Maatregelen kabinet-Jetten werken averechts voor ondernemers

Ondernemers staan bepaald niet te springen om de maatregelen die het kabinet-Jetten heeft aangekondigd. Dat terwijl deze juist bedoeld zijn als steun voor het bedrijfsleven. Erik Ziengs, voorzitter van Ondernemend Nederland (ONL), stelt dat ondernemers “hier totaal niet op zitten te wachten”. Andere belangenorganisaties reageren verdeeld op het maatregelenpakket.

 

Volgens ONL raken de plannen vooral kleinere ondernemers. Zo wordt de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek ingeperkt en verdwijnt de startersaftrek volledig. Met die ingrepen wil het kabinet een deel van de nieuwe energiemaatregelen financieren.

Starters

Bij ZZP Nederland leidt het schrappen van de startersaftrek tot veel onbegrip. Een woordvoerder noemt het besluit van het kabinet “klap op klap” en vraagt zich af waarom opnieuw de ondernemer wordt geraakt.

De belangenvereniging zegt compleet verrast te zijn door de maatregel. “Dit is nooit met ons besproken. Voor een starter is een aftrek van 2.123 euro juist een welkome steun. In de beginfase heb je immers andere kosten dan iemand in loondienst. Van het oorspronkelijke idee om starters goed op weg te helpen blijft zo niets over.”

Daarnaast wijst de woordvoerder erop dat eerder al is gesneden in de zelfstandigenaftrek. “Er is een probleem rondom energie en de rekening wordt vervolgens bij ondernemers neergelegd.”

Alcohol

Ook de verdere verhoging van de alcoholaccijns stuit op onbegrip bij ONL-voorzitter Ziengs. “Alcohol is over de grens al aanzienlijk goedkoper, net als brandstof en tabak. De prijzen in Nederland liggen nu al zo hoog dat nóg meer mensen naar Duitsland of België zullen uitwijken om te tanken en boodschappen te doen. In sommige straten bestaan inmiddels appgroepen waarin men om de beurt naar Duitsland rijdt om in te slaan.”

Die zorgen worden gedeeld door Nederlandse producenten, importeurs en verkopers van alcoholhoudende dranken. Zij roepen het kabinet op om de gevolgen van de accijnsverhoging opnieuw te bekijken en te zoeken naar alternatieve manieren van dekking, zonder de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven verder onder druk te zetten.

Reiskostenvergoeding

Volgens Ziengs biedt ook de verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding van 23 naar 25 cent per kilometer weinig verlichting. “Veel werkgevers vergoeden hun medewerkers al meer, gebaseerd op de actuele brandstofprijzen. Alles boven die 25 cent wordt gezien als bijzondere beloning, waar extra belasting over wordt geheven. Dat is niet redelijk en simpelweg niet eerlijk.”

ONL vindt dat de hogere btw-opbrengsten op brandstof juist moeten terugvloeien naar ondernemers en consumenten. Daarnaast is het volgens Ziengs onhoudbaar om de accijnzen op dit hoge niveau te laten staan. “De overheid zegt dat verlaging niet kan, terwijl het in andere Europese landen wel lukt. Laat als overheid dan ook echt zien dat je iets wilt betekenen voor de grensregio’s.”

ONL waarschuwde recent al voor sterk oplopende supermarktprijzen. Uit onderzoek van de ondernemersvereniging blijkt dat veel mkb’ers de hoge brandstofkosten uiteindelijk zullen doorberekenen aan consumenten.

Transport

De transportsector noemt het steunpakket vanwege de hoge brandstofprijzen volstrekt onvoldoende. Vanaf 1 juli wordt de wegenbelasting voor vrachtwagens tijdelijk verlaagd, voor een periode van zes maanden. Brancheorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN) spreekt echter van een maatregel die “in geen enkele verhouding staat tot de dagelijkse kostenstijging waar transportbedrijven mee te maken hebben”.

