Staatssecretaris verduidelijkt gevolgen massaal bezwaar belastingrente

 

Staatssecretaris Heijnen heeft de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de consequenties van het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026. In dit arrest is geoordeeld dat het verhoogde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb) onverbindend is.

 

In zijn toelichting geeft de Staatssecretaris aan dat de Hoge Raad het verhoogde rentepercentage voor de Vpb buiten toepassing heeft verklaard. Dit betekent dat in alle gevallen waarin belastingrente wordt berekend, het reguliere rentepercentage moet worden toegepast. Voor de vennootschapsbelasting is het massaal bezwaar geregeld in het besluit van 7 februari 2025. Voor de inkomstenbelasting (IB) is het massaal bezwaar vastgelegd in het besluit van 16 april 2025.

Massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting

Naar aanleiding van het arrest is het kabinet van oordeel dat de rechtsvragen die zijn opgenomen in de aanwijzing massaal bezwaar belastingrente Vpb inmiddels definitief zijn beantwoord. De onderliggende zaak fungeerde als proefprocedure voor deze aanwijzing. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het verhoogde belastingrentepercentage in strijd is met zowel het evenredigheidsbeginsel als het gelijkheidsbeginsel. De overige rechtsvragen uit de aanwijzing die betrekking hadden op toetsing aan andere algemene rechtsbeginselen of aan hoger (verdrags)recht zijn door de Hoge Raad ontkennend beantwoord. Op basis van het arrest bestaat daarom geen aanleiding voor aanvullende overwegingen of tegemoetkomingen.

Massaal bezwaar belastingrente inkomstenbelasting

Hoewel voor de aanwijzing massaal bezwaar belastingrente IB geen proefprocedure was aangewezen, acht de Staatssecretaris ook deze rechtsvragen met het arrest beantwoord. De Hoge Raad heeft vastgesteld dat het reguliere belastingrentepercentage voor de inkomstenbelasting niet in strijd is met algemene rechtsbeginselen of met geschreven hoger recht. Dit rentepercentage is derhalve niet onverbindend. Ook de per 1 januari 2024 ingevoerde wijziging in de berekeningssystematiek van het toepasselijke belastingrentepercentage leidt niet tot een ander oordeel.

De Staatssecretaris neemt hiermee een duidelijk eigen standpunt in, zonder een nadere uitspraak van de Hoge Raad af te wachten. Tegelijkertijd lopen er nog verschillende procedures. Zo is bij de Hoge Raad nog een zaak aanhangig over de rechtmatigheid van de belastingrente in de inkomstenbelasting. In zijn conclusie heeft de Procureur-Generaal aangegeven dat een belastingrente van ten minste 4% op stelselniveau volgens hem niet in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. De Hoge Raad moet hierover nog arrest wijzen. Daarnaast loopt er nog een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland.

Collectieve uitspraken op bezwaar en uitvoeringsgevolgen

Op grond van artikel 25e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen moet, zodra de rechtsvragen uit een aanwijzing massaal bezwaar definitief zijn beantwoord, binnen zes weken een collectieve uitspraak op bezwaar worden gedaan. Met deze collectieve uitspraak beslist de inspecteur op alle bezwaren waarop de aanwijzing massaal bezwaar van toepassing is.

De inspecteur zal twee afzonderlijke collectieve uitspraken doen. De eerste ziet op het massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting. De bezwaren die onder deze aanwijzing vallen, zullen bij collectieve uitspraak gegrond worden verklaard. De tweede collectieve uitspraak betreft het massaal bezwaar belastingrente inkomstenbelasting. De bezwaren waarop deze aanwijzing van toepassing is, zullen ongegrond worden verklaard. Tegen een collectieve uitspraak staat geen beroep open.

Uiterlijk op 26 februari 2026 worden beide collectieve uitspraken gepubliceerd in de Staatscourant en op de website van de Belastingdienst. Binnen zes maanden na deze publicatie zullen de rentebeschikkingen waarin het verhoogde percentage is toegepast en die onder de aanwijzing massaal bezwaar belastingrente vennootschapsbelasting vallen, worden verminderd. De belastingrente wordt daarbij herberekend op basis van het toepasselijke reguliere percentage. Openstaande verzoeken tot herziening van belastingrente die is vastgesteld bij een voorlopige aanslag worden toegewezen, mits aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. De Belastingdienst heeft momenteel circa 30.000 van dergelijke bezwaren en verzoeken in behandeling.

De rentepercentages zijn inmiddels verwerkt in de IT-systemen van de Belastingdienst. Nieuwe beschikkingen belastingrente worden daarom berekend met toepassing van het juiste, reguliere percentage.

Concreet

In de praktijk betekent dit dat in bepaalde situaties nog steeds bezwaar moet worden gemaakt of een verzoek tot herziening van de belastingrente bij een voorlopige aanslag Vpb moet worden ingediend. Voor een overzicht van deze situaties wordt verwezen naar de website van de Belastingdienst, onder het kopje “Kan ik nog bezwaar maken tegen een aanslag vennootschapsbelasting met belastingrente?”. Waar in dit overzicht wordt gesproken over een aanslag vennootschapsbelasting, dient daaronder ook een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting te worden begrepen.

Het kan voorkomen dat al een verzoek tot herziening van een voorlopige aanslag Vpb is ingediend voordat een combinatiebrief kon worden verstuurd. Indien op dat verzoek een afwijzende beschikking is gegeven, eindigt de bezwaartermijn op de dag van dagtekening van de definitieve aanslag Vpb. Ligt de dagtekening van de afwijzende beschikking binnen zes weken vóór de dagtekening van de definitieve aanslag, dan eindigt de bezwaartermijn zes weken na de dagtekening van de afwijzende beschikking. Zo eindigt bijvoorbeeld de bezwaartermijn op 23 februari 2026 indien de afwijzende beschikking is gedagtekend op 12 januari 2026 en de definitieve aanslag Vpb is opgelegd op 14 januari 2026.

Met het doen van de collectieve uitspraken op bezwaar komt tevens een einde aan de massaal bezwaarprocedure voor de belastingrente. Bezwaarschriften die daarna worden ingediend, zullen individueel door de inspecteur worden behandeld en vereisen, indien nodig, een individueel beroep. Het is daarom raadzaam om met de cliënt te bespreken of deze route nog wenselijk is en deze keuze schriftelijk vast te leggen. Daarbij merken wij op dat wij de kans gering achten dat de Hoge Raad het belastingrentepercentage voor de inkomstenbelasting en de overige belastingen die zijn genoemd in het besluit massaal bezwaar van 16 april 2025 alsnog onverbindend zal verklaren. Dit oordeel baseren wij op de overwegingen ten overvloede in het arrest van 16 januari 2026 en op de eerdergenoemde conclusie van de Procureur-Generaal.