Arbodiensten zien meer langdurig verzuim door stress

 

Meer mensen hebben zich het afgelopen jaar langdurig ziek gemeld om stressklachten. Het ging om een groei van 11 procent ten opzichte van een jaar eerder. Bijna een kwart van al het verzuim was het gevolg van (over)spanning of een burn-out.

 

Volgens de ondernemingen, die samen werkzaam zijn voor zo’n 1 miljoen werknemers, kost het thuis zitten van een personeelslid een bedrijf gemiddeld 315 euro per dag. Met stressgerelateerde klachten ligt een medewerker er gemiddeld 240 dagen al dan niet gedeeltelijk uit, met een burn-out zelfs driehonderd dagen. “Dat heeft impact op de medewerker persoonlijk, maar ook op het bedrijf”, stellen arbodienstverleners ArboNed en HumanCapitalCare bij het onderzoek.

Tussen de 25 en 45 jaar

Vooral mensen tussen de 25 en 45 jaar hebben last van stressklachten. Ook zijn het vaker vrouwen dan mannen. De sectoren waarin dit het meest voorkomt zijn de gezondheidszorg, het onderwijs en het openbaar bestuur. In de bouw speelt het probleem het minst. Bij bedrijven met meer dan 250 medewerkers ligt het verzuim door stress een vijfde hoger dan bij kleinere ondernemingen.

Gesprek

De arbodienstverleners raden werkgevers aan om scherp te zijn op het herkennen van klachten. “Zo kun je het gesprek hierover eerder op gang brengen en voorkomen dat klachten zich opstapelen”, denkt Redmer van Wijngaarden, bedrijfsarts en directeur medische zaken bij ArboNed. “Als je medewerkers eigen regelruimte geeft om tijd vrij te nemen als dat nodig is, maakt dat voor hen vaak al een groot verschil.”

Bron: ANP

Ministers willen toch al een verbod op contante betalingen boven drie mille

 

Minister Van Weyenberg van Financiën en minister Yeşilgöz-Zegerius van Justitie en Veiligheid hebben de Tweede Kamer in een brief laten weten door te willen gaan met het verbod op contante betalingen boven 3.000 euro.

 

Het verbod maakt deel uit van het wetsvoorstel Plan van aanpak witwassen, dat eerder controversieel werd verklaard door de Tweede Kamer. Maar als het verbod op contante betalingen boven 3.000 euro niet doorgaat, dreigt Nederland mogelijk 600 miljoen euro Europees geld mis te lopen, aldus het ministerie van Financiën.

Een wettelijke limiet op contante betalingen is opgenomen in het Raadsuitvoeringsbesluit voor het Nederlandse Herstel en Veerkrachtplan (HVP).  De deadline om deze maatregel uit te voeren staat op 31 maart 2025.

Scenario’s

In de brief van de twee ministers zijn verschillende scenario’s uitgewerkt om een vervolg te geven aan het wetsvoorstel Plan van aanpak witwassen. De limiet op contant geld moet witwassen door criminelen aanpakken, die hiervoor vaak grote sommen contant geld gebruiken. Vanwege de verplichting in het HVP kan de invoering hiervan niet verder worden uitgesteld, aldus de ministers.

Daarnaast heeft het Europese AML-pakket (Anti-Money Laundering and Countering the Financing of Terrorism, AML/CFT), dat in 2027 van toepassing wordt, een nieuwe context geschapen, omdat alle vier de bepalingen uit het wetsvoorstel in de huidige vorm niet verenigbaar zijn met dat AML-pakket.

Korting voorkomen

Het heeft de voorkeur van beide ministers om voorlopig alleen de limiet op contante betalingen verder te brengen, via een nota van wijziging op het oorspronkelijke wetsvoorstel, zodat de mogelijke korting van 600 miljoen euro kan worden voorkomen.

De overige maatregelen uit het wetsvoorstel Plan van aanpak witwassen, zoals gezamenlijke transactiemonitoring, worden bij dit scenario meegenomen in het implementatietraject van het Europese AML-pakket.

In totaal zijn vier mogelijke scenario’s uitgewerkt voor het vervolg van het wetsvoorstel. De ministers willen hierover met de Tweede Kamer in gesprek gaan tijdens het Commissiedebat op 24 april aanstaande.