Volgens TLN betalen transporteurs door de dure diesel wekelijks zo’n 300 euro extra per vrachtwagen. “Dat is precies het bedrag dat ze over zes maanden via belastingverlaging terugkrijgen. Met andere woorden: wat het kabinet in een half jaar compenseert, zijn ondernemers in één extra tankbeurt alweer kwijt.” TLN pleit daarom voor een gerichte accijnsteruggave op beroepsdiesel en een tijdelijke korting op de vrachtwagenheffing.

Tanken

Ook tankstationhouders reageren uiterst kritisch op de aangekondigde energiemaatregelen. “Voor de pomphouder in de grensstreek lost dit helemaal niets op”, zegt Martin van Eijk, voorzitter van brancheorganisatie Drive.

Doordat het kabinet afziet van een accijnsverlaging, blijven de brandstofprijzen hoog. Net als andere partijen vreest Drive dat automobilisten massaal uitwijken naar Duitsland en België, waar brandstof soms tientallen centen per liter goedkoper is.

“Aan de Nederlandse kant van de grens tankt straks niemand meer”, stelt Van Eijk. Volgens hem kampen momenteel al 400 tot 500 tankstations met financiële problemen. Dat aantal kan oplopen tot duizend als er niets verandert. Wanneer daadwerkelijk pomphouders omvallen, durft hij niet te voorspellen. “Ik hoop dat het niet zover komt, maar dit kabinet laat opnieuw zien weinig oog te hebben voor de mkb-ondernemer.”

Handel en logistiek

Evofenedex, de belangenorganisatie voor handel en logistiek, kijkt daarentegen positiever naar de plannen. Beleidsadviseur Ricky Voorn benadrukt dat het belangrijk is om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen. “Dit soort maatregelen heeft vooral op de lange termijn effect, en daar had wat ons betreft zelfs nog meer op mogen worden ingezet.”

Volgens Voorn wordt er nagedacht vanuit veerkracht, leveringszekerheid en weerbaarheid van bedrijven. “Dat zijn uitgangspunten die wij ondersteunen. Wel hadden we graag gezien dat woorden sneller werden omgezet in daden.”

De tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting ziet evofenedex als een stap in de goede richting. “Daar profiteren ook bedrijven van die al hebben geïnvesteerd in elektrisch rijden.” Een verlaging van de accijns op benzine en diesel stond voor de organisatie niet bovenaan het lijstje.

Energie

Energiebedrijven reageren positief op het pakket energiemaatregelen. Volgens brancheorganisatie Energie-Nederland houdt het kabinet hiermee de regie in handen. “Het is goed dat verduurzaming centraal staat, evenals het versterken van onze strategische autonomie.”

Het kabinet stelt bijna 1 miljard euro beschikbaar om de economische gevolgen van de Iranoorlog te verzachten. Daarvan gaat 180 miljoen euro naar het Nationaal Warmtefonds en wordt 195 miljoen euro gereserveerd voor het Noodfonds Energie.

Ook over de plannen om kwetsbare huishoudens te ondersteunen via het energiefonds is Energie-Nederland te spreken. “Verduurzaming en elektrificatie zijn uiteindelijk essentieel. Daarom is het belangrijk dat het kabinet ook vol inzet op het aanpakken van netcongestie. De aangekondigde crisiswet mag wat ons betreft zo snel mogelijk naar de Kamer.”

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) spreekt eveneens van “goede eerste stappen”. Voorzitter Olof van der Gaag hoopt wel dat er vervolgmaatregelen komen. “Het kabinet beweegt de juiste kant op en pakt onze energieafhankelijkheid aan. Dat smaakt naar meer.”

Vakbonden

Volgens vakbond CNV hebben werknemers op korte termijn weinig aan het steunpakket. CNV-voorzitter Hans Van den Heuvel wijst erop dat veel werkenden nog niet profiteren van de hogere reiskostenvergoeding. “Dit pakket is bedacht vanuit een ivoren toren en biedt onvoldoende verlichting voor miljoenen mensen die financieel onder druk staan.”

