Op 19 december hebben de EU-lidstaten een akkoord bereikt over de invoering van een digitale euro. De daadwerkelijke introductie laat echter nog op zich wachten: op zijn vroegst in 2029. Eerst moet het Europees Parlement instemmen, waarna de lidstaten en het Parlement samen tot een definitief besluit moeten komen.
Het akkoord volgde op een voorstel dat de Europese Commissie in juni 2023 presenteerde. Nederland heeft in de onderhandelingen sterk ingezet op strenge privacyvoorwaarden, niet-programmeerbaarheid en de mogelijkheid om de digitale euro offline te gebruiken. Volgens het ministerie van Financiën zijn deze punten nu stevig verankerd in de ontwerpverordening. Daarnaast heeft Nederland erop aangedrongen dat de kosten voor winkeliers laag blijven.
Digitale euro
De digitale euro wordt een digitale variant van contant geld die wordt uitgegeven door de Europese Centrale Bank (ECB). Het vormt een extra betaalmiddel naast banktegoeden en fysiek contant geld, waarbij gebruik niet verplicht is. Burgers zullen voor digitale euro’s bij hun bank een aparte rekening kunnen openen. Betalen kan via de bankapp, een app van de ECB of een speciale betaalkaart.
Online en offline betalen
Er komen twee varianten: een online en een offline digitale euro. De online versie kent een vergelijkbaar privacyniveau als bestaande digitale betaalmethoden, zoals pinnen of betalen met de mobiele telefoon. De offline variant biedt meer privacy en werkt bijvoorbeeld door twee telefoons dicht bij elkaar te houden. Hierdoor zijn betalingen ook mogelijk bij internetstoringen, stroomuitval of wanneer banksystemen tijdelijk niet beschikbaar zijn.
Winkeliers worden verplicht om digitale euro’s te accepteren. Als zij nu pinbetalingen toestaan, moeten zij ook betalingen met de digitale euro accepteren. Het ministerie van Financiën benadrukt dat dit voor Nederlandse winkeliers in de eerste jaren niet duurder zal zijn dan bestaande betaalmethoden en dat er ook op langere termijn maatregelen zijn om hoge kosten te voorkomen.
Niet bedoeld om te sparen
De digitale euro is bedoeld als betaalmiddel en niet om vermogen op te bouwen. Daarom wordt er een aanhoudingslimiet ingesteld: gebruikers kunnen maar een beperkt aantal digitale euro’s aanhouden. Net als contant geld levert een digitale euro geen rente op. Daarnaast hebben de EU-landen unaniem vastgelegd dat de digitale euro – of de technologie erachter – niet programmeerbaar mag zijn. Het gebruik kan dus niet worden gekoppeld aan specifieke bestedingsdoelen.
Kosten
Standaarddiensten zoals het openen of sluiten van een digitale-eurorekening en het doen van betalingen worden kosteloos voor consumenten. De ontwikkeling en het beheer van het systeem brengen echter wel kosten met zich mee. De Europese Centrale Bank neemt een deel van de kosten van het betalingsverkeer op zich. Banken, betaaldienstverleners en winkeliers leveren eveneens een bijdrage. In de beginjaren worden winkeliers beschermd tegen hogere tarieven. Zodra duidelijk is wat de feitelijke kosten voor banken en betaaldienstverleners zijn, worden de tarieven daarop aangepast.