Europese wetgevingsproces

Het Europese wetgevingsproces rondom het AML-pakket is formeel nog niet afgerond. De stemming van het Europees Parlement over dit wetsvoorstel staat ook gepland op 24 april 2024.  Uiteindelijk hebben Europese landen drie jaar de tijd om het wettenpakket te implementeren. In het voorjaar van 2027 wordt de regelgeving van toepassing.

Bron: Ministerie van Financiën

Nieuw box 3-stelsel lijkt lastig uitvoerbaar voor fiscus én burger

 

Hervorming van de vermogensrendementsheffing is nog ingewikkelder dan gedacht en daardoor maar moeilijk uitvoerbaar. De fiscus moet honderden extra mensen aannemen en het nieuwe voorstel legt een dusdanig groot beslag op de systemen, dat het in het geplande invoeringsjaar 2027 niet volledig kan worden geïmplementeerd.

Voor een deel van de burgers die belasting moeten betalen uit inkomen op vermogen, is het nieuwe stelsel “naar verwachting (te) complex”. Dat blijkt uit een brief van demissionair staatssecretaris Marnix van Rij aan de Tweede Kamer.

Het gaat om belasting van inkomen in box 3, inkomen uit vermogen. In het oude systeem werd belasting geheven over rendement volgens een vast, fictief rendement.

Omdat de Hoge Raad in het zogenoemde Kerstarrest eerder oordeelde dat dat onrechtmatig was, is nu een overbruggingswet opgetuigd. Vanaf 2027 moet belasting worden betaald over het daadwerkelijke inkomen dat mensen uit hun vermogen halen.

Familiebedrijven

Hoewel een officieel besluit aan de Kamer of een nieuw kabinet zal zijn, heeft demissionair staatssecretaris Van Rij (Fiscaliteit) het voorstel wel al voorbereid en in consultatie gebracht. Ook is juridisch advies ingewonnen bij NautaDutilh.

Daarbij is ook specifiek gekeken naar de positie van familiebedrijven. Uitkomst is dat volgens het wetsvoorstel kleine aandeelhouders van familiebedrijven vanaf 2027 jaarlijks in box 3 worden belast over het werkelijke rendement op hun belang in het familiebedrijf.

Uit de voorlopige resultaten van een uitvoeringstoets blijkt dat ook met een broodnodig “intensief communicatietraject” het risico blijft “dat belastingplichtigen niet tijdig, juist of volledig hun aangifte kunnen doen”, zo staat in de brief van Van Rij.

De Tweede Kamer sprak op 18 april met de staatssecretaris over het conceptwetsvoorstel voor de vernieuwing van box 3.

Bron: ANP

Mkb’er zoekt steeds vaker financiering buiten bank om

 

 

Het totaal aan non-bancaire leningen van mkb’ers is in 2023 met 27 procent gegroeid, naar een totaalbedrag van ruim 5,1 miljard.

 

Dat blijkt uit een rapport van de Stichting MKB Financiering (SMF), dat de non-bancaire financieringsmarkt jaarlijks onderzoekt. De groei van non-bancaire financiering is vooral zichtbaar bij leningen onder de 1 miljoen euro. In 2022 waren banken nog verantwoordelijk voor 71 procent van die leningen, inmiddels is dat 64 procent. Van alle mkb-financieringen tot 1 miljoen euro is 36 procent in 2023 non-bancair verstrekt.

Het onderzoek van SMF keek naar verschillende financieringsvormen, zoals crowdfunding, factoring, leasing en direct lending. Lease is met 32,6 procent de populairste vorm van non-bancaire financiering, gevolgd door factoring (24,3 procent), direct lending (17,9 procent) en crowdfunding (17,5 procent). Direct lending groeide met 41 procent het sterkst in 2023. SMF voorspelt voor 2024 een groei van 12 procent van non-bancaire financiering.

Sterke groei onder 1 miljoen

Bij leningen tot 250 duizend euro is het aandeel non-bancaire leningen inmiddels groter dan het aandeel van de banken. “In totaal is aan ondernemers in 2023 (totaal nieuwe verstrekkingen minus heronderhandelingen) 5.095 miljard euro aan financiering verstrekt aan kleinere financieringen met een omvang tot 250 duizend euro. Dit is een stijging van 627 miljoen euro ten opzichte van de 4.468 miljard aan verstrekte financiering in deze categorie in 2022”, aldus SMF.

Van de verstrekte financiering bestaat 40 procent uit bancaire financiering en 60 procent uit non-bancaire financiering. In 2022 was dat 49 respectievelijk 51 procent.