Op dit moment ontvangt 44 procent van de werkenden minder dan de huidige onbelaste vergoeding van 23 cent per kilometer, terwijl 12 procent helemaal niets krijgt. “Die hogere vergoeding moet eerst worden uitonderhandeld aan de cao-tafels. Dat kost vaak maanden, als werkgevers al bereid zijn mee te bewegen.”

Ook andere maatregelen, zoals woningisolatie en verduurzaming, vergen volgens CNV tijd en eigen investeringen van huiseigenaren. De vakbond pleit daarom alsnog voor een directe accijnsverlaging van 20 cent per liter aan de pomp. “Die maatregel kan direct worden ingevoerd en geeft forenzen meteen lucht.” Het kabinet heeft herhaaldelijk aangegeven hier geen voorstander van te zijn, vanwege de hoge kosten en het beperkte gerichte effect.

Vakbond FNV is positiever over de verhoging van de reiskostenvergoeding en het Noodfonds Energie. Interim-voorzitter Dick Koerselman noemt de gereserveerde 195 miljoen euro voor komende winter “een welkome adempauze”, al moet volgens hem nog blijken of dit voldoende is bij verder stijgende prijzen. Ook FNV pleit voor een structureel Publiek Energiefonds om energiearmoede blijvend aan te pakken.

SLIM-subsidie opnieuw aan te vragen

 

Mkb-ondernemers en samenwerkingsverbanden kunnen sinds 7 april opnieuw een aanvraag indienen voor de SLIM-regeling.

 

 

Met deze subsidie kun je investeren in leren en ontwikkelen binnen je onderneming. Denk bijvoorbeeld aan het opstellen van een opleidingsplan of het invoeren van een gestructureerde aanpak voor ontwikkelgesprekken met medewerkers.

Tijdvakken voor mkb-ondernemingen

Voor mkb-ondernemingen zijn er in 2026 twee aanvraagmomenten, zo laat het ministerie van SZW weten:

  • Eerste tijdvak: van 7 april 09.00 uur tot en met 4 mei 17.00 uur
  • Tweede tijdvak: van 10 augustus 09.00 uur tot en met 7 september 17.00 uur

Voor het tijdvak in april 2026 is een subsidieplafond vastgesteld van € 11 miljoen. De subsidieplafonds voor het tweede individuele tijdvak en voor samenwerkingsverbanden worden later bekendgemaakt.

Samenwerkingsverbanden

Voor samenwerkingsverbanden geldt in 2026 één tijdvak: van 8 juni 09.00 uur tot en met 6 juli 17.00 uur.
De manier waarop aanvragen worden behandeld verandert. Aanvragen worden niet langer op volgorde van binnenkomst beoordeeld, maar via loting. Deze wijziging is doorgevoerd omdat het beschikbare budget vorig jaar al binnen enkele minuten was uitgeput, waardoor veel aanvragen buiten de boot vielen. Met de loting sluit de werkwijze nu aan bij die voor mkb-ondernemingen.

Aanvragen

Een aanvraag voor de SLIM-regeling dien je in via de website van het ministerie van SZW.

Extra budget voor betere digitale veiligheid in het mkb

Cyberaanvallen treffen steeds vaker ook het midden- en kleinbedrijf. Tegelijkertijd ontbreekt het mkb-ondernemers vaak aan tijd, kennis of capaciteit om zich hier goed tegen te wapenen. Om die reden investeert het kabinet in de inzet van digitaal talent dat ondernemers ondersteunt bij het verbeteren van hun digitale veiligheid. In totaal is hiervoor ruim vijf miljoen euro beschikbaar.

 

Met deze investering worden zogenoemde Cybersecurity learning communities opgezet. Dit zijn samenwerkingen tussen onderwijsinstellingen, onderzoekers en het bedrijfsleven. Binnen deze netwerken krijgen ondernemers praktische hulp bij hun digitale veiligheid en wordt tegelijkertijd nieuw digitaal talent opgeleid.

Volgens staatssecretaris Aerdts van Digitale Economie en Soevereiniteit zorgt deze aanpak ervoor dat kennis, onderwijs en ondernemers samenkomen. Zo kan het digitale talent van de toekomst bedrijven helpen om hun digitale weerbaarheid verder te versterken.

