 

Het doel van deze maatregel is het tegengaan van witwassen en andere vormen van financiële criminaliteit.
Het verbod geldt voor alle ondernemers die handelen in goederen. Op dit moment vallen diensten nog niet onder deze regeling. Voor dienstverleners wordt vanuit Europese regelgeving op een later moment ook een limiet voor contante betalingen ingevoerd.

Meer informatie over het verbod vind je hier.

Let op: opsplitsen mag niet

Het is niet toegestaan om een betaling van meer dan € 3.000 op te delen in meerdere kleinere contante betalingen om zo onder de grens te blijven. Ook wanneer een transactie in delen wordt betaald, kan deze onder het verbod vallen.

Extra oplettendheid in bepaalde sectoren

Er zijn signalen dat criminelen proberen uit te wijken naar branches waar nog relatief veel met contant geld wordt gewerkt. Dit betekent niet dat er direct iets mis is, maar wel dat ondernemers in deze sectoren extra alert moeten zijn op ongebruikelijke betaalverzoeken.
Denk hierbij onder andere aan:

  • reisbureaus en reisorganisaties;
  • horecaondernemingen;
  • bedrijven in de persoonlijke verzorging en cosmetische behandelingen;
  • makelaars en andere bemiddelingsdiensten;
  • arbeidsintensieve sectoren zoals schoonmaak, bouw en transport.

Waar kun je als ondernemer op letten?

Wees extra alert wanneer:
– een klant grote bedragen contant wil betalen;
– een klant vraagt om een betaling op te splitsen in meerdere kleinere contante transacties;
– betalingen via buitenlandse constructies lopen zonder duidelijke zakelijke reden;
– er sprake is van ongebruikelijke betaalmethoden die afwijken van wat binnen jouw onderneming gebruikelijk is.
Twijfel je of een betaling onder de nieuwe regels valt? Neem dan tijdig contact met ons op. Zo voorkom je dat je onbedoeld in strijd handelt met de wet- en regelgeving.

Betalingsfraude neemt fors toe: extra alertheid blijft noodzakelijk

 

Ondernemers doen er goed aan extra alert te zijn op betalingsfraude. Het aantal frauduleuze transacties bij overschrijvingen, kaartbetalingen en contante geldopnames in Nederland is vorig jaar met 30 procent gestegen tot ongeveer 658.000 gevallen. Het totale fraudebedrag liep daarbij op met 22 procent naar 198 miljoen euro.

 

Dat blijkt uit recente cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB). Volgens de cijfers maken fraudeurs steeds vaker gebruik van geavanceerde vormen van misleiding, terwijl snelle betaalmethoden het lastiger maken om fraude achteraf terug te draaien.
Vooral bij bankoverschrijvingen is een sterke stijging zichtbaar. Fraudeurs zetten daarbij steeds vaker social engineering in: zij doen zich bijvoorbeeld voor als een leverancier, klant, bankmedewerker of bekende relatie en verleiden slachtoffers om zelf geld over te maken naar een frauduleuze rekening. Ook phishing blijft een veelgebruikte methode om betaal- en inloggegevens buit te maken.

Vooral opletten bij snelle betalingen

Van alle fraudevormen nam het aantal fraudegevallen bij Europese bankoverschrijvingen het sterkst toe. In 2025 werden ruim 129.000 frauduleuze overschrijvingen geregistreerd, een stijging van 55 procent ten opzichte van een jaar eerder. Het fraudebedrag liep hierbij op tot circa 148 miljoen euro.
De toename is volgens DNB vooral zichtbaar bij instantbetalingen, waarbij een betaling binnen enkele seconden wordt verwerkt. Zodra het geld is overgemaakt, is ingrijpen vaak lastig. Ook internationale betalingen blijken aantrekkelijk voor fraudeurs.

Controle blijft de beste verdediging

Voor ondernemers onderstreepen deze cijfers het belang van goede interne controles. Controleer betaalverzoeken zorgvuldig, zeker wanneer rekeningnummers wijzigen of wanneer er sprake is van tijdsdruk. Wees daarnaast alert op verdachte e-mails, sms-berichten en telefoontjes waarin om betaal- of inloggegevens wordt gevraagd.
Hoewel het aantal frauduleuze transacties nog altijd beperkt is ten opzichte van het totale betalingsverkeer, laten de cijfers van DNB zien dat de risico’s toenemen. Een extra controle vooraf kan veel financiële schade achteraf voorkomen.