SMF laat weten dat de grootste groei te zien is in de financieringen tussen de 50 duizend en 250 duizend euro. “Deze klasse is met 62 procent gestegen in 2023 terwijl in 2022 er een daling is waargenomen van 10 procent. Ook blijven de financieringen vanaf 1 miljoen euro nog sterk groeien, van 924 miljoen euro in 2022 naar 1,117 miljard euro in 2023.”

Minder vrouwen

Een ander opvallend resultaat van het onderzoek is dat verreweg de meeste kredietaanvragers mannen zijn. Slecht 18 procent van alle non-bancaire financiering is aan vrouwelijke ondernemers verstrekt.

Er zijn ook een stuk minder vrouwen werkzaam in de non-bancaire financieringssector dan in de bancaire sector: 29 procent versus 44 procent. In 2022 was in de non-bancaire sector nog 37 procent vrouw, dus het aantal vrouwen in de non-bancaire sector is flink gedaald.

Financieringsadvies

SMF heeft aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het verloop van financieringsadvies aan het mkb door adviseurs die het SMF-keurmerk ‘Erkend Financieringsadviseur MKB’ hebben. Uit dat onderzoek blijkt dat aanvragen die liepen via die erkende adviseurs slechts in zes procent van de gevallen werden afgewezen door financiers.

Er werd ook een flink aantal aanvragen afgewezen door de adviseurs zelf: van in totaal 2162 aanvragen werden er 731 afgewezen door de erkend adviseur.

Rapport SMF ‘Met veerkracht naar voorspoed’ 

Loket voor subsidie elektrische bedrijfsauto’s geopend

 

Vanaf 23 april kunnen ondernemers een beroep doen op de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA). Voor aanschaf van een bedrijfsauto met een gewicht tot 3.500 kilo (of een kleine vrachtauto’s tot 4.250 kilo) is in totaal dertig miljoen euro beschikbaar.

Voor kleine ondernemingen en non-profit instellingen bedraagt de SEBA-subsidie twaalf procent, bij middelgrote ondernemingen is dat tien procent en bij grote ondernemingen zeven procent. Op basis van de SEBA-regeling krijgen ondernemers maximaal vijfduizend euro subsidie bij de aankoop van een nieuwe bedrijfsauto.

Uitgegaan wordt daarbij van de netto catalogusprijs exclusief btw, maar inclusief bpm en opties die door de fabrikant of importeur zijn aangebracht vóór afgifte van het kenteken. Voor kleine vrachtwagens kan een ondernemer de subsidie aanvragen over de verkoopprijs zonder btw.

De aanvraag voor de SEBA-subsidie loopt via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Voor de digitale aanvraag is eHerkenning niveau 2+ vereist. De RVO behandelt de aanvragen op volgorde van binnenkomst per datum. De regeling loopt tot eind 2024.

Klik hier voor de aanvraag.

Je voorlopige aanslag controleren; voorkom belastingrente door een (aanvullende) voorlopige aanslag

 

Inmiddels heb je mogelijk de voorlopige aanslag inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting 2022/2023 ontvangen. In december en januari verstuurd de Belastingdienst de voorlopige aanslagen. Belangrijk is dat je het belastbaar bedrag goed controleert en wanneer nodig contact met ons opneemt; dan kunnen wij de fiscus verzoeken om een aanvullende aanslag op te leggen.

Belastingrente

De belastingrente voor de inkomstenbelasting bedraagt 7,5 procent. Voor de vennootschapsbelasting bedraagt deze 10 procent. Laat op tijd een goede schatting maken van het belastbaar inkomen (of de winst van jouw onderneming), hierdoor kan belastingrente worden voorkomen.

Voor meer informatie over de voorlopige aanslag kun je mailen naar info@b360.nl of telefonisch contact opnemen via 058-2655526

Niet elke sector profiteert van economische groei

 

De economische vooruitzichten voor Nederland zijn in het algemeen positief en daar profiteren met name de handel en de horeca van. Maar niet elke sector profiteert van de economische groei. De bouwsector krijgt juist last van een dip in de nieuwbouw en de uitzendbranche ervaart een dalende vraag.