Mkb kwetsbaar in de digitale economie

Digitalisering biedt veel kansen, maar maakt bedrijven ook kwetsbaarder. Cyberaanvallen nemen toe en worden steeds complexer. Ondernemers lopen daarbij vaak tegen praktische belemmeringen aan, zoals een gebrek aan kennis, tijd en personeel.

Daar komt bij dat er een groeiend tekort is aan cybersecurityprofessionals. Voor veel bedrijven is het daardoor lastig om de juiste expertise in huis te halen. Met de Cybersecurity learning communities wordt een brug geslagen tussen nieuw talent en mkb-ondernemers.

In de eerste ronde is het project CYRCLE toegekend, dat een bijdrage van € 1 miljoen ontvangt. Binnen dit project worden vier regionale clusters opgezet. Deze richten zich onder andere op mensgerichte cyberveiligheid, security by design, cybersecurity binnen operationele technologie en innovatieve toepassingen zoals serious gaming. Het doel is de opbouw van een landelijk netwerk waarin kennisdeling en samenwerking centraal staan, met het mkb als belangrijkste doelgroep.

Budget

De financieringsregeling Cybersecurity learning communities is in 2025 opgezet door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, in samenwerking met Regieorgaan SIA. In eerste instantie werd hiervoor € 1,76 miljoen beschikbaar gesteld door het ministerie, aangevuld met nog eens € 1,76 miljoen vanuit SIA.
Met een aanvullende bijdrage van € 1,95 miljoen van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt de regeling nu verder uitgebreid en versterkt.

Let op: ons postbusnummer verdwijnt

 

Wij willen je graag informeren over een wijziging in ons postadres.

 

 

Ons postbusnummer 7660 wordt opgeheven. Dit betekent dat deze postbus vanaf nu niet meer in gebruik is. We verzoeken je vriendelijk om dit postbusnummer niet langer te gebruiken voor correspondentie.

📬 Nieuw (en voortaan enige) postadres:
Polluxweg 20
8938 AZ Leeuwarden

 

Door voortaan al je post naar dit adres te sturen, zorg je ervoor dat wij je stukken tijdig en correct ontvangen. Dit helpt ons om je zo goed en efficiënt mogelijk van dienst te blijven.

De Belastingdienst gebruikt vanaf 1 mei nieuwe rekeningnummers

Vanaf 1 mei 2026 is Rabobank de huisbank van de Belastingdienst en niet langer ING. Hierdoor zijn er nieuwe rekeningnummers in gebruik. De verandering volgt uit een periodieke aanbesteding van het betalingsverkeer door het ministerie van Financiën. Er geldt een overgangstermijn van 1 jaar.

Wat merk je hiervan?

Moet je belasting betalen? Dan ontvang je een bericht van de Belastingdienst met daarin het nieuwe Rabobank‑rekeningnummer.
Krijg je geld terug? Dan wordt dit steeds vaker overgemaakt vanaf een nieuw rekeningnummer.

Je ziet vanzelf welk rekeningnummer je moet gebruiken

Als je belasting moet betalen, krijg je daar altijd een bericht over. Dat kan per brief of via digitale post. In dit bericht staat de betaalinformatie, inclusief het rekeningnummer waarnaar je het bedrag moet overmaken.
Staat daar een nieuw Rabobank‑rekeningnummer? Gebruik dan dat nummer voor je betaling.
Het meest gebruikte nieuwe rekeningnummer is:
NL04 RABO 0200 1122 44
Let op: sommige belastingen hebben een ander nieuw Rabobank‑rekeningnummer.

De manier van betalen blijft hetzelfde

De nieuwe rekeningnummers hebben geen gevolgen voor hoe je belasting betaalt. Ook na de wijziging kun je blijven betalen zoals je gewend bent, bijvoorbeeld via internetbankieren.

Periodieke betalingen: soms zelf aanpassen

Betaal je via automatische incasso? Dan hoef je niets te doen. Deze betalingen worden automatisch naar het juiste rekeningnummer verwerkt.
Heb je periodieke betalingen op een andere manier ingesteld, zoals via een vaste overboeking bij je bank? Dan moet je zelf het rekeningnummer aanpassen.

