Pensioenprobleem dreigt voor mkb-werknemers: actie van werkgever hard nodig

 

Werknemers in het midden- en kleinbedrijf doen er verstandig aan om zo snel mogelijk bij hun werkgever na te vragen hoe het zit met hun pensioenregeling. Veel mkb-bedrijven hebben hun regeling namelijk nog niet aangepast aan het nieuwe pensioenstelsel. En dat kan grote gevolgen hebben: als er niets gebeurt, kan dat voor honderdduizenden werknemers leiden tot een forse belastingaanslag.

Het probleem speelt vooral bij bedrijven die hun pensioen hebben ondergebracht bij een verzekeraar. Het grootste deel van de werknemers in Nederland bouwt pensioen op via een pensioenfonds. Deze fondsen zijn al overgestapt op het nieuwe pensioenstelsel of hebben hiervoor al een concrete datum vastgelegd.

Ongeveer 20 procent van de werknemers – met name werkzaam bij mkb-bedrijven – heeft een pensioenregeling via een verzekeraar of premiepensioeninstelling. Ook deze regelingen moeten worden aangepast aan de nieuwe wetgeving. Toch blijkt dat veel werkgevers hier nog nauwelijks mee bezig zijn. Volgens het Verbond van Verzekeraars zijn tot nu toe zo’n 19.000 bedrijven overgestapt, terwijl nog circa 36.000 bedrijven deze stap moeten zetten.

Grote impact op pensioenvermogen

Dat uitstel kan grote financiële gevolgen hebben, waarschuwen deskundigen. Als een werkgever de pensioenregeling niet uiterlijk in 2028 heeft aangepast, beschouwt de Belastingdienst het opgebouwde pensioenvermogen als loon. Dat betekent dat er in één keer belasting moet worden betaald over het volledige bedrag. Hierdoor blijft er aanzienlijk minder over voor het pensioen later. Dit risico geldt voor honderdduizenden werknemers, waardoor tijdig overstappen essentieel is.
Voor mensen die al met pensioen zijn, speelt dit probleem niet. Zij behouden hun pensioenrechten. De fiscale heffing geldt uitsluitend voor pensioen dat nog wordt opgebouwd.

Tijd begint te dringen

Volgens Harold Herbert, directielid van het Verbond van Verzekeraars, moeten werkgevers vaart maken. “Richting de zomer wordt het al krap,” geeft hij aan. Een belangrijke oorzaak is het beperkte aantal gekwalificeerde pensioenadviseurs.
Deze onafhankelijke adviseurs helpen werkgevers bij het vergelijken van mogelijkheden en het kiezen van een passende verzekeraar. Als veel bedrijven wachten tot het laatste moment, ontstaat er een tekort aan adviseurs en lopen zij vast in het proces.
Die oproep wordt gedeeld door Enno Wiertsema, directeur van Adfiz, de branchevereniging van financieel adviseurs. “We kunnen het nog op tijd regelen, maar het tempo moet omhoog. Volgend jaar moet dit echt afgerond zijn,” stelt hij.
Volgens Wiertsema zijn veel ondernemers simpelweg nog niet met het nieuwe pensioenstelsel bezig. “Ondernemers zijn druk met hun dagelijkse werkzaamheden. Pensioen wordt vaak gezien als ingewikkeld, saai en kostbaar. Dat maakt de drempel hoog om ermee aan de slag te gaan.”

Risico op opstoppingen

Veel pensioencontracten lopen af rond de jaarwisseling. Dat moment wordt vaak gezien als logisch om een nieuwe regeling te bespreken. Toch schuilt daar een risico in. “Dan ontstaat er al snel een file,” waarschuwt Wiertsema. “Niet alleen bij adviseurs, maar ook bij verzekeraars.”
Verzekeraars moeten de overstappen immers tijdig administratief verwerken. Herbert verwacht daar overigens minder problemen. “De systemen van verzekeraars zijn al ingericht op het nieuwe pensioenstelsel.”
Daarnaast kost intern overleg binnen bedrijven ook tijd. “Als er een ondernemingsraad is, moet die instemmen met de nieuwe pensioenregeling. Dat proces mag je niet onderschatten,” aldus Wiertsema.

Verzekeraars op zoek naar nieuwe klanten

Verzekeraars zien in de overgang ook kansen. Voor kleinere pensioenfondsen is de overstap naar het nieuwe stelsel vaak complex en kostbaar, bijvoorbeeld door investeringen in IT-systemen. Voor deze fondsen kan het aantrekkelijk zijn om hun pensioenregeling onder te brengen bij een verzekeraar.
Om deze nieuwe klanten wordt momenteel stevig geconcurreerd. Het gaat daarbij om tientallen miljarden euro’s aan pensioenvermogen.