Economen van de Rabobank verwachten een “gestage groei” van de economie, voor dit jaar van 0,7 procent. Dat is vergelijkbaar met prognoses van branchegenoot ABN Amro. In 2025 zal de economie met 1,2 procent groeien, denkt Rabobank. “De uitgaven van huishoudens nemen naar verwachting flink toe door het forse koopkrachtherstel, en ook de overheidsuitgaven blijven een belangrijke aanjager van de economische activiteit”, licht Rabobank-econoom Carlijn Prins toe.

Herstel koopkracht

Daar profiteren met name de handel en horeca van. “Door het herstel van de koopkracht verwachten we dat die sectoren groeien”, legt hoofd sectormanagement zorg, handel, industrie en dienstverlening André Vermeulen uit. Consumenten blijven uit eten gaan, waardoor de omzet van restaurants en andere bedrijven in de foodservice kan groeien met 2 tot 3 procent, denkt hij.

Daarnaast herstellen bedrijfsinvesteringen volgens Rabobank pas vanaf eind 2024. Ook de vraag vanuit het buitenland trekt slechts beperkt aan, meent de bank. Vermeulen verwacht onder meer een krimp voor de transportsector, die “lijdt onder de geopolitieke spanningen en een afname van de bouwactiviteit”.

Lichte stijging werkloosheid

Prins verwacht een lichte stijging van de werkloosheid, omdat de economie net iets minder snel groeit dan mogelijk is. “Om die potentiële groei te berekenen kijken we naar hoeveel arbeid er is, hoeveel kapitaal zoals machines, computers, software en hoe efficiënt mensen werken”, legt Prins uit. “Dit bepaalt hoeveel producten en diensten een land maximaal kan maken, en wij verwachten dat de groei van de vraag naar producten en diensten dit net niet zal bijbenen. Hierdoor kan de werkloosheid wat oplopen en zal de inflatie nog wat verder dalen.”

Bron: ANP

Een op elf zzp’ers fraudeerde bij belastingaangifte

 

Een deel van de zelfstandigen neemt het niet zo nauw met de regels bij de belastingaangifte. Eén op de elf zzp’ers fraudeerde in het verleden weleens bij de aangifte inkomstenbelasting.

Dat blijkt uit onderzoek van financeplatform Boekhouder.nl. Van de vierhonderd ondervraagde zzp’ers antwoordde negen procent “ja” op de stelling “Ik heb weleens bewust een factuur niet opgegeven bij de belastingaangifte”. Nog eens twaalf procent gaf aan dat niet (meer) zeker te weten.

Minder dan acht op de tien zelfstandigen kunnen dus met zekerheid zeggen nooit (bewust) gefraudeerd te hebben. “Een zorgelijke conclusie, maar ergens ook wel begrijpelijk met in het achterhoofd dat liefst een op de vier zzp’ers financiële zorgen heeft”, aldus de onderzoekers.

Vaak geen zakelijke rekening

Opvallend is dat een kwart van de zzp’ers hun inkomsten op een privérekening ontvangt. Een zakelijke rekening is weliswaar niet verplicht, maar diverse banken hebben wel als voorwaarde dat een privérekening niet zakelijk mag worden gebruikt.

Volgens de onderzoekers zorgt het voor vermenging van zakelijke en privé-inkomsten en uitgaven, waardoor je als zzp’er weinig overzicht hebt. Zeker bij een gebrekkige administratie is het op die manier moeilijk om zakelijke transacties terug te vinden en correct op te geven bij de belastingaangifte.

Boekhouding eenvoudiger

Door de komst van online boekhoudprogramma’s en boekhoudapps wordt het bijhouden van de boekhouding steeds eenvoudiger. Inmiddels doet bijna de helft van de zzp’ers de boekhouding zelf.

Toch waarschuwt Boekhouder.nl met name startende zzp’ers voor het risico op fouten, die kunnen leiden tot boetes of gemiste fiscale voordelen. “De praktische kant van het boekhouden wordt je door software grotendeels uit handen genomen. Daardoor krijgt de boekhouder steeds meer een adviserende rol, die voor veel zelfstandigen nog altijd erg waardevol kan zijn.”

Bron: accountant.nl

50% vergrijpboete voor niet opgeven contante stortingen dga

 

Een dga die ten laste van zijn bv contante bedragen op zijn privérekening stort zonder dit administratief te verwerken, riskeert een vergrijpboete.