Per ongeluk betaald op het oude rekeningnummer?

Geen probleem. Heb je toch nog een betaling gedaan naar het oude ING‑rekeningnummer? Dan wordt dit gewoon goed verwerkt. De Belastingdienst heeft hierover afspraken gemaakt met ING.
Je kunt fouten voorkomen door het nieuwe rekeningnummer op te slaan in je adresboek of administratie zodra je een bericht ontvangt met het nieuwe Rabobank‑rekeningnummer.

Pas op voor phishing

De Belastingdienst stuurt nooit betaalverzoeken via e‑mail, sms, WhatsApp of telefoon. Twijfel je of een bericht of telefoontje echt is? Volg dan het stappenplan voor valse berichten en controleer of het rekeningnummer voorkomt op de officiële lijst met rekeningnummers van de Belastingdienst.

Verzekeraars waarschuwen werkgevers: voorkom een pensioenstrop

 

Het Verbond van Verzekeraars roept ondernemers op om snel in actie te komen en contact op te nemen met hun verzekeraar of premiepensioeninstelling. De reden: pensioenregelingen moeten worden aangepast aan het nieuwe pensioenstelsel. Gebeurt dat niet op tijd, dan kan de Belastingdienst het opgebouwde pensioenvermogen aanmerken als loon. In dat geval moet over het volledige vermogen belasting worden betaald.

Een woordvoerder van het Verbond bevestigt dit na berichtgeving van het AD. Volgens de krant hebben tienduizenden mkb-bedrijven hun pensioenregeling nog niet aangepast aan de nieuwe regels.
Ongeveer 20 procent van de werknemers – vooral werkzaam bij mkb-bedrijven – heeft een pensioenregeling die loopt via een verzekeraar of een premiepensioeninstelling. Pensioenfondsen zijn inmiddels al overgestapt op het nieuwe stelsel of hebben de overgang gepland, maar bij verzekeraars is die stap nog niet overal gezet.

Overstappen is noodzakelijk

Volgens het AD zijn tot nu toe zo’n 19.000 bedrijven overgestapt, terwijl ongeveer 36.000 ondernemingen die stap nog moeten maken. Deskundigen waarschuwen voor de gevolgen: als een bedrijf niet uiterlijk in 2028 overstapt, kan de fiscus het pensioenvermogen zien als belastbaar loon, met een forse belastingaanslag tot gevolg.

Het Verbond van Verzekeraars verwacht dat het hierbij mogelijk om honderdduizenden werkenden gaat. Vooral kleinere bedrijven lopen achter. Toch gaat de brancheorganisatie ervan uit dat werkgevers op tijd actie ondernemen en dat werknemers uiteindelijk niet in de problemen komen.

Tempo moet omhoog

Een knelpunt is wel de beschikbaarheid van voldoende adviseurs om werkgevers te begeleiden bij de overstap, erkent Enno Wiertsema, directeur van branchevereniging Adfiz, in het AD. “We zijn nog op tijd, maar het tempo moet wel omhoog. Volgend jaar moet het geregeld zijn.”

Volgens Wiertsema zijn veel ondernemers nog nauwelijks bezig met het nieuwe pensioenstelsel. “Ondernemers zijn druk met hun dagelijkse werkzaamheden. Een nieuwe pensioenregeling wordt vaak gezien als saai en kostbaar. Dat maakt dat het onderwerp makkelijk wordt vooruitgeschoven.”

Pensioenprobleem dreigt voor mkb-werknemers: actie van werkgever hard nodig

 

Werknemers in het midden- en kleinbedrijf doen er verstandig aan om zo snel mogelijk bij hun werkgever na te vragen hoe het zit met hun pensioenregeling. Veel mkb-bedrijven hebben hun regeling namelijk nog niet aangepast aan het nieuwe pensioenstelsel. En dat kan grote gevolgen hebben: als er niets gebeurt, kan dat voor honderdduizenden werknemers leiden tot een forse belastingaanslag.