Bron: De Nederlandsche Bank (DNB).

Subsidieregelingen voor emissievrije mobiliteit geopend

 

Nederland werkt toe naar volledig uitstootvrij vervoer in 2050. Om deze ontwikkeling te ondersteunen, stimuleert de overheid investeringen in elektrische mobiliteit, laadinfrastructuur en waterstoftechnologie met verschillende subsidieregelingen.

 

Ondernemers die laadpalen willen plaatsen of bestaande laadinfrastructuur willen uitbreiden, kunnen mogelijk een vergoeding ontvangen voor een deel van de investeringskosten. Dit geldt voor zowel private als publieke laadlocaties.
De volgende regelingen zijn momenteel beschikbaar:

Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur (SPriLa)
Voor investeringen in laadpalen voor elektrische voertuigen op eigen terrein. Meer informatie.
* In 2026 opende de nieuwe aanvraagperiode op 20 januari en sluit deze op 18 december 2026.

Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer (SPuLa)
Voor het aanleggen of uitbreiden van publieke laadlocaties voor zwaar vervoer. Een voorwaarde is dat de laadpunten openbaar toegankelijk zijn. Meer informatie.
* In 2026 opende de aanvraagperiode op 3 februari en sluit deze op 18 december 2026.

Zorg voor een volledige aanvraag

Bij investeringen in emissievrije mobiliteit komt vaak meer kijken dan alleen de subsidieaanvraag. Hoewel een subsidie een deel van de kosten kan compenseren, is aanvullende financiering meestal noodzakelijk. Het is daarom verstandig om vooraf inzicht te hebben in de totale investering en de beschikbare financieringsmogelijkheden, zoals eigen middelen, andere subsidieregelingen of externe financiering.

Meer bedrijven in Nederland dankzij groei aantal starters en minder stoppers

 

Het aantal bedrijven in Nederland blijft toenemen. Dat komt doordat meer ondernemers een bedrijf starten, terwijl het aantal stoppers en faillissementen juist afneemt.

 

Volgens de Kamer van Koophandel (KVK) is er sprake van een duidelijke positieve ontwikkeling. Waar vorig jaar nog minder ondernemers begonnen en juist meer bedrijven stopten, lijkt het ondernemersvertrouwen inmiddels te zijn toegenomen. Hoogleraar strategie, organisatie en ondernemerschap Erik Stam van de Universiteit Utrecht ziet hierin een teken van optimisme. Volgens hem zorgt de stabielere binnenlandse politieke situatie ervoor dat geopolitieke onzekerheden minder zwaar wegen.

Aantal starters neemt verder toe

Na een stijging in het eerste kwartaal zette de groei van het aantal nieuwe bedrijven ook in het tweede kwartaal door. In totaal werden ruim 56.000 nieuwe ondernemingen opgericht, een toename van bijna 5 procent ten opzichte van dezelfde periode eerder.

Tegelijkertijd daalde het aantal ondernemers dat zijn of haar activiteiten beëindigde met ruim 9 procent. Daarmee wordt de neerwaartse trend die in het eerste kwartaal zichtbaar werd voortgezet. Destijds was voor het eerst in tweeënhalf jaar sprake van een afname van het aantal stoppers.
Ook het aantal faillissementen lag lager dan een jaar geleden. In het tweede kwartaal gingen 813 bedrijven failliet, tegenover 932 in dezelfde periode vorig jaar.

Ondernemers ervaren beperkte gevolgen van internationale spanningen

De KVK publiceerde eerder deze week ook een onderzoek naar de invloed van internationale ontwikkelingen op ondernemers. Daaruit blijkt dat veel Nederlandse ondernemers weinig tot geen directe gevolgen ondervinden van de oorlog in het Midden-Oosten, geopolitieke spanningen en internationale handelsmaatregelen.
Ondanks die bevindingen benadrukt de KVK dat veel ondernemers nog altijd te maken hebben met economische onzekerheid en een aanhoudend tekort aan personeel.

Bron: ANP/KVK