Een man is enig aandeelhouder en bestuurder van een holding, die 50% van de aandelen in een bv houdt. De holding bestuurt deze bv samen met een de holding van een andere persoon. De man is met deze andere persoon tot de volgende taakverdeling gekomen; de man houdt zich bezig met de financiële zaken van de bv en de ander houdt zich bezig met de personeelszaken. De man verstrekt maandelijks de primaire gegevens aan de fiscaal dienstverlener van de bv. Deze dienstverlener stelt onder andere de fiscale jaarstukken en de aangiften vennootschapsbelasting op. Ook dient hij de aangiften omzetbelasting in. Wanneer de inspecteur een boekenonderzoek houdt, constateert hij dat de detailgegevens van de in het kassasysteem geregistreerde transacties niet zeven jaar zijn bewaard. Daardoor is geen verbandscontrole mogelijk tussen de inkopen en de verkopen. Daarnaast bevat de administratie meer gebreken. De Belastingdienst weet vrijwel zeker dat de kasadministratie is gemanipuleerd.

Theoretische omzetberekening van de fiscus

Vervolgens stelt de inspecteur zelf een theoretische omzetberekening op. Hij komt op veel hogere omzetten uit dan de bv heeft opgegeven. De man kan daarvoor geen afdoende verklaring geven. Nadat de man weigert afschriften van zijn privé bankrekening te overleggen, vraagt de Belastingdienst deze gegevens op bij de bank. Het blijkt dat de man gedurende vijf jaren geregeld contant geld op zijn bankrekening heeft gestort. De inspecteur meent dat het hier gaat om niet verantwoorde winstuitdelingen door de bv. Daarom legt hij de man navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vergrijpboete op van 50%. De man gaat in beroep tegen deze navorderingsaanslagen en vergrijpboetes.

Dubbele bewustheid van bevoordeling

Volgens de man beschikt de inspecteur niet over het vereiste nieuwe feit om een navorderingsaanslag te kunnen opleggen. Maar hof Den Haag merkt de ontdekking van de stortingen op de privébankrekening aan als een nieuw feit. Bovendien vindt de rechtbank aannemelijk dat de man inderdaad winstuitdelingen heeft genoten. Omdat hij bestuurder was van de bv, moet sprake zijn van dubbele bewustheid: bij de man zelf en bij zijn bv. Daarmee maakt de Belastingdienst ook voldoende aannemelijk dat sprake is van voorwaardelijke opzet. Het hof verklaart het beroep van de man ongegrond.

Wet: art. 16 en 67e AWR en art. 4.12 Wet IB 2001
Besluit: par. 27 en 28 BBBB
Bron: gerechtshof Den Haag 15 november 2023 (gepubliceerd 26 februari 2024) ECLI:NL:GHDHA:2023:2726, BK-22/00445 tot en met BK-22/00448

Veel ondernemers verwachten weer prijsstijgingen

 

Veel Nederlandse ondernemers voorzien verdere prijsstijgingen, vooral binnen de bouw en de dienstverlening. Tegelijkertijd geeft iets meer dan de helft van de ondernemers aan kostenstijgingen niet of nauwelijks te kunnen doorberekenen aan hun klanten.

Ondernemers kregen de afgelopen jaren te maken met prijsstijgingen van onder andere energie en grondstoffen. In hoeverre ze de gestegen kosten kunnen doorberekenen aan hun klanten verschilt sterk. “Bijna 4 procent zegt de kostenstijgingen volledig te kunnen doorberekenen, en bijna 42 procent voor een groot deel”, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de bouw denkt ruim 60 procent de kosten grotendeels te kunnen doorberekenen.

In de landbouw en visserij geven ondernemers met bijna 31 procent het vaakst aan dat gestegen kosten geheel niet kunnen worden doorberekend. Ook voor detailhandelaren en horecabazen is dit problematisch.

Zorgelijke ontwikkeling

Volgens het statistiekbureau ziet één op de vijf ondernemers prijsstijgingen als meest zorgelijke ontwikkeling voor hun bedrijf in 2024. Bijna een kwart noemt de krapte op de arbeidsmarkt als grootste zorg. Dat is vooral het geval in de bouw, de autobranche en de zakelijke dienstverlening. In de groothandel, industrie, en vervoer en opslag, wordt relatief vaak politieke spanningen genoemd. Iets meer dan 34 procent van de ondernemers geeft aan geen zorgelijke ontwikkelingen te ervaren.
Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de KVK, het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), MKB-Nederland en VNO-NCW.

Bron: ANP