Het probleem speelt vooral bij bedrijven die hun pensioen hebben ondergebracht bij een verzekeraar. Het grootste deel van de werknemers in Nederland bouwt pensioen op via een pensioenfonds. Deze fondsen zijn al overgestapt op het nieuwe pensioenstelsel of hebben hiervoor al een concrete datum vastgelegd.

Ongeveer 20 procent van de werknemers – met name werkzaam bij mkb-bedrijven – heeft een pensioenregeling via een verzekeraar of premiepensioeninstelling. Ook deze regelingen moeten worden aangepast aan de nieuwe wetgeving. Toch blijkt dat veel werkgevers hier nog nauwelijks mee bezig zijn. Volgens het Verbond van Verzekeraars zijn tot nu toe zo’n 19.000 bedrijven overgestapt, terwijl nog circa 36.000 bedrijven deze stap moeten zetten.

Grote impact op pensioenvermogen

Dat uitstel kan grote financiële gevolgen hebben, waarschuwen deskundigen. Als een werkgever de pensioenregeling niet uiterlijk in 2028 heeft aangepast, beschouwt de Belastingdienst het opgebouwde pensioenvermogen als loon. Dat betekent dat er in één keer belasting moet worden betaald over het volledige bedrag. Hierdoor blijft er aanzienlijk minder over voor het pensioen later. Dit risico geldt voor honderdduizenden werknemers, waardoor tijdig overstappen essentieel is.
Voor mensen die al met pensioen zijn, speelt dit probleem niet. Zij behouden hun pensioenrechten. De fiscale heffing geldt uitsluitend voor pensioen dat nog wordt opgebouwd.

Tijd begint te dringen

Volgens Harold Herbert, directielid van het Verbond van Verzekeraars, moeten werkgevers vaart maken. “Richting de zomer wordt het al krap,” geeft hij aan. Een belangrijke oorzaak is het beperkte aantal gekwalificeerde pensioenadviseurs.
Deze onafhankelijke adviseurs helpen werkgevers bij het vergelijken van mogelijkheden en het kiezen van een passende verzekeraar. Als veel bedrijven wachten tot het laatste moment, ontstaat er een tekort aan adviseurs en lopen zij vast in het proces.
Die oproep wordt gedeeld door Enno Wiertsema, directeur van Adfiz, de branchevereniging van financieel adviseurs. “We kunnen het nog op tijd regelen, maar het tempo moet omhoog. Volgend jaar moet dit echt afgerond zijn,” stelt hij.
Volgens Wiertsema zijn veel ondernemers simpelweg nog niet met het nieuwe pensioenstelsel bezig. “Ondernemers zijn druk met hun dagelijkse werkzaamheden. Pensioen wordt vaak gezien als ingewikkeld, saai en kostbaar. Dat maakt de drempel hoog om ermee aan de slag te gaan.”

Risico op opstoppingen

Veel pensioencontracten lopen af rond de jaarwisseling. Dat moment wordt vaak gezien als logisch om een nieuwe regeling te bespreken. Toch schuilt daar een risico in. “Dan ontstaat er al snel een file,” waarschuwt Wiertsema. “Niet alleen bij adviseurs, maar ook bij verzekeraars.”
Verzekeraars moeten de overstappen immers tijdig administratief verwerken. Herbert verwacht daar overigens minder problemen. “De systemen van verzekeraars zijn al ingericht op het nieuwe pensioenstelsel.”
Daarnaast kost intern overleg binnen bedrijven ook tijd. “Als er een ondernemingsraad is, moet die instemmen met de nieuwe pensioenregeling. Dat proces mag je niet onderschatten,” aldus Wiertsema.

Verzekeraars op zoek naar nieuwe klanten

Verzekeraars zien in de overgang ook kansen. Voor kleinere pensioenfondsen is de overstap naar het nieuwe stelsel vaak complex en kostbaar, bijvoorbeeld door investeringen in IT-systemen. Voor deze fondsen kan het aantrekkelijk zijn om hun pensioenregeling onder te brengen bij een verzekeraar.
Om deze nieuwe klanten wordt momenteel stevig geconcurreerd. Het gaat daarbij om tientallen miljarden euro’s aan pensioenvermogen.

