Moet je belasting betalen op basis van het forfaitaire rendement of over het werkelijk rendement? Vanaf aangiftejaar 2025 maak je deze keuze direct in je aangifte. Veel mensen hebben inmiddels gerekend en komen tot de conclusie dat het forfaitaire rendement dit jaar vaak juist gunstiger is.
Wat valt onder “werkelijk rendement”?
Na een uitspraak van de Hoge Raad is de wet aangepast. Vanaf nu mag je kiezen voor belastingheffing over het werkelijke rendement, maar alleen als dat voor jou voordeliger uitpakt. Voor de jaren 2017 t/m 2024 gebruikt de Belastingdienst nog aparte formulieren, maar vanaf 2025 kies je direct in je aangifte tussen forfaitair of werkelijk rendement.
De wet volgt de uitleg van de Hoge Raad. Daardoor is “werkelijk rendement” breder dan veel mensen denken: het gaat om het totale rendement dat je in een jaar op je vermogen behaalt.
Dat betekent dat:
- rente, huur en dividend meetellen
- zowel gerealiseerde als ongerealiseerde waardestijgingen meetellen
- kosten niet aftrekbaar zijn
- betaalde rente wél aftrekbaar is
- verliezen niet verrekend mogen worden
- er geen heffingsvrij vermogen is
Voor wie is de keuze relevant?
Wie de rekensom maakt, ziet dat het forfaitaire rendement in 2025 vaak gunstiger is. Dat komt vooral door:
- het forfaitaire rendement voor overige bezittingen (bijv. beleggingen) is 5,88%
- het werkelijke rendement van bijvoorbeeld woningen en beursgenoteerde aandelen in 2025 vaak hoger lag dan 5,88% (hoewel dit per situatie verschilt)
- bij werkelijk rendement verdwijnt het heffingsvrije vermogen volledig
Vooral voor mensen met kleinere tot middelgrote vermogens werkt dat laatste nadelig. Daardoor wijkt de uitkomst soms af van wat je op basis van de rendementen zou verwachten.
Zelfs met een lage spaarrente en bescheiden rendementen op beleggingen blijkt werkelijk rendement dus lang niet altijd voordeliger.
Heb je per ongeluk gekozen voor werkelijk rendement terwijl dit ongunstiger uitpakt? Geen paniek: de belastingdruk zal nooit hoger zijn dan die van het forfaitaire systeem.
Het nieuwe box 3‑stelsel vanaf 2028
Vanaf 2028 verandert box 3 opnieuw. Kosten worden dan wél aftrekbaar, maar tegelijkertijd wordt belasting geheven over het werkelijke rendement, inclusief ongerealiseerde waardeveranderingen. Voor vastgoed en start‑ups/scale‑ups geldt een uitzondering.
Omdat er straks geen keuzemogelijkheid meer is, zullen beleggers in jaren met hoge rendementen waarschijnlijk nog met enige weemoed terugdenken aan het oude box 3‑stelsel.
Conclusie
Het idee dat werkelijk rendement vrijwel altijd voordeliger zou zijn, klopt maar beperkt. Ook voor mensen met een bescheiden vermogen die vooral beleggen om hun vermogen te behouden, is werkelijk rendement zeker geen automatische verbetering.