Minister Heinen wil op Prinsjesdag duidelijkheid geven over box 3-heffing

 

Minister Eelco Heinen (Financiën) wil tijdens Prinsjesdag in september duidelijk maken of het nieuwe stelsel voor het belasten van rendement op vermogen in box 3 wordt aangepast. Ook moet dan helder zijn hoe eventuele gevolgen voor de schatkist worden opgevangen.

 

Dat zei de VVD-minister voorafgaand aan de ministerraad. Kort nadat het nieuwe kabinet werd beëdigd, liet Heinen al weten dat hij het box 3-stelsel opnieuw wil bekijken. Dit terwijl de Tweede Kamer er, onder sterke tijdsdruk en met tegenzin, net mee had ingestemd.
Het plan om belasting te heffen over daadwerkelijk behaald rendement inclusief papieren winsten op bijvoorbeeld aandelen leidt tot veel kritiek onder beleggers. Zij vinden dat ze verliezen moeten kunnen verrekenen met eerdere winsten.

Onrust

In een reactie op een reconstructie van NRC, waarin wordt gesteld dat coalitiepartners en zijn eigen ambtenaren verrast waren door zijn snelle uitlatingen, zegt Heinen dat hij dat beeld niet herkent. Hij stelt dat hij “financiële onrust” zag ontstaan en daarom snel moest handelen, zonder uitgebreid overleg. “En dat heb ik gedaan,” aldus de minister.

Hoewel er geen acute paniek op de financiële markten was rond het nieuwe stelsel, dat pas vanaf 2028 zou gelden en waar al jarenlang aan wordt gewerkt, ontstond er op sociale media wel veel rumoer. Daarbij werd volgens Heinen ook veel desinformatie verspreid. Daarnaast was de steun in de Eerste Kamer nog allerminst zeker; de senaat moest de inhoudelijke behandeling namelijk nog starten.

Discussie

De discussie over de hervorming van box 3 speelt al langer. Zo meldde het FD eind februari dat ook Nederlandse start-ups en scale-ups zich zorgen maken over de vermogensaanwasbelasting die mogelijk in 2028 wordt ingevoerd. Zij vrezen dat medewerkers en vroege investeerders belasting moeten betalen over aandelen die ze niet zomaar kunnen verkopen.

Veel beleggers vinden dat Nederland, net als andere landen, beter kan kiezen voor een vermogenswinstbelasting waarbij je pas bij verkoop afrekent met de fiscus. Volgens een recente analyse van het FD zou ook een lager belastingtarief een deel van de bezwaren kunnen verzachten.

Kabinet schrapt groot deel van nieuwe zzp‑wet

 

Het kabinet heeft besloten om, zoals eerder afgesproken in het coalitieakkoord, een groot deel van de nieuwe wet Vbar (Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden) te laten vervallen. Deze wet moest bepalen welk werk door zelfstandige ondernemers kan worden uitgevoerd. In plaats daarvan komt er een nieuw wetsvoorstel dat zelfstandigen die bewust voor het zzp‑schap kiezen meer zekerheid moet geven.

Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) heeft dit aan de Tweede Kamer laten weten. Eén onderdeel van de Vbar blijft wél bestaan: het voorstel dat zelfstandigen met een uurtarief onder de 38 euro helpt om eenvoudiger een dienstverband af te dwingen. Aartsen wil dat deel versneld invoeren, zodat de positie van deze kwetsbare groep snel wordt verbeterd.

Onrust bij zelfstandigen en opdrachtgevers

De eerdere Vbar‑plannen zorgden voor veel onzekerheid bij zowel zzp’ers als opdrachtgevers. De voorwaarden voor het inhuren van zelfstandigen zouden namelijk flink worden aangescherpt, waardoor werkgevers het risico liepen op boetes of naheffingen als ze onbedoeld buiten de regels vielen. Aartsen wil die onrust wegnemen, om te voorkomen dat opdrachten onnodig verdwijnen.

Als Kamerlid had Aartsen al een initiatiefvoorstel ingediend. Dat vormt nu de basis voor de nieuwe wet waar het kabinet aan werkt. De plannen moeten nog worden goedgekeurd in Brussel. De hervorming van de arbeidsmarkt is bovendien een voorwaarde voor het ontvangen van middelen uit het Europese coronaherstelfonds.

Zorgen over schijnzelfstandigheid

Volgens het FD ervaren werkgevers steeds meer druk door de actieve handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst en door stijgende kosten voor de inhuur van uitzendkrachten. Hierdoor wordt het steeds lastiger om een flexibele schil te behouden. Werkgeversvereniging AWVN waarschuwt dat de verhoudingen op de arbeidsmarkt uit balans raken.

De AWVN, betrokken bij het merendeel van de ruim zevenhonderd Nederlandse cao’s, roept het kabinet-Jetten daarom op om snel werk te maken van het versoepelen van contracten voor onbepaalde tijd.

Hoge Raad verlaagt belastingrente voor de vennootschapsbelasting

 

Op 16 januari heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan over de hoogte van de belastingrente in (voorlopige) aanslagen vennootschapsbelasting die vanaf 1 januari 2022 zijn opgelegd.

Voorgeschiedenis

Belastingrente is de rente die de Belastingdienst in rekening brengt over het bedrag van een belastingaanslag, vanaf zes maanden na afloop van het kalender- of boekjaar waarover aangifte moet worden gedaan. De bedoeling achter deze regeling is om belastingplichtigen te stimuleren op tijd en volledig aangifte te doen, of wanneer dat nodig is tijdig een voorlopige aanslag aan te vragen. Zo ontvangt de Belastingdienst de verschuldigde belasting eerder.

Sinds 2014 wordt er onderscheid gemaakt tussen het rentepercentage voor de vennootschapsbelasting en het percentage dat geldt voor andere belastingmiddelen. Vanaf 2022 is voor de vennootschapsbelasting een rente van 8% vastgesteld, wat aanzienlijk hoger ligt dan de rentepercentages voor overige belastingen. Dit verschil leidde tot veel bezwaarschriften van vennootschapsbelastingplichtigen, die vonden dat hiermee het evenredigheidsbeginsel werd geschonden.
Vanwege de hoeveelheid bezwaren heeft de Staatssecretaris besloten deze te bundelen in een massaalbezwaarprocedure. De uitkomst van zo’n procedure geldt direct voor alle onderliggende bezwaren. Ook alle bezwaren tegen de belastingrente in (voorlopige) aanslagen inkomstenbelasting zijn massaal verklaard.

Op 7 november 2024 oordeelde de Rechtbank Noord-Nederland dat het verhoogde rentepercentage in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Volgens de rechtbank is het stimuleren van snelle betaling geen voldoende rechtvaardiging voor de forse lastenverzwaring voor vennootschapsbelastingplichtigen. De Staatssecretaris ging tegen dit oordeel in cassatie.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad heeft inmiddels arrest gewezen en het oordeel van de rechtbank bevestigd. Volgens de Hoge Raad ontbreekt een voldoende rechtvaardiging voor het hanteren van een substantieel hoger rentepercentage binnen de vennootschapsbelasting. Het hogere tarief is volgens de Hoge Raad in strijd met zowel het evenredigheidsbeginsel als het gelijkheidsbeginsel.
Dit betekent dat voor de vennootschapsbelasting hetzelfde rentepercentage moet gelden als voor andere belastingmiddelen.
Daarnaast zijn de afgelopen maanden ook veel bezwaren ingediend tegen het rentepercentage voor andere belastingmiddelen. De Hoge Raad heeft echter geoordeeld dat deze lagere tarieven niet in strijd zijn met enig rechtsbeginsel. Deze bezwaren binnen de inkomstenbelasting en overige belastingsoorten zullen daarom waarschijnlijk worden afgewezen.